‘Kinderopvang is hier te duur’

Na 18 jaar keert hoogleraar en feministe Siv Gustafsson terug naar Zweden, het land waar vrouwen veel vaker fulltime werken. „Het CDA denkt dat moeders thuis horen te zitten.”

Ze is econoom en feministe „in hart en nieren”. Hoogleraar bevolkings- en emancipatie-economie Siv Gustafsson aan de Universiteit van Amsterdam neemt vandaag afscheid.

Mannelijke collega’s waren niet altijd even enthousiast over haar bevindingen, maar: „Ik kan niet zeggen dat ik ben tegengewerkt, niet echt tenminste. Ik kon altijd naar de cijfers wijzen. ” De van oorsprong Zweedse Gustafsson (1943) heeft 95 onderzoeken gepubliceerd. Ze keert terug naar Stockholm, na 18 jaar aan de Keizersgracht gewoond te hebben.

Haar afscheidscollege ging vanmiddag over de vraag waarom Nederlandse vrouwen nog steeds veel vaker parttime werken dan vrouwen in de rest van Europa. In Nederland werkt slechts 31 procent vrouwen voltijd, terwijl in andere landen dat percentage veel hoger ligt. In Zweden heeft ruim driekwart van de vrouwen een fulltime baan.

Zijn Nederlandse vrouwen lui?

„Nee, dat denk ik niet. De Nederlandse overheid, die doet te weinig om vrouwen fulltime aan het werk te helpen. Het CDA heeft nog steeds het idee dat moeders thuis horen te zitten. Echt goede voorzieningen treffen voor werkende vrouwen, waarvoor de belastingbetaler moet betalen, daartoe is de regering niet bereid. Zij zal met meer geld over de brug moeten komen om moeders als verborgen arbeidsbron aan te boren. Vrouwen willen wel werken, maar de kosten zijn nu te hoog.

„Kinderopvang is te duur in Nederland. En als opa of oma inspringt maar een dagje ziek is, wie zorgt dan voor het kind? In Zweden zijn gemeenten wettelijk verplicht goede opvang voor ieder kind te regelen, zodat moeders weten dat ze altijd naar hun werk kunnen. Daar is geen discussie over: iedereen is het erover eens dat een goede kinderopvang een investering voor de toekomst is.”

Waarom is dat in Nederland dan niet haalbaar?

„Nederlanders kijken te veel op de centen. ‘Wat krijg ik voor die hogere belasting terug?’ Zo werkt de arbeidsmarkt niet. Bedrijven moeten op hun werknemers kunnen bouwen en vrouwen kunnen alleen een betrouwbare arbeidskracht zijn als voor elk kind opvang is geregeld.”

Wil de Nederlandse vrouw niet gewoon liever thuis, bij de kinderen zijn?

„Dat zeggen mijn mannelijke collega’s ook altijd: ‘Misschien wíllen Nederlandse vrouwen gewoon niet werken’. Zij denken dat het een cultuurverschil is en de vrouwen hier andere prioriteiten hebben dan in Zweden. Maar die preferenties vallen niet in absolute zin te meten. Dat maakt hun argument zwak. Bovendien, als Nederlandse vrouwen liever bij hun kind blijven, hoe verklaar je dan dat een kind van drie maanden oud naar de crèche gaat? In Zweden is dat geen normaal moederlijk gedrag. Daar gaat een kind van 1,5 jaar pas naar de opvang.

„Wat wel te meten valt, zijn de kosten die gezinnen hebben in verschillende landen. Bijvoorbeeld de kosten van huishoudelijke hulp en de wasserette, maar ook beleid ten aanzien van kinderopvang en ouderschapsverlof bepalen de budgetbeperkingen. Vergelijkend onderzoek toont aan dat het voor een Nederlandse vrouw relatief duurder is om een uur ‘thuistijd’ in te wisselen voor een uur arbeid, dan voor een Zweedse. De belangrijkste duurdere kostenpost is de kinderopvang, daarnaast verschilt het ouderschapsverlof sterk.”

Betaalt de Zweedse overheid behalve de kinderopvang ook niet het ouderschapsverlof?

„Ja, ouderschapsverlof is ook voordeliger geregeld, waardoor vrouwen sneller fulltime aan de slag gaan. Werkende ouders krijgen samen 18 maanden betaald verlof, waarbij de overheid in het eerste jaar 80 procent van het laatste inkomen uitbetaalt. Werkgevers zijn ook verplicht ouders weer in dienst te nemen. Vaak blijven beide ouders beurtelings een of twee dagen per week doorwerken tijdens het verlof, om niet uit de roulatie te raken. Dan zie je mannen met in de ene hand een mobiele telefoon, de andere hand aan de kinderwagen.

„Om nog een andere reden is het onlogisch dat hier minder vrouwen fulltime werken dan in Zweden. Als werkgevers hogere lonen bieden, groeit het arbeidsaanbod. Maar uit onderzoek blijkt dat een Nederlandse vrouw geen hogere loonsverhoging vraagt dan een Zweedse voor een uur extra werk. De elasticiteit van het arbeidsaanbod verschilt dus niet tussen Nederland en Zweden.”

In 2000 voorspelde u dat in het jaar 2030 de emancipatie voltooid zou zijn en vrouwen wat baan en inkomen betreft gelijk zouden zijn aan mannen. Komt u daar van terug?

„Ja, ik was toen te optimistisch over de Nederlandse politiek. Die heeft onvoldoende gedaan om de juiste voorwaarden te scheppen. Vrouwen gingen in 2000 massaal de arbeidsmarkt op, maar in deeltijd en daar is het bij gebleven.

„Ik vind nog steeds dat vrouwen net als mannen recht hebben op een gezin én een baan. Mijn moeder was huisvrouw en zei altijd, zorg dat je een opleiding doet zodat jij geen huisvrouw hoeft te worden. Dat willen jonge meisjes ook niet: die willen financieel onafhankelijk zijn. Maar om dat te realiseren, moet de kinderopvang verbeteren. Financieel zelfstandig ben je niet als je twee of drie dagen per week werkt. ”