Op een dag moet je kiezen

Judith Eiselin: Hij & Ik. Kidsweek/Lemniscaat, 96 blz. € 4,95 (via kidsweek.nl)

‘Ze noemden mij een zondagskind, volgens mijn vader lukte mij alles, maar voorlopig gebeurde er niets. Het was zomervakantie. Wij bleven thuis dit jaar’.

Het begin van Hij & Ik, de nieuwe jeugdnovelle van Judith Eiselin is een – voor jongeren – gedurfd begin. Afgaande op die eerste zinnen belooft het verhaal van de twaalfjarige Rosalie van Schaik die tussen basisschool en middelbare school inzit niet heel spannend te worden.

Rosalie is een gelukkig Guus-Kuijer-achtig meisje met licht onbestemde gevoelens (een twaalfjarige passend), een zorgzame pianospelende vader, een lieve fantasierijke moeder en een zeurend peuterzusje. Ze woont in een middelgrote stad. De zomer is ondraaglijk heet. Ze wacht, zonder te weten waarop.

Wanneer de zonderlinge, herenschoenen dragende en in lotsbestemming gelovende Zeger Plagge in de straat komt wonen, ontstaat tegen Rosalies verwachting in een vriendschap die – een mooi gegeven – gebaseerd is op wederzijdse acceptatie. Die vriendschap verandert echter acuut wanneer de eerste middelbareschooldag begint. Rosalie twijfelt tussen kiezen voor eigenheid en daarmee voor Zeger, of voor meedoen met de groep, die Zeger afwijst. Wanneer Zeger op weg naar het brugklaskamp tijdens een benzinestop verdwijnt, speelt Rosalies schuldgevoel op. Aan het slot van de roman beseft ze dat ze moet kiezen en hóe.

Het is duidelijk; dit is een echt middelbareschoolverhaal over zoeken naar identiteit, echt en onecht, groepsgedrag, zelfverloochening en vriendenverraad.

Toch is Hij & Ik spannend. Dat komt door Eiselins goed gekozen suggestieve beelden. Mooi is het veelzeggende, terugkerende beeld van Rosalie die haar handtekening oefent, ‘de lange stok met het zwarte puntzakje’ bij Zegers onbenoemde christelijke thuis en Rosalies kinderlijke ‘engelenkoor’ (geweten) waarvan ze uiteindelijk bewust afscheid neemt.

Je voelt de verstikkende zomerhitte die ‘als een stolp’ over de stad ligt en het leven als ‘verstomd, vertraagd, uitgesteld’ doet lijken. Je voelt Rosalies daaruit voortkomende verveling en onrust. Je ruikt de zomerse ‘zware geur van bloesem en barbecue’. Je hoort de lachsalvo’s vanuit de buurttuinen en het indringende pianospel van Rosalies vader.

Bovendien geeft Eiselin Rosalie een eigen stem. Soms onbevangen en humoristisch. Neem haar vraag waar Jezus uithangt wanneer ze een ‘Jezusloos’ kruis bij Zeger ziet hangen. Soms beschouwend, maar alleszeggend. Zoals haar spaarzame woorden over de veranderende vriendschap: ‘Zeger en ik werden twee keer twee mensen. […] In zijn kamer, in de tuin, en soms bij de fontein in het park hadden we een wereld, ondanks alles. Op school was die wereld lichtjaren ver’.

Taal blijkt Eiselins belangrijkste middel om Rosalies innerlijke ontwikkeling en vriendschap met Zeger overtuigend te portretteren. Zo maakt ze Hij & Ik spannend. En zoals al bleek in Eva Zout en Het raadsel van groep zes: met Eiselins taalgevoel zit het meer dan goed.