Het wachten is op de doorbraak

Wat stelt Nederland biotechnologisch voor? Het mekka van de biotech is Amerika. Europa heeft een achterstand. En in Europa is Nederland een middenmoter. Vlaanderen doet het nog beter.

Hoe belangrijk is het dat biotechnologiebedrijf Prosensa uit Leiden succesvol wordt? „Daar hangt héél veel vanaf”, zegt Elizabeth Vroom, voorzitter van het Duchenne Parent Project en moeder van een zoon met de spierziekte Duchenne. De naar schatting kwart miljoen jongens wereldwijd met Duchenne missen een eiwit waardoor hun spieren verzwakken. Rond hun twaalfde belanden zij in een rolstoel en rond hun 25ste moeten ze permanent worden beademd. En omdat het hart ook een spier is, worden velen van hen niet ouder dan 30.

„Het beste wat een medicijn kan doen is de ziekte tot staan brengen, zodat de achteruitgang van de spieren stopt”, zegt Vroom. „Dus hoe sneller er een middel is, hoe beter.” Prosensa werkt aan de ontwikkeling van zo’n medicijn. Haar eigen zoon is 17. „Dat hij niet meer kan lopen, vindt hij niet zo heel erg. Maar zijn armen gaan nu achteruit, dan kan hij niet meer computeren.”

Eind jaren negentig begonnen in navolging van Amerika steeds meer biomedische wetenschappers in Nederland hun eigen bedrijf. Aan de hand van de nieuwste ontdekkingen wilden zij nieuwe medicijnen, diagnostische tests of verbeterde productiemethoden ontwikkelen. Prosensa is een van die ruim honderd jonge, veelbelovende medische biotechnologiebedrijven. ‘Veelbelovend’, omdat zij nog nauwelijks medicijnen op de markt hebben, de meeste bijna geen geld verdienen, maar al wel miljoenen euro’s van aandeelhouders krijgen voor hun dure onderzoek.

De eerste Nederlandse biotechmedicijnen komen nu in zicht. „Dit wordt een doorbraakjaar”, voorspelt biotechnologieanalist Marcel Wijma van SNS Securities.

Zo hoopt het Leidse Pharming dit jaar een middel op de markt te brengen tegen de zeldzame zwellingsziekte erfelijk angio-oedeem. Amsterdam Molecular Therapeutics wil een medicijn lanceren tegen de stofwisselingsziekte LPL deficiëntie, die bij één op de miljoen mensen voorkomt. Verschillende griepvaccins van het Leidse Crucell zitten in de op één na laatste fase van het klinisch onderzoek, waarna ze op de markt kunnen worden toegelaten. Daarnaast zijn er biotechbedrijven zoals het Amsterdamse Agendia die binnenkort diagnostische tests op de markt willen brengen.

[Vervolg BIOTECHNOLOGIE: pagina 12]

BIOTECHNOLOGIE

Zonder miljoenensubsidies uit Den Haag slaagt talent ook wel

[Vervolg van pagina 11] Met diagnostische tests is nauwkeuriger te bepalen welke vorm van een ziekte een patiënt precies heeft – en welke behandeling daarbij past.

Niet dat Nederland vooroploopt. In Europa is Nederland een „middenmoter”, zegt Jules Verhagen, hoofd gezondheidszorg en biotechnologie bij Ernst & Young. Het mekka van de biotechnologie is Amerika. Biotechnologiebedrijven als Genentech, Amgen en Genzyme zijn al miljardenconcerns geworden. Ook in Europa haalt Nederland het niet bij landen als Zwitserland, Groot-Brittannië en Duitsland, die profiteren van hun sterke farmaceutische sector.

Zelfs Vlaanderen telt een aantal bedrijven die al redelijk ver zijn, zoals Actogenics, dat de afgifte van medicijnen verbetert, of Oncomethylome en Innogenetics, makers van diagnostische tests. Het Belgisch-Nederlandse Galápagos kondigde eind vorig jaar deal na deal aan met grote farmaceuten. „België gaat Nederland nog inhalen”, voorspelt René Kuijten, partner bij de in biotech gespecialiseerde durfinvesteerder Life Sciences Partners (LSP) uit Amsterdam, met 400 miljoen euro in portefeuille een van de grote in Europa. LSP investeerde in Nederlandse bedrijven als Crucell, Pharming, DNage.

