Mozart wist al: Wilders heeft ongelijk

Johan Simons noemt zijn regie van Mozarts opera Die Entführung aus dem Serail een westers sprookje in een nadrukkelijk fictieve wereld. „De vergeving komt hier niet van Europa, maar van de islam.”

Johan Simons foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Amsterdam, 28-01-08. Johan Simons, regiseur van de opera "Die Entfuhrung aus dem Serail" van W.A. Mozart, bij de Nederlandse Opera. Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

Eindelijk komt de Spaanse edelman Belmonte op, om zijn ontvoerde geliefde Konstanze te bevrijden. Hij barst uit in een liefdesaria en omhelst geknield haar benen. Maar Konstanze kijkt geërgerd. Ze heeft dan wel haar hart aan Belmonte beloofd, maar ze had het best naar haar zin in de Turkse harem van Bassa Selim. Ze wil niet bevrijd worden. Ze gaat zelfs even boos weg, achter het gordijn van gouden glittertjes. Dan herpakt zij zichzelf en keert blij kijkend terug, voor het voorgeschreven liefdesduet.

Woensdagmiddag, op het grote podium van het Amsterdamse Muziektheater repeteert regisseur Johan Simons aan Die Entführung aus dem Serail.Die Entführung aus dem Serail De opera van Mozart gaat dinsdag bij De Nederlandse Opera in première.

Simons over de weerzin van Konstanze om bevrijd te worden: „Ze past veel beter bij Bassa Selim, de Turkse heerser die haar ontvoerde. Tussen hen zie je seksuele spanning, ze lachen veel samen. Dat met Belmonte is een verstandshuwelijk. Dat heb ik extra aangezet in mijn regie. Je ziet Konstanze verder gaan met Bassa Selim dan gebruikelijk. Ze tongzoenen, ze stoeien. De Amerikaanse sopraan Laura Aikin speelt Konstanze; die is ongelooflijk. Ze kan werkelijk in alle standen zingen.”

Toen Simons twee jaar geleden zijn eerste opera regisseerde, bij de Opera in Parijs, werd hij avond aan avond beloond met een koor van boegeroep. Vlak voor hij dan het podium opliep, om applaus te halen, belde hij zijn vrouw en stak zijn mobiele telefoon de zaal in, zodat zij thuis in Gent van de boe’s kon meegenieten. De afkeuring beschouwde hij als een compliment. De Parijse Opera had hem immers gevraagd in de hoop dat hij met een politiek getinte regie het publiek tegen de haren in zou strijken.

Nu de gevierde toneelregisseur zijn tweede opera in Amsterdam regisseert, is wederom duidelijk waarom Simons gevraagd is. En dat is nog afgezien van zijn grote staat van dienst: hij maakt spraakmakend politiek theater over gevoelig liggende, Europese problemen, vooral over de heersende angst voor moslims en andere niet-westerse nieuwe bewoners. In zijn bejubelde toneelstuk Platform, naar de roman van Houellebecq, dwaalde bijvoorbeeld een dode islamistische zelfmoordterrorist in onderbroek over het podium, die als een kwelgeest de westerlingen om de oren sloeg met kritiek op het Westen die eigenlijk uit henzelf kwam. De zelfmoordterrorist fungeerde als ons geweten.

Ook Die Entführung, over een groepje westerlingen dat na ontvoering in een Turkse harem terechtkomt, leent zich uitstekend voor commentaar op de verstoorde Oost-West-verhoudingen.

Na de herenigingsscène van Konstanze

en Belmonte, loopt Simons het podium op en gaat met Laura Aikin op een witlederen oliesjeik-bank zitten voor overleg. Ondanks de imponerende afmeting van de zaal, en het wolkje van assistenten, dramaturgen, en toneelmeesters dat om Simons heen hangt, is de sfeer rustig en intiem. Dat ligt aan Simons’ onverstoorbare gemoedelijkheid, maar ook aan het decor dat hij gebruikt.

In plaats van het 26 meter brede podium volledig te benutten, zoals directeur Pierre Audi bijvoorbeeld in zijn Ring deed, benadrukt de Duitse decorontwerper Bert Neumann de leegte door er een knus nachtclubtheatertje in oriëntaalse sfeer op te zetten. Alles gebeurt op een piepklein podiumpje, omringd door een grof geschilderde billboard met een harem, een baardige sultan en drie buikdanseressen; een kopie van het 19e-eeuws schilderij Les Almées van P.-L. Bouchards. Alles lekker schmalzig kitscherig, ver verwijderd van de strakke, hoogst esthetische decors die Pierre Audi hier doorgaans neerzet. Simons: „Deze opera verwijst wel steeds naar de werkelijkheid, maar heeft niets met de werkelijkheid in de Arabische wereld te maken. Ik wil geen actueel realisme, ik wil een westers sprookje in een nadrukkelijk fictieve wereld. Daarom leek het ons aardig om het cliché flink te overdrijven. De Bollywood-aanpak. Het is een wereld van bordkarton, van façades, die uiteindelijk worden omgetrokken.”

