Heeft die motie nog wat opgeleverd

Vandaag is het een half jaar geleden dat scholen verantwoordelijk werden voor naschoolse opvang.

Resultaat: duizenden kinderen op wachtlijsten.

Soms beginnen revoluties in Den Haag.

Dat is gebeurd met de motie Van Aartsen/Bos, die in 2005 door de Tweede Kamer werd aangenomen. Door die motie weet nu iedereen wat naschoolse opvang is.

Het was een slechte motie, zeggen experts. Onzorgvuldig geformuleerd, overhaast ingevoerd. En wat de motie regelt, hadden ouders ook zelf kunnen regelen. Duizenden kinderen staan momenteel op de wachtlijst voor naschoolse opvang.

Maar in een paar jaar tijd zijn 130.000 plaatsen op de naschoolse opvang gecreëerd. Op korte termijn wordt verwacht dat dertig procent van de 4 en 5 jarigen van ‘de naschoolse’ gebruik maken. En op langere termijn zelfs de helft van alle basisschoolkinderen. Zonder de motie was dat nooit voor mogelijk gehouden.

Vandaag is het precies een half jaar geleden dat de motie van kracht werd. Toen werden scholen verplicht naschoolse opvang te organiseren voor ouders die dat voor hun kinderen wensen. De motie werd aangenomen in 2005. Voormalig VVD-leider Jozias van Aartsen vond dat er een einde moest komen aan het „gesleep met kinderen” van school naar huis en opvang. Ouders moesten hun handen vrij hebben om te kunnen werken. Vooral vrouwen moesten meer uren gaan maken. Anders was de vergrijzing niet te betalen, straks. En omdat de kinderen om wie het ging allemaal op school zaten, moesten scholen de opvang gaan organiseren. Dat vond de politiek het meest logisch.

In Nederland was opvang er tot die tijd alleen maar om kinderen bezig te houden tot de ouders (gehaast) terug komen van hun werk. Hoogleraar kinderopvang Louis Tavecchio hoopte dat door de motie échte, kwalitatief hoogwaardige opvang zou ontstaan, met hooggekwalificeerde krachten. Partners in opvoeding, in plaats van louter hulptroepen. Díe opvang heeft de motie niet gebracht. „Een gemiste kans”, vindt hij nu.

Het moest namelijk allemaal veel te vlug, vlug, vlug. Scholen kregen tot 1 augustus 2007 de tijd om de opvang te organiseren. Ze mochten het zelf, in het eigen gebouw gaan doen, maar dat hoefde niet. Het mocht ook aan kinderopvang bedrijven worden gedelegeerd.

Dat laatste gingen scholen op grote schaal doen: delegeren. Negentig procent van de schooldirecteuren heeft een contract gesloten met een kinderopvang organisatie, het zogeheten makelaarsmodel. Dat hadden ouders zelf ook kunnen regelen. Nadenken over wat góede opvang is, en hoe scholen en opvang daarin samenwerken, bijvoorbeeld met muziekles of sport, daar is amper over nagedacht. „De wettelijke implicaties van deze motie zijn door scholen op zijn smalst genomen. Dat vind ik bijzonder jammer”, zegt Janneke Plantenga, hoogleraar economie aan de School of Economics in Utrecht. Michiel Wigman, directeur van de Algemene Vereniging van Schoolleiders, zegt dat zijn scholen zich graag hadden ingezet om meer van de motie te maken, maar daar was nu amper tijd voor, zegt hij.

De kinderopvang kraakt in zijn voegen om aan de vraag te voldoen. Het afgelopen jaar zijn 130.000 kinderen extra aan een plaats geholpen, een enorme prestatie, vindt Kamerlid Mariette Hamer (PvdA). Maar de vraag is groter. Momenteel is in elke grote stad de vraag naar opvang het dubbele van het aanbod. Verwacht wordt dat komende Prinsjesdag fors gesneden zal moeten worden in de overheidsbijdragen voor kinderopvang. Er dreigt anders een gat van 400, 500 miljoen euro.

Veel ouders hebben momenteel geen opvang voor hun kinderen. Ze zijn minder gaan werken om de kinderen te kunnen opvangen. Of ze regelen iets met opa en oma. Ze hebben „onwijs veel stress” om alles te regelen. „Ik heb er slapeloze nachten van gehad”, zegt Margriet Stuurman, moeder van dochter Elise (4).

Wigman van de Algemene Vereniging van Schooldirecteuren verzucht wel eens dat ouders zelf kinderen wilden – en dus zelf voor opvang moeten zorgen. Natuurlijk is dat zo, zegt Margriet Stuurman. „Maar de vraag was, wat de motie voor mij heeft opgeleverd. Nou, niets dus. Natuurlijk vang ik mijn dochter met liefde zelf op. Maar de motie heeft mij daar geen klap bij geholpen, terwijl destijds wel werd gesuggereerd dat het onder de nieuwe wet geregeld zou zijn.”

Veel scholen hadden geen zin in de uitvoering van de motie. Sommigen vinden de schooldag voor kinderen al lang genoeg. Ze zijn er vaak ook huiverig voor de opvang binnen hun eigen school te halen.

Verder wijzen ze erop dat ze het al druk genoeg hebben met het onderwijs. En de politiek vraagt al zoveel andere dingen. Zoals verplichte burgerschapslessen. Of lessen over alcoholpreventie en gezonde voeding, het inspelen op sociale problemen bij kinderen, een arboplan, communicatieplan, een dyslectie-protocol. „Het lijkt wel of alle maatschappelijke problemen worden afgewenteld op het onderwijs”, zei een basisschooldirecteur afgelopen mei in nrc.next.

Gjalt Jellesma heeft begrip voor de scholen. Hij is voorzitter van ouderbelangenvereniging Boink. Maar hij vindt ook dat er scholen zijn die amper iets hebben gedaan aan de organisatie. Die nu op hun site hebben staan dat ouders de opvang zelf maar moeten regelen. En het daarbij laten. Kijk, dát bedoelt hij met te weinig doen. Het grootste probleem van de motie, zo zegt hoogleraar Plantenga, is dat onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor de opvang.

Ouders moeten gewoon een rechtszaak aanspannen tegen hun school als er een wachtlijst is, vindt onderwijsadvocaat Wilco Brussee. „Scholen zijn verantwoordelijk voor de organisatie, dus moeten ze iets bedenken als er wachtlijsten zijn.” Bijvoorbeeld iets regelen met gastouders, of tijdelijke huisvesting voor opvang op hun schoolplein zetten. Of een speellokaal ombouwen. „Scholen hebben een zogenaamde resultaatsverplichting, de wet is daar duidelijk over.”

Mariette Hamer van de PvdA wil ouders de garantie gaan bieden dat ze binnen drie maanden een plaats hebben op de opvang. De verantwoordelijke bewindspersoon, staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA) is volgens Hamer hard aan het werk om dat te realiseren. Dijksma moet nu oplossen wat het vorige kabinet heeft laten liggen, vindt Hamer.

Op de lange termijn zal het geregeld zijn voor alle ouders, daar is iedereen het over eens. „Maar onze generatie moet het bevechten”, zegt moeder Margriet Stuurman. „Ik maak me nu al zorgen over de zomervakantie. Ik heb nog geen opvang.”