‘Lang leve de dubbele standaard’

Er moet weer respect voor mannelijkheid komen én voor het feit dat man van vrouw van elkaar verschillen. Aldus de Amerikaan Harvey Mansfield, die inmiddels her en der beruchtheid geniet.

Natuurlijk waren ze weer boos. Filosoof Harvey Mansfield vond de dag voor ons gesprek publicisten Stine Jensen en Stephan Sanders tegenover zich tijdens een debat in De Rode Hoed, en kreeg van hen de tegenwind die hij al krijgt sinds voorjaar 2006, toen zijn boek Manliness (Mannelijkheid in de Nederlandse vertaling) in de VS verscheen. In Manliness verdedigt Mansfield de man, de stoere, mannelijke oerman. De meeste vrouwen, met de ‘gevoelige’ mannen – een term van de auteur – in hun kielzog, vinden dat maar niets.

Het kostte al moeite om voor Manliness een uitgever te vinden. Bij Yale University Press durfde een vrouwelijke redacteur het aan om het manuscript onder haar hoede te nemen, maar bij andere uitgeverijen ging het volgens Mansfield ook steevast naar een vrouw ter beoordeling, en die wees het dan af. Na de verschijning gebeurde hetzelfde: op één na maakten de vrouwelijke recensenten er gehakt van. Bijval kreeg Mansfield vooral uit conservatieve hoek, waar hij al langer ‘een zekere beruchtheid’ geniet, zegt hij met een glimlachje.

Maar Mansfields pleidooi voor een eerherstel van mannelijkheid is genuanceerder dan de stereotype reacties doen vermoeden. Hij ziet mannelijkheid als een cluster van deels aangeboren, deels gecultiveerde eigenschappen die, als ze niet in banen geleid worden, uitwegen vinden waar niemand iets aan heeft. Agressiviteit leidt dan tot vernielzucht; veroveringsdrang tot seksuele bandeloosheid; idealisme en het verlangen om een held te zijn tot oorlogen en terrorisme. Wordt mannelijkheid gekanaliseerd in andere richtingen, dan kan het tot grootse dingen leiden. Maar daarvoor moet eerst wel het bestaan ervan worden erkend.

Zit de man zo in het nauw, tegenwoordig?

„Hij is in de war, omdat de vrouw in de war is. Vrouwen zijn in verwarring over het verschil tussen thuis en werk. Die twee werelden zijn in conflict met elkaar. Om op je werk succesvol te zijn, moet je je van afleiding afsluiten; je moet single-minded zijn, gefocused. Om thuis als moeder succesvol te zijn, moet je juist alles opmerken, en moet je openstaan voor onderbrekingen. Kinderen denken dat ze recht hebben op honderd procent van je tijd. Dat moet je als moeder niet alleen tolereren, je moet het verwelkomen. Die twee totaal verschillende levenswijzen zijn voor een vrouw heel moeilijk samen te voegen. Hieruit vloeit de verwarring van mannen voort: zij weten niet meer wat vrouwen van ze willen of verwachten, en ze vinden niet dat ze als mannen worden gerespecteerd.

„Alle Westerse, democratische landen zijn momenteel bezig met een experiment: we proberen om een sekseneutrale samenleving te creëren, waarin mensen aan hun sekse geen rechten, geen plichten, geen plaats meer ontlenen. Dat is iets nieuws. In Plato’s Politeia en Aristophanes’ Vrouwenparlement uit de vierde eeuw voor Christus wordt er al wel over nagedacht, maar het is nog nooit geprobeerd. Het is moeilijk; het is zelfs de vraag of het wel kán. Toch wordt er nu gedaan alsof het niets speciaals is. Niemand gaat meer achterover zitten om naar de ‘big picture’ te kijken. Intussen heerst alom verwarring.”

Maar is verwarring slecht? Sommige koppels slagen erin om vanuit die sekseneutraliteit tot een nieuwe rolverdeling te komen, waarbij de man thuis goed tot zijn recht komt, en de vrouw op de werkvloer.

,,Dat is het ideaal van de sekseneutrale maatschappij: iedereen kiest wat hem of haar het beste ligt, en het resultaat is een soort complementair leven. Ik denk dat de man die ervoor kiest om thuis te blijven een uitzondering is, en blijft. De statistieken uit de VS laten zien dat mannen nu ongeveer eenderde van het huishouden doen, terwijl ze tweederde van het gezinsinkomen binnenbrengen. Het merendeel doet dus niet de helft van het huishouden. In een sekseneutrale maatschappij bestaat daar geen rechtvaardiging meer voor; als een vrouw het wil, heeft ze dus altijd wel iets aan te merken op haar man. Ze kan hem gemakkelijk als een ergernis gaan zien. Dat zorgt voor disharmonie in het gezin, en voor echtscheidingen. Ik weet wel dat er ook binnen het huwelijk veel ongeluk kan bestaan, met name voor vrouwen, maar scheiden is meestal niet goed, noch voor de twee partners, noch voor de kinderen.”