Ook Den Haag gaf de afgelopen jaren steun aan de Nederlandse biotech. Starters konden een subsidie krijgen van een paar ton, wat resulteerde in de oprichting van liefst 100 nieuwe bedrijven. Maar of die subsidies (in totaal 45 miljoen euro) echt hielpen? „De bedrijven die wel succesvol zijn, zoals Prosensa, waren zonder de subsidies van Den Haag ook wel van de grond gekomen”, zegt Kuijten van LSP. Een paar ton is in het laboratorium zo op. Veel van die bedrijfjes slaagden er niet in de miljoenen op te halen die nodig zijn voor de volgende stap. Volgens Kuijten was het gros van de opgerichte bedrijven te pril en technologisch te smal om in aanmerking te komen voor vervolgfinanciering. „Elke ‘postdoc’ met een patent kon een bedrijf beginnen. Maar sommige dingen zíjn geen bedrijf”, zegt hij. Van het grootste deel van de 100 bedrijfjes heeft Kuijten geen idee wat ervan is geworden. „Ze zullen nog wel op subsidie teren.”

De biotechhausse die begon in 1999, toen voor het eerst het complete menselijke DNA in kaart was gebracht, was bovendien al snel weer voorbij, vertelt Wijma van SNS Securities. Ook in Nederland konden bedrijven als Crucell zomaar honderden miljoenen aan kapitaal ophalen. „Men dacht: nu weten we alles”, zegt hij. „Maar het werd alleen maar moeilijker.” De uiterst risicovolle sector verloor tijdens de dotcomcrisis als eerste de interesse van investeerders.

Ook nu, tijdens de kredietcrisis, wordt geen sector zo zwaar getroffen als deze. Vergeleken met een jaar geleden halveerden de koersen van bedrijven als Crucell of Pharming. De beursgang van het Nederlandse Kiadis Pharma werd afgeblazen, het reeds genoteerde Octoplus lukte het niet om nieuwe aandelen uit te geven.

Toch brengt het slechte beursklimaat de ontwikkeling van deze bedrijven niet in gevaar, zegt Kuijten van LSP. „Als de technologie goed is, zijn er altijd wel partijen die willen investeren. Dat hoeft niet op de beurs. Het risico dat dit soort bedrijven omvallen, is nihil.” 

Naast durfinvesteerders hebben farmaceutische en ook voedingsconcerns interesse om in biotech te investeren, zodat ze vooraan zitten als het product interessant begint te worden. Zo investeerde de Zwitserse voedingsgigant Nestlé in DNage, een Rotterdams bedrijf dat zich richt op lichamelijke veroudering, en dat inmiddels is overgenomen door Pharming. De Britse farmareus GlaxoSmithKline investeert in jonge biotechnologische bedrijfjes via LSP.

Niet zo lang geleden was het aan universiteiten in Nederland not done om een bedrijf te beginnen. Het te gelde maken van wetenschappelijke kennis is inmiddels geaccepteerd, zegt Nettie Buitelaar, betrokken bij de steun van EZ aan de biotech. „Ondernemerschap wordt nu aangewakkerd.” Universiteiten en academische ziekenhuizen beginnen met eigen investeringsfondsen voor start-ups, zoals het Rotterdamse Erasmus MC Biomedical Fund.

Eind vorig jaar kwam Prosensa met goed nieuws over zijn Duchenne-middel: het werkt bij een bepaalde groep patiënten in de beenspieren. Vandaar dat Elizabeth Vroom e-mails krijgt van ouders uit Turkije of Zuid-Amerika. „Zij zeggen: jullie hebben het in Nederland toch geregeld?” Helaas moet zij ze teleurstellen – het kan nog wel vijf jaar duren voor er een eerste versie van het middel is. Of haar eigen zoon daar nog mee geholpen zal zijn, is onzeker. Maar, zegt Vroom: „Zo ver als in dit klinisch onderzoek zijn we nog nooit gekomen.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Agendia

In het artikel Het wachten is op de doorbraak (1 februari, pagina 11) staat dat biotechnologiebedrijf Agendia binnenkort diagnostische tests op de markt wil brengen. Drie tests van het bedrijf zijn al commercieel beschikbaar.