‘Kunstsubsidie maakt lui en gemakzuchtig’

De reacties uit de kunstwereld op de voorstellen van de commissie Cultuurprofijt zijn gemengd. „Het moet wel realistisch zijn.”

De Nederlandse kunstwereld stemt in grote lijnen in met de voorstellen tot verzakelijking, die de commissie Cultuurprofijt gisteren deed aan minister Plasterk (Cultuur). Maar er wordt ook gewaarschuwd voor al te algemene normen aangezien de verschillen tussen kunstinstellingen groot zijn.

De commissie stelt voor de eigen inkomsten van de kunstsector te verhogen en daar normen voor te stellen. Instellingen die daarin slagen krijgen extra geld en dat wordt opgebracht door boetes die worden betaald door de achterblijvers.

Kunsten ’92, de belangenvereniging waarin veel kunstinstellingen zijn vertegenwoordigd, vindt dat de commissie een aantal waardevolle aanbevelingen doet. Versterking van ondernemerschap is bij veel instellingen mogelijk. Maar de invoering vraagt wel om een zeer doordachte uitwerking, waarbij maatwerk een voorwaarde is voor succes. Nieuwe fondsen kunnen leiden tot een verdere uitholling van het cultuurbudget.

Ook de overheid staat volgens Kunsten ’92 voor een cultuuromslag. Het beleid moet niet telkens wisselen, het moet realistisch zijn en niet leiden tot onverantwoorde kortingen. Ook moeten er geen te voortvarende financiële constructies komen, zoals mislukkingen in de filmwereld hebben bewezen.

Het Contactorgaan van Nederlandse orkesten vindt dat de voorstellen meer kansen dan bedreigingen bieden. Wel moet recht worden gedaan aan de verschillende posities die orkesten hebben.

De Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen (VNT) met 85 leden heeft nog geen gezamenlijk standpunt; voordat ze tot een uitspraak komt wil ze ‘prudent’ met het voorstel omspringen. Artistiek leider Ronald Klamer van Het Toneel speelt juicht het voorstel van eigen ondernemerschap toe: „Subsidie maakt ook lui, arrogant en gemakzuchtig. Het is de plicht van elke gezelschap om kwaliteit te spiegelen aan het aantal toeschouwers. Voor lege of halflege zalen maak je geen toneel. Toneel moet ondernemerschap zijn.”

Zakelijk leider Gerrit Dijkstra en regisseur Aus Greidanus van Toneelgroep De Appel zijn het oneens met deze ‘rare, bizarre redenering’. Dijkstra: „Het is jammer dat economen steeds meer macht in de toneelwereld krijgen. Geld mag nooit een leidend principe zijn als je theater maakt. Want meer geld levert niet per se mooie voorstellingen op. Ook het principe van boete is onrechtvaardig. Soms bereik je wel voldoende zaalbezetting en dus inkomsten en soms niet, maar de kwaliteit van een voorstelling mag je daarvan nooit afhankelijk worden.” Toneelgroep De Appel heeft in verschillende subsidierondes veel tegenslag te verduren gehad, totdat de groep met voorstellingen als Tantalus en Odysseus een groot publiek wist te bereiken. Dijkstra: „We maakten die voorstellingen niet voor het geld of vanwege publieksaantallen. De artistieke overtuiging moet altijd winnen van het financiële aspect.” Volgens Dijkstra is het net alsof een klein clubje met geld zit te rommelen. „Daarvan zijn de gezelschappen die geïnteresseerd zijn in werkelijk hoogwaardig, artistiek theater de dupe.”

Zakelijk leider Bram de Ronde van het Rotterdamse gezelschap het Ro Theater vindt het rapport ‘niet verrassend’. Hij zegt dat „ondernemerschap altijd al bij het maken van toneel hoort.” Toch plaatst De Ronde vraagtekens: „Als toneelgezelschap heb je ook de taak om jong talent te ontwikkelen. We werken samen met productiehuizen als de Haarlemse Toneelschuur en Theater Frascati in Amsterdam. Jonge toneelmakers moet je een kans geven, en dan kun je hen niet meteen op economische motieven afrekenen. ”

Meer over het voorstel Cultuurprofijt op nrc.nl/kunst