Een veeg in de pan

Het regent bacteriën. Denk je een pan schoon te maken, maak je hem vuil. Het valt op te maken uit mededelingen van microbioloog Rijkelt Beumer in het smerigste boekje dat vorig jaar verscheen. De dood in de pot.

Bij elk recept van Florine Boucher een stukje waarin Beumer uitlegt hoe het komt dat je er ziek van wordt of dood aan gaat. Beumer probeert de moed erin te houden. Hij zegt erbij dat het goed kan aflopen.

Maar wie toch al winterdepressief is komt na lezen van de bundel zijn bed niet meer uit.

Een voorbeeld.

Tijdens het braden van ossenhaas wordt het vlees gekeerd. Dan wordt het een tijdje van het vuur af te broeien gezet waarna het in plakken wordt gesneden die tegen elkaar aan worden gezet met een touwtje er omheen om nog eens op het vuur te gaan. Een heel gedoe, maar zo moet het van Boucher.

Beumer: „Het zwakke punt zit in het regelmatig keren van het vlees. Dan kom je met je onderarm boven het vlees en de jus. Uit alle openingen van je kleding komen de hele dag door huidschilfers met daaraan gehechte bacteriën.”

Hij vertelt van een huishouden waar vlees gebraden werd dat hij onderzocht. „In de pan bevond zich staphyllococcus aureus, een ziekteverwekker die bij 50 tot 70 procent van de bevolking voorkomt op de handen en in de neus. Waarschijnlijk in de pan gekomen tijdens het keren van het vlees of het opbinden. Het door dit micro-organisme geproduceerde toxine is hittestabiel.”

Ik citeer Beumer met een triomfantelijke grijns. Want ik maak mijn pannen niet schoon. Van schoonmaken worden ze vies. Omdat er huidschilfertjes uit je mouw en coccussen uit je neus in de pan belanden. Het staat geschreven! Het regent bacteriën; ze komen volgens Beumer op sombere dagen ook zomaar uit de lucht vallen.

Een pan is op zijn schoonst, direct na gebruik. Steriel gekookt of gebrand. Zoals met aardappelen. Kiep ze er na de kook uit in een vergiet en zet de pan weg met een deksel erop, dan kan er niks misgaan.

Luiheid is de moeder van een gezond mens. Maar menig mens is poetsgek en veegt nog even een doekje door de pan, voor de zekerheid. Bij voorkeur een modern lapje, geweven met microvezels, uitgevonden voor kleding om flink in te kunnen zweten.

Loop je in een hemd van microvezels dan hoef je je een week niet te wassen, al het vuil gaat in het hemd zitten.

Een keukendoekje van dezelfde soort microvezels neemt veel meer vuil op dan een gewoon gootsteendweiltje. Maar het snel volle microfiberlapje wordt niet na de eerste veeg veilig weggegooid. Je doet er de hele week je pannen en het aanrecht mee. Reken maar uit.

Alleen als het te gek wordt schuier ik wel eens een pan schoon. De wok sla ik schoon met een prachtige kwast van taaie repen bamboe. Voor enkele euro’s te koop in Chinese supermarkten, bijvoorbeeld bij een keukensupermarkt als Holwha Trading in Duivendrecht (2,50 euro).

Voor al het andere milde schuurwerk is het roestvrijstalen pannensponsje ideaal en veel beter dan het ouderwetse stalen pannensponsje dat gaat roesten. De roestvrijstalen variant werd lang alleen gebruikt in de levensmiddelenindustrie. Grote proppen. Voor consumenten worden nu al een aantal jaren kleine propjes gemaakt, meestal in China.

Bij Albert Heijn kost zo’n kluwentje staal 37 cent, bij Blokker 25 cent en bij Action 15 cent. Alle drie uitstekend.

Wouter Klootwijk

Rijkelt Beumer, Florine Boucher De dood in de pot. Uitgeverij Pereboom, ISBN 9789077455432, 18,50 euro.