Placebo-kennis

In deel 13 van de interactieve maandagserie Ik krijg altijd gelijk benadrukten we het belang van geloofwaardigheid via de perceptie van deskundigheid. Het is niet zozeer van belang over welke kennis je beschikt, maar welk kennisniveau je tegenover je publiek aannemelijk kunt maken, zo betoogden we.

Dat uitgangspunt leidde op de website tot een wat korzelige reactie: „Ik vind het […] merkwaardig dat overtuigen vandaag de dag kennelijk (ook) gebeurt op basis van schijn van kennis. Dus niet langer op basis van kennis.” Betreurenswaardig wellicht, maar merkwaardig? Niet alleen volgen we hierin de Griekse wijsgeer Aristoteles op de voet, deze hele serie draait goed beschouwd om het vinden van manieren om de perceptie van ons publiek te beïnvloeden.

Een andere bezoeker legde een interessant verband met het placebo-effect: een nepmedicijn dat toch het gewenste effect heeft, puur omdat de patiënt erin gelooft. Anders gezegd: is de placebo geloofwaardig genoeg – bijvoorbeeld door een bittere smaak – dan vergroot dat de kans dat de patiënt ervan opknapt. Maar dan moet de placebo worden voorgeschreven of toegediend door iemand in een witte jas, want dat kledingstuk associëren we met deskundigheid.

Om die reden zijn de ‘deskundigen’ die in televisiereclames wasmiddelen aanprijzen, steevast in witte jassen gestoken. Hun verschijning moet de indruk wekken dat ze het product in kwestie hoogstpersoonlijk hebben getest en dat ze zichzelf garant stellen voor de werking ervan.

Die link met televisie werd ook op de website gelegd, met een verwijzing naar de symposia en congressen waarmee sommige tv-presentatoren in hun vrije tijd hun banksaldo oppoetsen. Ook daar gaat het in de eerste plaats om perceptie van kennis: het idee dat je er heel wat van hebt opgestoken, terwijl dat bij nadere beschouwing vaak bitter tegenvalt. „In wezen doe je er placebokennis op.”

Reageren kan op nrcnext.nl/ikkrijgaltijdgelijk

Maandag deel 14 van deze serie