Ethiosoul leeft in louche bars

De Ethiopische soul van vóór 1974 is buiten Ethiopië bekender dan in het land zelf.

Alleen in enkele barretjes in Addis Abeba herleeft de muziek.

. Rond vijf uur in de middag breekt in Addis Abeba het mooiste moment van de dag aan. Op straat vertraagt het levenstempo. De voorbereidingen voor het avondeten zorgen voor rookpluimen van de vuurtjes in de volkswijken. In de straten rond Piazza, het oude stadscentrum, wordt door jong en trendy Addis geflaneerd dat het een aard heeft.

Ik ben in Addis Abeba op zoek naar sporen van de klassieke Ethiopische soul, jazz en funk uit de bloeiperiode van 1960 tot 1974. De achttien jaar na 1974 dat het land zuchtte onder een communistisch regime, hebben de herinnering aan die geniale muziek bijna doen verdwijnen. Gedreven muziek is tegenwoordig vooral te vinden in de azmaribets: kleine, soms louche barretjes. Daar zingen azmari’s, vroeger door het land reizende minstreels. In Addis zijn het nu musicerende stand-upcomedians, die de spot drijven met hun publiek.

Op deze avond is de azmaribet van zangeres Eténèsh Wassié, een Aretha Franklinachtige soulsister, tot het laatste krukje bezet. Dankzij haar raakt de avond in een stroomversnelling. Zelfs als niet-Amhaarssprekende raak je verzwolgen in deze surrealistische draaikolk van muziek, zang en dans.

Die ‘klassieke’ Ethiopische soul is de laatste jaren vooral door de Franse kenner Francis Falceto onder de aandacht gebracht. Met de inmiddels 23-delige cd-serie Éthiopiques graaft Falceto steeds dieper in de bijzondere Ethiopische muziekcultuur. Onlangs begon hij een nieuwe dvd- en cd-reeks, die in het teken staat van de fusies tussen Ethiopische en westerse musici. Mede dankzij Falceto’s pionierswerk valt de Ethiopische soul wereldwijd steeds meer erkenning ten deel.

Onder musici maakt de uitdagende Ethiopische groove furore. Steeds meer groepen weten zich hierdoor geïnspireerd: het Amerikaanse jazzensemble Either/Orchestra; de Franse popgroep Le Tigre des Platanes, in Nederland Oruga en Mdungu. Punkgroep The Ex nam samen met de Ethiopische saxofonist Gétatchèw Mèkurya een cd op en ging onlangs op tournee met deze gigant.

In het Addis van nu blijkt rijk gearrangeerde Ethiosoul echter bijna verdwenen. Yared Music School geldt er als het conservatorium. Directeur is Tekleyohanes Zike, een trompettist. Zike: „Toen ik jong was, speelde ik veel in het jazzcircuit van Addis. Eind jaren zestig was dat heel levendig. Tegenwoordig wordt muziek vooral opgevat als business. De éénmans-synthesizerorkestjes regeren. Misschien is het een onvermijdelijk gevolg van technologische ontwikkeling en marktwerking – het is altijd duurder om met echte muzikanten te werken.”

Zike ziet ook geen plek voor een permanente jazzafdeling aan Yared Music School. Hij benadrukt de gedegen, klassieke scholing die zijn instituut biedt: westerse klassieke muziek en Ethiopische traditionele muziek zijn de twee hoofdvakken.

Het ontstaan van de Ethiopische soul werd ingezet door de rijkelijk met pr-talent bedeelde keizer Haile Selassie. In april 1924 hoorde hij in Jeruzalem een fanfare die hem goed beviel. Zo goed dat hij die in zijn geheel inhuurt en naar zijn land laat verschepen. De fanfare bestaat uit veertig Armeense weeskinderen, die in 1915 waren ontsnapt aan de genocide in Turkije. De Armeense dirigent componeert een lied dat tot de val van Selassie in 1974 functioneert als het Ethiopische volkslied.

Na de oorlog – Haile Selassie zet in 1941 met geallieerde steun de Italiaanse bezetters zijn land uit – begint de keizer aan de modernisering van zijn autocratie. Daarbij hoort de oprichting van talloze blaaskapellen. Gemeentes, legereenheden en politiekorpsen worden voorzien van schetterend koper; Selassie’s Imperial Bodyguard Band paradeert regelmatig door de straten van Addis.

In diezelfde tijd komen de Ethiopiërs onder de bekoring van Amerikaanse jazz, net zoals dat gebeurt in het bevrijde Europa. Ethiopische muzikanten begrijpen snel dat de instrumenten van de blaaskapel ook op andere manieren te gebruiken zijn. Het geluid van de Amerikaanse blazerssecties en zangers-entertainers wordt verwerkt in Ethiopische ritmes en toonsoorten. Zo ontstaat een geheel eigen versie van Amerikaanse jazz en soul. De muziekensembles van Selassie krijgen een zogenaamde ‘jazz’-sectie, waarin men zich in soul, funk, latin, rock’n’roll en boogiewoogie bekwaamt.

Na een mislukte couppoging in december 1960 redeneert Haile Selassie dat een volk dat zich vermaakt, niet meer aan revolutie zal denken. Zo krijgt de geest van de jaren zestig ook Addis in zijn greep, zeker wanneer het studenten wordt toegestaan om naar het buitenland te gaan. Bij thuiskomst brengen zij de internationale, rebelse sfeer van die dagen mee. Voor één moment is Addis de hipste metropool van Afrika.

Zo zorgt een generatie van gedreven musici tussen 1960 en 1974 voor een ongekende explosie van creativiteit. Zangers als Alèmayèhu Eshèté, bekend als The Abyssinian Elvis, Tlahoun Gèssèssè en Mahmoud Ahmed.

In september 1974 komt met de installatie van de Derg, de revolutionaire raad van Mengistu, een marxistisch regime aan de macht. Achttien jaar lang worden ‘westerse’ en ‘Amerikaanse’ muziekuitingen met succes bestreden. Zelfs na het herstel van de democratie in 1991 keert de Ethiosoul niet meer terug. Dat leidt tot de paradoxale situatie dat de muziek van vóór 1974 tegenwoordig in het buitenland bekender is dan in het land zelf.

Voor buitengewone talenten kun je nog wel terecht in het vitale azmaribetcircuit. Ik hoorde er zanger en masenqospeler Yilak Alemu en de prachtig verweerde, oude azmari-accordeonist Mesfin. Daar laat nostalgie naar de wonderlijke Ethiosoul van 1960-1974 zich goed bestrijden.

Boek: Francis Falceto, Abyssinie Swing, a pictorial history of modern Ethiopian music (Addis Abeba; Shama Books, 2001). Cd: Eténèsh & Le Tigre des Platanes, Zèraf! (Éthiosonic/Budamusique, cd). Dvd: Gétatchèw Mèkurya & The Ex + Guests, 11 ethio-punk songs (Éthiosonic/Budamusique)