Niet vlug vlug en dan naar yoga

Inez van Oord (49) is hoofdredacteur van mindstyle magazine Happinez.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Hoofdredacteur Inez van Oord (49) van Happinez houdt kantoor in Naarden Vesting. Nou, kantoor. De redactie zit op de eerste verdieping van een tot monument aangewezen pand. Overal boeken, bloemen, kunst. Staande lampen verspreiden een zacht, gelig licht. Het is een beetje alsof je thuis werkt. Een beetje ook alsof het nog oktober 2003 is, toen mindstyle magazine Happinez met vier redacteuren begon vanuit het tuinhuis van Inez van Oord. Met een oplage van 188.000 exemplaren is Happinez (de naam waarmee Inez van Oord in haar puberteit zelfgemaakte gedichtjes ondertekende) nu de grootste glossy van Nederland. Er werken twintig mensen. Wanneer ik ’s middags om twee uur aankom voor dit gesprek, is de vorige afspraak net afgelopen. En heeft de hoofdredactrice zichzelf niet meer dan tien minuten gegeven voor een snelle lunch.

U maakt een blad over rust, stilte en tot jezelf komen. Hoe is het intussen met uw eigen rust?

„Eerlijk gezegd werk ik knetterhard. Elke dag zit vol. En elke dag duurt tot zeven uur, half acht. Neem vandaag. Jij bent mijn derde afspraak. Voordat jij kwam had ik een gesprek met mensen van de uitgeverij waar we mee samenwerken, over een nieuwe boekenlijn. En straks zijn er weer de overleggen. Redactieoverleg. Uitgeefoverleg. Marketingoverleg. Internetoverleg. Maar ik doe het wel allemaal relaxed. Dat gesprek met de uitgeverij bijvoorbeeld had ook in een kwartier gekund: wat gaan we doen, wie doet wat, hop en verder. Maar dat wil ik niet. We drinken koffie en praten: wat speelt er bij jullie, wat speelt er bij ons, wat zijn de trends. Dan duurt zo’n afspraak al gauw twee uur.”

Dus die dagen zijn ook zo lang doordat u de tijd neemt?

„Ja. Ik probeer in alles wat ik doe de rust te nemen om het goed te doen. Niet: vlug, vlug en dan naar yoga. Dat doen veel mensen maar dat is onzinnig. Wat ik wil is: kijken, praten, weer kijken, nog een keer praten. Ik wil elk nummer van het blad als het ware organisch laten groeien. Maar het is niet gemakkelijk hoor. Vaak spreek ik mezelf ’s morgens onder de douche toe – ik ga het weer proberen vandaag. Ik ga weer proberen aandacht en rust uit te stralen.”

Zolang wij hier zitten te praten blijft de deur dicht, de computer afgesloten en de telefoon uit?

„Ja. Nou, ik geloof dat mijn telefoon nog aanstaat. Maar ik probeer het wel. Ik probeer met mijn geest daar te zijn waar ik zit, in plaats van in mijn hoofd stiekem al weer bij het volgende onderwerp te zijn. Of nog bij het vorige. Of bij drie dingen tegelijk. In de herrie van het leven bij jezelf blijven is een hele kunst.”

Wat is er mis met snel?

„Niks, natuurlijk. Behalve dan dat stukken slordig en ondoordacht tot stand komen: snel geschreven, snel geredigeerd, snel nog even een kop erboven. Zo ging het vroeger bij de krant. (Van Oord werkte bij de Provinciale Zeeuwse Courant en De Telegraaf, red.) Toen mijn dochter werd geboren was ik het opeens zat. Ik denk dat veel vrouwen dat hebben. Op zo’n belangrijk moment in je leven wil je je plaats in de wereld bepalen: dit ben ik, hier sta ik voor. In mijn geval betekende het dat ik in kleine kring iets tot stand wilde brengen, op mijn eigen manier. Dat werd een glossy over buitenleven: Seasons. Totdat dat te groot en daardoor ook weer te snel werd.”

Happinez is dan uw eigen levensverhaal?