Biedt mannelijkheid hier een uitweg?

Mansfield lacht even. „Het is geen gemákkelijke uitweg. Maar er moet weer erkenning of respect voor mannelijkheid komen, en voor het feit dat man van vrouw van elkaar verschillen. Nu is er voor mannelijkheid nauwelijks terrein over: het mag zich op en rond het sportveld manifesteren, en verder uit het zich in idioot gedrag, met als enige doel om iedereen te ergeren. Mannen hebben een verantwoordelijker bezigheid nodig: vader zijn, beschermer zijn. Daarin schuilt voor een man een groot geluk. Ik heb dat zelf aan den lijve ondervonden toen mijn kinderen nog klein waren.

„Vrouwen moeten daarom ophouden met te beweren dat het hun ideaal is om onafhankelijk te zijn, van mannen en van kinderen. Dat is ze door feministen aangepraat, en het is een grote leugen. Mensen zíjn niet onafhankelijk – wij zijn parende dieren, daarin vinden we ons geluk. Een onafhankelijk leven in die zin is een leven zonder liefde, want liefde maakt je afhankelijk van een ander. Dat zien feministen niet. Die zeggen dat het een keuze is. Maar ik ken veel vrouwen die als twintigers en dertigers maar wat rondspelen, en die er dan achter komen dat ze een kind willen, en dan is het soms te laat. Die vrouwen zijn mooi, intelligent, het zijn prizes, en toch hebben ze het moeilijk.”

Maar wat zegt u tegen vrouwen die ervan overtuigd zijn dat hun vrijere levensstijl ze gelukkig maakt? ‘Jullie zijn ongelukkig, alleen weet je dat zelf nog niet’?

Mansfield, grinnikend: „Dat klopt ja, dat zeg ik! De vrouwen met wie ik in debat ga, en voor wie ik dit boek heb geschreven, zijn doorgaans intelligent en hoog opgeleid, ze hebben interessant werk. Dat willen ze niet kwijt, en terecht – ik vind ook dat vrouwen carrières mogen hebben, we hoeven niet terug naar het oude patriarchaat. Het huishouden is door alle technische vooruitgang ook niet meer zo veeleisend meer als vroeger, en geboortes en opvoeden kosten minder tijd. Dus zelfs als je kinderen hebt, komt er een dag waarop je iets te doen nodig zult hebben.

„Maar feministen vergeten dat voor een vrouw die in een supermarkt achter de kassa zit, ‘werk’ helemaal niet zoveel beter is dan het huishouden. Die vrouw is thuis misschien veel gelukkiger. In de VS zijn er alleenstaande moeders die dankzij een uitkering voor hun kinderen kunnen zorgen, en zij vinden dat léuk, net als het feit dat er geen vader meer in huis is. Die vaders zijn vaak weinig bewonderenswaardige types. Ze zijn onverantwoordelijk, ontrouw.

„Dat is deels ook een erfenis van de seksuele revolutie. Op het gebied van seks is de sekseneutrale samenleving veel minder geslaagd dan op het werk. Er is getracht om gelijkheid te bereiken door de dubbele standaard op te heffen, maar die dubbele standaard was juist voor vrouwen voordelig. Zíj raken zwanger, zij krijgen vaker geslachtsziekten, en het belangrijkste: hun harten worden gebroken. Mannen lijden nu eenmaal minder emotionele schade door seks. Maar zij raken ook beschadigd door een te losse seksuele moraal.”

Mannen moet dus weer geleerd worden dat trouw zijn mannelijk is, en eervol. Wie moet dat doen?

,,Ouders moeten ermee beginnen natuurlijk, maar de verleidingen komen pas later. Op campussen in de VS zijn er nu hook-ups, totaal vrijblijvende seksuele ontmoetingen, en dispuutsfeesten waarop vrouwen zich in een rij voor de mannen opstellen om al dan niet voor seks te worden uitgekozen. En die vrouwen onderwerpen zich daaraan! De remedie: zorg dat een man verliefd op je wordt, en zeg tegen hem dat je géén seks wilt tot je gaat trouwen, omdat je serieus bent. Dat werkt. De enige die een man dit soort dingen kan bijbrengen, is de vrouw.”

Harvey Mansfield: Mannelijkheid. Vert. Willem van Paassen. Meulenhoff, 388 blz. € 25,–