Minister mag best een oppositielid benoemen

Mag een minister een Kamerlid in een raad van toezicht benoemen? Ja, zei de Kamer gisteren tegen de benoeming van Kamerlid Atzo Nicolaï.

Of het dankzij zijn ‘charmante onhandigheid’ was of niet: minister Plasterk van OCW hield zich gisteravond moeiteloos staande in het debat over de vraag of hij een prominent lid van de oppositie tot voorzitter van de raad van toezicht van het op te richten Nationaal Historisch Museum in Arnhem mocht benoemen. Uiteindelijk stemden alleen SP en PVV tegen.

Zondag meldde Plasterk in Buitenhof nogal terloops de benoeming van VVD-Kamerlid, ex-minister en ex-staatssecretaris Atzo Nicolaï tot toezichthouder. Dat wekte de toorn van SP-leider Jan Marijnissen. Hij ziet het museum, dat de vaderlandse geschiedenis voor een breed publiek moet ontsluiten, als zijn geesteskind. Juist wegens de vele politieke valkuilen – moet het museum kritisch of trots op Nederland zijn? – wilde Marijnissen geen politicus als boegbeeld. Bovendien zou de benoeming staatsrechtelijk onzuiver zijn. Marijnissen: „Een Kamerlid moet een minister controleren, niet adviseren.”

Die kritiek leek even breed gedragen, toen het CDA-Kamerlid Van Vroonhoven-Kok zich tegen de benoeming keerde. Gisteren bleef ze kritisch, maar stemde ze niet tegen de benoeming. Dat viel te verwachten: woensdag liet de VVD al weten dat CDA-fractieleider Pieter van Geel zijn Kamerlid had teruggefloten. Andere partijen vonden dat de procedure geen schoonheidsprijs verdiende, maar maakten er geen halszaak van.

Aan de kwaliteiten van Nicolaï ligt het niet, bleek gisteren: iedereen vindt hem uitermate geschikt. De VVD’er kon de complimenten niet zelf in ontvangst nemen: hij legde maandag al zijn woordvoerderschap Cultuur neer. Maar het draaide om een staatsrechtelijke kwestie: mag een minister een Kamerlid in een raad van toezicht benoemen? Het CDA maakt hiervan normaliter nooit een punt, aldus de VVD. Met name in de landbouwhoek zou het wemelen van CDA-Kamerleden met dubbele petten. Wellicht wilde het CDA striktere regels voor nevenfuncties opstellen?

Een steek onder water, riposteerde CDA’er Van Vroonhoven, want Kamerleden moeten toch „met de voeten in de modder staan en geworteld zijn in het maatschappelijke middenveld”. Daarmee zijn het geen ‘halve ambtenaren’ die in een hiërarchische relatie tot de minister staan. Nicolaï wel? Behalve dat zijn raad van toezicht gaat over een groot, politiek zeer beladen project, wist gisteren niemand duidelijk te maken waarin deze nevenfunctie zich van andere onderscheidde.

Ook de andere bezwaren ontmantelde Plasterk in zijn weerwoord elegant. Hij vond niet dat de Staat zich mocht bemoeien met de inhoud van het museum. Maar een toezichthouder was er om fondsen te werven en te onderhandelen met gemeenten, provincies en museumbesturen – andere musea dienen te worden overgehaald delen van hun collectie aan de nieuwkomer af te staan. In dat profiel past een bestuurlijk zwaargewicht met een groot netwerk in de culturele hoek, aldus Plasterk. En dat zijn in Nederland qualitate qua eveneens politici.

Over de inhoud ging een door de raad van toezicht te selecteren directeur; Plasterk zag wel wat in een idee van Marijnissen om een curatorium van politici als waakhond aan te stellen. Of Nicolaï zijn Kamerlidmaatschap met dit alles kon combineren, was niet aan hem om te beoordelen. Van ondergeschiktheid aan de minister was in elk geval geen sprake.

Daarmee had de Kamer vrede. Wat rest was een kwestie die D66-leider Pechtold aan de orde stelde: mag een minister de indruk wekken dat hij „de oppositie wegpromoveert”? Als Kamerlid toonde Nicolaï toonde zich eerder kritisch over Arnhem als locatie en het in zijn ogen geringe jaarbudget van 12 miljoen euro. De benoeming van de VVD’er zal weerstand tegen museumplannen uit liberale hoek bij voorbaat minimaliseren. Maar op dat bezwaar ging Plasterk gisteren nauwelijks in.