Geen hand voor Herr Goering

Martin Doerry: Overal en nergens thuis. Gesprekken met overlevenden van de Holocaust. Contact, 301 blz. € 29,90

Aharon Appelfeld was negen jaar oud toen hij in 1941 door de Duitsers werd weggevoerd uit zijn geboortedorp Czernowitz (tegenwoordig in Oekraïne). Hij belandde in een kamp waar hij van zijn ouders gescheiden werd. Het lukte hem een paar dagen later te ontsnappen. De belevenissen die hierop volgden, zijn ongelooflijk. Appelfeld hield zich dagen schuil in een bos, tot hij bij een dorp aankwam. ‘Daar vond ik een prostituee, ze was dorpshoer, en zij accepteerde me. Terwijl zij haar werk deed, moest ik de huishouding doen. Wassen, koken, boodschappen doen, een koe melken, in de tuin werken. Thuis had ik de eerste klas afgemaakt, het leven bij die vrouw was [....] de tweede klas.’

Appelfeld, die later uitgroeide tot een van de belangrijkste schrijvers van Israël, heeft zich samen met 23 andere holocaustoverlevenden laten interviewen door de Duitse journalist Martin Doerry. In diens boek Overal en nergens thuis komen bekende en onbekende overlevenden aan het woord. Doerry wilde deze mensen spreken voor dat hun generatie zal zijn uitgestorven. Hij blijft zoveel mogelijk op de achtergrond. Het gaat om de woorden van zijn gesprekspartners, in hun kaalste vorm. Wetenschapper Albert Hirschman heeft bijvoorbeeld geen zin om over de oorlog te praten. Zijn ongemak spat van de pagina, veel van zijn antwoorden zijn niet langer dan één zin.

Andere geïnterviewden doen uitgebreid hun verhaal. En dat zijn indringende geschiedenissen. Ernest Michel bijvoorbeeld overleefde Auschwitz en Buchenwald. Hij ontsnapte toen het laatste kamp in april 1945 door de Duitsers ontruimd werd. Hij trad meteen na het einde van de oorlog in dienst van een Duitse krant en deed verslag van de processen in Neurenberg. Zijn artikelen ondertekende hij met ‘Speciale verslaggever Ernest Michel. Auschwitznummer 104995.’

Hermann Goering las zijn bijdragen graag. Hij wilde Michel wel eens ontmoeten. Michel stemde toe. ‘We gingen naar Görings cel, de deur ging open. Goering glimlachte, kwam naar me toe en wilde me een hand geven. Op dat moment verstijfde ik, ik kon me niet meer bewegen. Ik zag alleen die hand, dat gezicht, weer die hand – en draaide me om. Ik kon het niet, ik kon niet met die man praten, geen woord.’

Is Doerry’s boek nodig om de Holocaust aan de vergetelheid te ontrukken? Nee, daarvoor volstaan de duizenden titels die al verschenen zijn. Is Overal en nergens thuis desondanks het lezen waard? Absoluut.