„Ja, zo kun je het denk ik wel zeggen. En dat verhaal bleek het verhaal van veel meer mensen te zijn: een christelijke opvoeding, relaties die niet goed aflopen, werk dat leuk is maar te druk wordt. En dan op een punt uitkomen dat je denkt: ik moet van deze last af, maar wat blijft er dan nog over. Ik realiseerde me op dat moment: wat er dan overblijft dat ben ikzelf. Die gedachte heb ik ervaren als een overweldigend sterk gevoel. En met dat gevoel ben ik aan de slag gegaan. Ik ben spirituele en wijsgerige teksten gaan lezen. En toen het idee van een nieuw tijdschrift bij me opkwam, heb ik de dingen die ik had bedacht en gelezen op een rij gezet. Wat willen mensen. Mensen willen zich op verschillende manieren opladen. Dat werden de pijlers. En die heb ik vervolgens uitgewerkt. Dit wordt een interview, dat een reportage, hier heb je foto’s voor nodig. Dan heb je al het geraamte van een blad. En als dat blad er dan eenmaal ligt en een succes blijkt te worden, begrijp je: iedereen heeft momenten waarop het niet loopt. Of het loopt wel, maar het is niet genoeg. En op dat soort momenten stellen mensen zichzelf weer de ouderwetse levensvragen. De vragen van pubers. Wie ben ik. Wat wil ik.”

U hebt meer lezers gekregen dan u verwachtte.

„En jonger, ook. Onze lezeressen zijn gemiddeld veertig jaar oud. Dat betekent dus dat er net zoveel vrouwen van vijftig als van dertig het blad lezen. Terwijl ik had gedacht dat het een blad voor vrouwen van veertig zou worden, omdat ik het zelf op die leeftijd had bedacht. Veertig is van oudsher de leeftijd waarop je opnieuw gaat nadenken over wat je wil in je leven. Maar blijkbaar doen veel mensen dat nu al als ze dertig zijn. Alles gaat ook zo snel tegenwoordig: carrière maken, succes krijgen, stress hebben. En dan komt het moment ook eerder waarop je denkt: ik wil meer. Ik wil zin geven aan mijn bestaan.”

U bent hun dominee.

„Ha ha, ja, een domineetje met een preekje in een editorial. Nee hoor. Wij geven geen oplossingen. We helpen met zoeken, meer niet. We laten wegen zien: dit zou kunnen, maar dat ook.”

Begrijpt u zelf nu meer van het christelijke geloof dan toen u puber was?

„Dat denk ik wel, ja. Maar ik zal nooit meer bij het christelijk geloof uitkomen. Religies zijn interessant, maar ik wil de religie voorbij. Ik ga voor de ervaring. Het afgelopen weekeinde heb ik gezongen in een klooster. Dat vond ik mooi en mystiek.”

Mystieke ervaring, zin geven, gelukkig zijn: u gebruikt grote woorden.

„Waarom zou geluk een groter woord zijn dan verdriet? En trouwens, waarom zouden we niet groot mogen denken? Onze gereformeerde opvoeding heeft ons huiverig gemaakt voor een woord als geluk, alsof je daar niet voor mag kiezen. Maar het feestelijke en het vrolijke in het leven is het enige dat we echt willen. En kijk eens om je heen hoe mooi de schepping is. Die is toch groot bedoeld?”

Mooi is belangrijk?

„Ja, heel belangrijk. Wij maken een zo mooi mogelijk vormgegeven blad, om zo het gevoel te benaderen dat het leven mooi is. Natuurlijk is het leven ook niet mooi. Maar als je je omringt met schoonheid ziet het er al een stuk beter uit.”

Veel mensen slijten hun dagen in lelijke kantoortuinen.

„Dat is waar. En ik weet ook wel dat ik een bofkont ben. Maar ik bof ook door wat ik zelf heb gecreëerd. Ik heb voor dingen gekozen. Ik kies ervoor dat er bloemen op mijn bureau staan. Dat kan iedereen doen.”

Kan Happinez ook te groot en te druk worden?

„Dat is het eigenlijk al. In het begin had ik nog tijd om een boek te lezen als dat op mijn bureau belandde. Er was geen onderscheid tussen leven en werken. Het was leven en toevallig kwam daar ook nog een tijdschrift uit voort. Maar nu is het werk geworden. En daarom houd ik er op een dag ook weer mee op. Ik moet trouw blijven aan mezelf. Het zou raar zijn als dit tijdschrift niet meer klopte met mijn leven.”