De politieke lading in Die Entführung is geen gezochte ingreep van een hippe concept-regisseur; die lading heeft de opera altijd al gehad. Mozart schreef de opera in Wenen in 1782, bijna honderd jaar nadat de Turken voor de stad lagen. De angst voor de Turken zat er goed in, en werd handig uitgebuit door de monarchie, om het nationalisme te voeden. Dat had hij nodig om het multiculturele keizerrijk bijeen te houden. De strijd liep ook door. Vlak ervoor had keizer Joseph II een pact met Rusland gesloten om samen tegen de Turken te vechten. Tegelijkertijd waren er veel Turken in Wenen, voor de handel. Angst en fascinatie voor de Turk was in Mozarts tijd even levendig als nu de angst voor de islam.

Simons: „Ik wil hetzelfde als Mozart vertellen: dat het niet allemaal koppensnellers zijn. Dat Geert Wilders ongelijk heeft. Het gaat over westerlingen in een Turkse harem. De Turkse heerser heeft alle reden om wraak op hen te nemen. Zijn westerse geliefde, die hij met respect heeft behandeld, houdt hem aan het lijntje en wil stiekem weglopen. Bovendien is hij ooit mishandeld door de vader van zijn westerse rivaal Belmonte. Dus als toeschouwer denk je: ‘kop eraf, zo gaat dat bij de Turken’. Maar Bassa Selim laat de westerse vijand ongedeerd vertrekken. Hij zegt tegen Belmonte: ‘Mijn afschuw voor uw vader is te groot om hem na te volgen. Vaar huiswaarts en vertel hem dat u in mijn macht was, en dat ik u vrijliet, opdat u hem kunt zeggen dat het een veel groter genoegen is onrecht met recht te vergelden, dan kwaad met kwaad.’ De vergeving, de menselijkheid, de Verlichtingsgedachte komt hier niet van Europa maar van de islam. Dat is een mooie omdraaiing die in Mozarts tijd ook al voor ongemakkelijk geschuifel zorgde.”

Die Entführung staat in de traditie van het oriëntalisme: de romantische fascinatie voor de Arabische en Aziatische wereld, gebaseerd op een vertekend, plat beeld. Die fascinatie was een mengeling van enerzijds afkeer voor vermeende machtswellust, onbetrouwbaarheid en wreedheid, en anderzijds bewondering voor macht en schoonheid. Belangrijk onderwerp van fascinatie was de vermeende losse seksuele moraal in harems: die kon je openlijk afkeuren en heimelijk begeren. De opera is ook te duiden als voorbeeld van occidentalisme: de oosterse fascinatie voor het Westen. De Turken in de opera praten in dezelfde clichés over het Westen als de Europeanen over het Oosten. De beelden die Oost en West van elkaar hebben, spiegelen elkaar. Gaat de opera nu over Oost of over West?

Simons: „Geen van beiden eigenlijk. Het gaat over omgaan met De Ander, die wordt gebruikt als spiegel van de eigen angsten en verlangens. Alle personages hebben allerlei veronderstellingen over wat de ander denkt en wil, en nemen nauwelijks de moeite om deze aan de werkelijkheid te toetsen. Dat spel met vooroordelen gebruikt Mozart trouwens niet alleen in de relatie tussen oosterlingen en westerlingen, maar ook in de relatie tussen bazen en knechten, en tussen mannen en vrouwen. Waarbij opvalt dat de vrouwen veel meer open staan voor verandering dan de starre mannen.”

