Kabylië bolwerk van Algerijnse extremisten

In het Algerijnse stadje Thénia getuigen opengereten gebouwen van de zelfmoordaanslag van dinsdag. Het gebied wordt gezien als bolwerk van moslimextremisten.

„Dinsdag, om half zeven in de ochtend, ramde de 27 jaar oude Hamza Abou Abderrahmane – een dappere, jonge leeuw van Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb – een voertuig met 650 kilo explosieven aan boord in het bureau van de gerechtelijke politie van Thénia”, aldus een via internet gepubliceerd communiqué. Daarmee eiste de Algerijnse tak van Al-Qaeda, die naar eigen zeggen is gevormd uit de Algerijnse extremistische Salafistische Groep voor Prediking en strijd (GSPC), ook deze dodelijke aanslag tegen de Algerijnse staatsmacht op.

De ontploffing sloeg een meters diepe krater in het wegdek in een nauwe straat in Thénia te midden van woningblokken. Vlakbij werd de zijgevel opengereten van het lokale hoofdkwartier van de mobiele brigade van de gerechtelijke politie. Twee politieagenten en twee burgers werden gedood en er vielen tientallen gewonden.

Volgens de veiligheidsdiensten is een erger bloedbad op het nippertje voorkomen doordat agenten die voor het gebouw de wacht hielden, de aanstormende wagen onder vuur namen voordat de zelfmoordterrorist zijn doel kon bereiken.

De zeven gebouwen die in de omgeving van de explosie staan werden zwaar beschadigd door de kracht van de knal. Van het politiegebouw ligt de voorkant eruit. De gaten in het gebouw zijn met zwarte plasticfolie afgedekt.

Buurtbewoner Ali, 35, zegt dat het niet de eerste keer was dat dit politiebureau mikpunt was. „Mijn vader, Boulem Bourahlu, werd 26 september 1996 bij een aanslag met een bomauto, nota bene een ziekenwagen, gedood, samen met een politieagent.”

Ali is pas getrouwd. Hij ziet de toekomst heel somber in. „We hebben geen leven, alles staat hier stil. De meeste mensen hier willen nu weg, naar de Verenigde Staten of naar Frankrijk, het maakt niet uit waarheen.”

Thénia is een kleine stad – ongeveer 20.000 inwoners – op 50 kilometer ten oosten van de Algerijnse hoofdstad Algiers. De bevolking leeft er hoofdzakelijk van landbouw, kleinhandel en dienstverlening. Het stadje ligt op de westelijke grens van het Berberse Kabylië, in de provincie Boumerdès.

De meeste mensen hebben geen idee wie er achter de jongste aanslag zit. „Misschien zijn het de joden, dat zijn onze vijanden, allemaal”, zegt een omstander. Een ander houdt het op een machtsstrijd tussen buitenlandse krachten die Algerije zouden willen destabiliseren: Frankrijk en de VS vechten om invloed, betoogt hij. Weer een ander is veel voorzichtiger. „We hebben echt geen idee. De gewone bevolking leeft als in een dichte mist, en we horen iedere dag opnieuw dreigementen.”

Kabylië wordt beschouwd als bolwerk van gewapende moslimextremisten. Eind jaren negentig doodden de veiligheidsdiensten de leiders van de gewelddadige Gewapende Islamitische Groep (GIA) of namen hen gevangen.

Samen met de door president Bouteflika afgekondigde amnestie, in het kader van zijn politiek van nationale verzoening, haalde dat de angel uit de grote islamitische opstand. Wat overbleef was een steeds verder het bergachtige Kabylië ingedreven en opgejaagde groep extremisten van de GSPC, een afsplitsing van de GIA.

Sinds ruim een jaar is er een verandering merkbaar, zowel in de tactiek als in de uitgekozen doelwitten. Het gaat nu veel meer om zelfmoordoperaties tegen allerlei overheidsgebouwen, eind vorig jaar ook tegen een vertegenwoordiging van de VN, terwijl de GSPC eerder haast uitsluitend het Algerijnse leger en de politie onder vuur nam.

„De meeste mensen hier en in Thénia zijn Berbers, Kabyliërs, zoals ik”, legt Amine Boudjema uit. Hij is 33 en uitbater van een trendy pizzeria vlakbij de universiteit van Boumerdès. „Thénia is niet uitgekozen om een specifieke reden. Alle dorpen hier in de omgeving van de bergen worden bedreigd. De terroristen komen vanuit heel Algerije hierheen, wegens het terrein, de bergen en de bossen. Ze zijn zo goed als ongrijpbaar, en ze maken ons leven tot een hel.”

Sinds de aanslag zijn de veiligheidsdiensten en het leger opvallend aanwezig langs de weg en in de stad. Op bruggen en bij andere knooppunten staan controleposten van het leger en de gendarmerie, de wapens in de aanslag. Vrijwel elk voertuig wordt doorzocht.

Het verkeer ligt, zeker na zonsondergang, nagenoeg stil. „Mijn personeel slaapt vannacht op het werk, liever dan weer uren in de file te staan bij de controleposten”, legt Boudjema uit.

„De terroristen kunnen toeslaan waar en wanneer ze maar willen. En de politie en het leger kunnen er niets tegen. Ze zijn niet erg talrijk, maar goed georganiseerd en ze krijgen steun uit het buitenland, van Al-Qaeda. Het is een heel netwerk. We weten uit ervaring, van jongeren die zich hier in het verleden overgaven aan de politie, dat het bijna allemaal erg jonge Algerijnen zijn. Velen zijn afkomstig uit deze door Algiers achtergestelde streek, uit dorpen zoals Zemmouri.”

Volgens de onafhankelijke krant Liberté was Hamza Abou Abderrahmane amper drie maanden geleden door de GSPC gerekruteerd. Hij kwam volgens de veiligheidsdiensten uit Zemmouri. Zijn naam staat op een openbare lijst van 33 zelfmoordkandidaten – allemaal jonge Algerijnen die al een tijdje door hun familie als ‘vermist’ zijn opgegeven.