President McCain en wij

Als Nederland op Super Tuesday mocht meestemmen, dan zou het hier eindelijk weer eens druk worden in de stembureaus. Vraag maar om je heen. Ook al hadden de Republikeinen en Democraten eendrachtig besloten dat de polder geen gedelegeerden naar de conventies mocht afvaardigen, en al stond er dus niets op het spel, dan nóg zouden we massaal uitrukken om onze favorieten te steunen.

We zouden het gewoon een ‘raadgevende voorverkiezing’ noemen. De opkomst zou Iowa en New Hampshire jaloers maken – en anders wel de Tweede Kamer, het Europees Parlement en Rob van Gijzel. Want wie heeft zich de afgelopen weken níet afgevraagd op wie hij zou stemmen?

En dan is het dilemma al gauw: Clinton of Obama? Want Republikeinen liggen hier doorgaans niet goed – en het tijdperk Bush zal daar geen verandering in hebben gebracht. Instinctief zitten wij, in Nederland en in Europa, stevig in het Democratische kamp. We voelen een politieke en culturele verwantschap waar een Republikein niet zomaar tussenkomt. En natuurlijk zouden we de historische doorbraak waarderen als Amerika kiest voor een zwarte of een vrouwelijke president.

Maar daarmee is niet gezegd dat het ook in ons beláng is dat er straks een Democraat in het Witte Huis zit. De Amerikaanse rol in de wereld kan de komende jaren ingrijpend gaan veranderen – door de opkomst van Azië, door de verharding van Rusland, door de bittere ervaringen in Irak en door de op z’n best twijfelachtige resultaten in Afghanistan. Voor de relatie met Europa zal dat grote gevolgen hebben.

Wie zich afvraagt bij welke kandidaat de buitenlandse politiek dan in de beste handen is, althans voor ons, kan John McCain niet negeren. Al was het maar omdat het Obama en Hillary voor je het weet net zo kan vergaan als Al Gore, John Kerry en Woody Allen: populair in Europa, maar gedumpt in eigen land.

McCain is in veel opzichten een conservatief, ook al kost het hem nu moeite sceptische Republikeinen daarvan te overtuigen. Maar hij is ook eigenzinnig, hoort niet bij de neoconservatieven die het onder Bush voor het zeggen kregen en hij is een internationalist met grote ervaring. Hij hoeft niet eerst de wereld te gaan ontdekken, hij denkt er al jaren over na. Hij onderkent ook al lang het gevaar van het broeikaseffect. Hij pleit voor sluiting van Guantánamo Bay. En hij kent Europa veel beter dan zijn rivalen – als senator heeft hij zich vaak ingezet voor nauwere samenwerking, hij komt er vaak op bezoek.

„De Verenigde Staten hebben niet op eigen houtje de Koude Oorlog gewonnen”, schreef hij afgelopen najaar in het blad Foreign Affairs – bijna heiligschennis voor de talloze Republikeinen die ervan overtuigd zijn dat Ronald Reagan eigenhandig het Evil Empire om zeep heeft geholpen. „Het Atlantisch bondgenootschap heeft dat gedaan, samen met partners over de hele wereld”. Eén van zijn topprioriteiten op buitenlands terrein, beloofde hij, zou zijn om „de trans-Atlantische samenwerking nieuw leven in te blazen”.

Bovendien zouden Amerikanen, aldus McCain, „de opkomst van een krachtige, zelfverzekerde Europese Unie moeten toejuichen” – iets wat in Washington nooit vanzelfsprekend is geweest. McCain heeft de Irak-oorlog gesteund en hij steunt die nog steeds, maar hij schrijft ook: „Als we geloven dat internationaal ingrijpen noodzakelijk is – militair, economisch of diplomatiek – dan moeten we ons inzetten om onze vrienden en bondgenoten ervan te overtuigen dat we gelijk hebben. En we moeten ook bereid zijn om door hen overtuigd te worden.”

Het zijn nog alleen maar mooie woorden, maar ze leggen de vinger wel op de gevoelige plek. En het is een royaler gebaar naar Europa dan Clinton en Obama maakten in de stukken die zij over hun buitenlandse politiek schreven in Foreign Affairs.

Dit alles betekent niet dat McCain ook per se de beste kandidaat voor Europa is. Hij zal het Europa in elk geval niet makkelijk maken. De 71-jarige senator uit Arizona is geen diplomaat en hij heeft bewezen dat hij er niet voor terugdeinst om wie dan ook voor het hoofd te stoten.

Kort voor de primaries in Michigan vertelde hij de kiezers dat de banen die daar in de auto-industrie verloren zijn gegaan, echt nooit meer terugkomen. Zijn Europese bondgenoten zal hij er ongetwijfeld niet zachtzinnig op wijzen dat een krachtig Europa ondenkbaar is zonder meer militaire verantwoordelijkheid te nemen in de crisisgebieden in de wereld.

Willen we dat? Jammer of niet, we gaan er niet over. Dus we zullen er dit jaar wél achterkomen of Amerika eraan toe is om een vrouwelijke of een zwarte president te kiezen, maar niet of wij voor een Republikein kunnen zijn.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.