Simons heeft de opera niet zelf

uitgezocht. „Nee, dat heeft directeur Pierre Audi voor mij gedaan. Alleen al daarmee toont hij een groot intendant te zijn, want deze opera past precies bij mij: hij sluit naadloos aan bij mijn toneelwerk. Het is geen opera maar een Singspiel, waarin de gespeelde scènes, zonder muziek, even belangrijk zijn als de aria’s en duetten. Het is de bedoeling dat je het echt verstaat, daarom is de tekst ook niet in Italiaanse poëzie, maar in Duits proza. De dirigent, Constantinos Carydis, zegt steeds tegen de zangers: ‘niet zingen, maar spreken!’ Ik probeer, geheel in de geest van Mozart, spel en muziek zoveel mogelijk te integreren. De fermates, de stille maten, benut ik als momenten van bezinning, inzicht. En tijdens een van de aria’s wordt bijvoorbeeld een bediende aan zijn haren getrokken. Hij schreeuwt het dan uit, precies passend in de muziek.

„De actuele politieke strekking past inderdaad ook bij mijn werk. De personages staan voor met elkaar botsende ideeën, zijn in debat met elkaar. Tegelijkertijd zijn het échte, ronde personages, geen typetjes, die los van waar ze vandaan komen hun eigen keuzes maken. Mozart werkt ook niet met hoofd- en bijrollen, zoals Verdi. Een ieder draagt zijn eigen drama mee, of komt zijn eigen drama tegen. En hij heeft altijd sterke vrouwenrollen.”

Mozart past ook goed bij Simons omdat de componist de tragische opera seria en de komische opera buffo combineert: een serieus verhaal met humor verteld. Zo doet Simons dat ook graag: hoe zwaar ook zijn thematiek, zijn voorstellingen hebben altijd veel lucht, en ironische in- en uitstapmomenten. En dit mag dan pas zijn tweede opera zijn, hij maakt wel al jaren muziektheater, bijvoorbeeld Sentimenti, een grootse voorstelling over interculturele liefde in de kolenstreek, met aria’s van Verdi.

Simons: „Omdat ik bij mijn toneelgroep Hollandia zo lang met componist/regisseur Paul Koek heb samengewerkt, weet ik inmiddels wel wat van muziek, maar ik weet geen flikker af van opera. Het grote verschil met toneel is de grote vrijheid in tijdsbeleving. Op toneel kun je ‘ik hou van jou’ zeggen, en dat duurt dan twee seconden. In opera kun je daar een minutenlange aria van maken. Als je in een toneelstuk een wereldrijk wil laten instorten, moet je daar minstens vijf uur voor uitrekken. In een opera kun je dat in tien minuten doen, zonder ongeloofwaardig te worden. Het is dus hollen of stilstaan bij opera, bij toneel moet dat veel gelijkmatiger. Dat komt allemaal door de muziek, die kan iets veel makkelijker en indringender duidelijk maken dan het gesproken woord.”

Op het podium van de opera wordt nu

het drinklied ‘Vivat Bacchus’ geoefend. Bediende Pedrillo, gespeeld door tenor Michael Smallwood, zit op de witte bank en giet slaapdrank in de wijn van harembewaker Osmin, opdat de westerlingen kunnen ontsnappen. De bas Kurt Rydl, die Osmin speelt, struikelt over de champagne-emmer en maakt er een kluchtig dronkemansnummer van. Alleen, de wisseltruc met de wijn komt er niet zo uit. Simons zegt na de scène tegen Smallwood: „Je moet een geluid maken, een kuchje of gerinkel ofzo, zodat het publiek even naar jou kijkt.”

Simons is niet het soort regisseur dat zijn spelers in een strak concept drukt. „Kurt Rydl is nu zestig jaar en wereldberoemd. Hij heeft de rol van Osmin tientallen malen gespeeld, en hij heeft al evenzoveel regisseurs en hun interpretaties overleefd. Ga die man maar eens vertellen wat hij moet doen. Toch, na een dag of twee had hij door dat ik in ieder geval mijn vak versta, en ging hij met mij meedenken over zijn rol. Bij zijn suggesties zit natuurlijk ook veel wat ik niet gebruik. Maar op deze manier maak ik hem wel betrokken bij mijn regie-concept.”

Dat opera de regisseur minder vrijheid gunt dan het toneel, vindt Simons geen bezwaar. „Meer dan toneelregie is operaregie een toegepaste kunst. Eerst komt de componist, dan de librettist, dan de dirigent, en dan komt ik misschien nog eens. Als ik mijn stempel op de opera wil drukken, moet ik me dus omhoog vechten. Ik moet binnen de strenge grenzen blijven die Mozart mij oplegt, maar dat is alleen maar aangenaam duidelijk. Bovendien, hij heeft het zo helder en precies geschreven dat alles klopt. Wat zal ik daar nog aan willen veranderen?”

5-28 febr. Muziektheater, Amsterdam. Info 020-625 5455 of www.dno.nl. Er zijn nog kaarten.