Nooit slaat hier iemand met de vuist op tafel

Annette Birschel: Do ist der Bahnhof. Nederland door Duitse ogen. Bert Bakker, 208 blz. €17,95

Hoeveel consensuspolitiek kan een mens verdragen? Al jaren sterven fietsers onder de wielen van rechtsafslaande vrachtwagens. Een dodehoekspiegel zou veel slachtoffers kunnen voorkomen. Verplicht stellen dat ding, dacht Annette Birschel. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet in Nederland. Eerst maar eens een pilotje er tegenaan gooien, een evaluatiecommissie, en natuurlijk een paar spotjes op radio en tv. Op zulke momenten kan het Birschel te veel worden. ‘Je wilt hen door elkaar schudden en roepen: ‘Wie beslist nou eindelijk?’’

Birschel is correspondente in Nederland voor onder meer de Westdeutsche Rundfunk en dertien jaar woonachtig in Nederland. De laatste jaren is ze een veel gevraagde gast bij talkshows op radio en tv. Toen de liefde Birschel in 1994 naar Nederland bracht, had ze bijna uitsluitend positieve ideeën over dit land. Nederland, dat was een progressief, vrolijk land van mensen die onbezorgd in het leven stonden en het goed met elkaar – en met zichzelf – getroffen hadden. Uit haar pas verschenen boek Do ist der Bahnhof blijkt dat dat beeld flink is bijgesteld.

Nederlanders zijn helemaal niet zo open en tolerant als ze dacht. Het is een ‘volk van klikspanen’. Ze vergaderen eindeloos. Er is niemand die op kritieke momenten met de vuist op tafel slaat en zegt: zo gaan we het doen. En alles moet ‘leuk, gezellig en makkelijk zijn’, zei Birschel in Pauw & Witteman.

Een boek als dat van Birschel is geslaagd als het vertrouwde vreemd wordt. Daar slaagt ze bij vlagen, maar zeker niet aldoor in. Veel van wat ze beschrijft – neem het polderen, het gebrek aan gastvrijheid en service, de botheid – is allemaal allang bekend. En ook de constatering dat de lang geroemde tolerantie eigenlijk onverschilligheid was, is anno 2007 niet echt nieuw te noemen. Ook staan er wat achterhaalde clichés en onjuistheden in. Worden Surinamers die ’s zondags ter kerke gaan echt meewarig aangekeken? Twintig jaar geleden misschien, maar religie wordt tegenwoordig door veel jongeren zelfs cool gevonden. Denken we nog steeds dat half Nederland in het verzet zat? En was Nederland in de 17de eeuw een oase van rust? Dan vergeet Birschel onder meer de Tachtigjarige Oorlog, de Engelse Oorlogen, en het rampjaar 1672.

Leuk om te lezen blijven de verschillen tussen Duitse en Nederlandse feestjes, of in het statusbewustzijn in beide landen. Hoe meer ze Duitsland met Nederland vergelijkt, des te boeiender haar stukken. De stroperige en impotente Nederlandse bestuurscultuur (rekeningrijden) verdient meer aandacht en zou vergeleken kunnen worden met de manier hoe in Duitsland zaken geregeld worden.