‘Hij kan nog geen mier doden’

De Chinese dissident Hu Jia, die eind december in zijn woning in Peking werd opgepakt, is officieel in staat van beschuldiging gesteld. Hij zou het staatsgezag ondermijnen.

„Wanneer een vriendje door zijn ouders werd geslagen zei hij: ‘Je moet mijn vriendje niet slaan’. En als hij bedelaars op straat zag dan gaf hij hen zijn laatste geld”, aldus moeder Feng Juan over haar zoon Hu Jia. De Chinese mensenrechtenactivist werd deze week in staat van beschuldiging gesteld wegens het aanzetten tot ondermijning van het staatsgezag.

Hu (34) werd 27 december door tientallen veiligheidsagenten uit zijn appartement in Peking gehaald. Zijn familie was woensdag al ingelicht maar zijn advocaat ontving vandaag pas officiële bevestiging. Gisteren mocht de vader van Hu, een vooraanstaand wetenschapper, zijn zoon bezoeken. Het Europees Parlement heeft zijn vrijlating geëist en de Verenigde Staten hebben zijn zaak aangekaart bij de Chinese autoriteiten.

Volgens Hu’s advocaat Li Jinsong heeft de politie niet meegedeeld waarop de aantijgingen gebaseerd zijn. Aanleiding voor zijn arrestatie zou zijn uitspraak kunnen zijn dat „het een schande is dat een van de belangrijkste mensen binnen het Olympisch organisatiecomité ook het hoofd van de Publieke veiligheidsdienst is, een commissie die verantwoordelijk is voor de schendingen van mensenrechten in China”. Hij deed die uitspraak toen hij 26 november via de webcam een vergadering bijwoonde van het Europese Unie.

De Chinese regering is bijzonder gevoelig voor dit soort uitspraken in de aanloop naar de Olympische Spelen, die komende augustus plaatshebben. Een andere dissident, voormalig fabrieksarbeider Yang Chunlin die een petitie op het internet verspreidde getiteld ‘We willen mensenrechten, geen Olympische Spelen’, werd afgelopen zomer eveneens op verdenking van het aanzetten tot ondermijning van het staatsgezag opgepakt. Hu had het voor Yang opgenomen.

Hu en zijn vrouw Zeng Yinjan zijn mensenrechtenactivisten die sinds 2006 het grootste deel van de tijd onder huisarrest hebben gestaan in een appartementencomplex dat zij ‘BOBO freedom city’ hebben genoemd. Hu is een toegewijd boeddhist die als kind al zeer betrokken was was bij milieu- en dierenbescherming. Later werd hij bekend als aidsactivist. Hij ontmoette zijn vrouw toen zij als vrijwilliger werkzaam waren in dezelfde aidsorganisatie.

Tijdens het huisarrest bleef Zeng bloggen en informatie verzamelen over boerenprotesten en andere politiek gevoelige onderwerpen. Hu maakte een film over de politiemannen die hen bewaakten getiteld ‘Prisoners in Freedom city’. Het huisarrest eindigde eind vorig jaar. Zeng Jinyan staat op dit moment onder zeer streng toezicht van de politie en mag geen bezoek ontvangen.

Zijn moeder beschrijft haar zoon als iemand die zeer zachtaardig is en tegelijkertijd nergens bang voor is. „Hu Jia houdt van China en hij is altijd bezorgd over de toekomst van zijn land. Hoe kan hem verdenkingen tot het aanstichten van ondermijning van het staatsgezag ten laste worden gelegd. Hij zou nog geen mier kunnen doden.”