De wietboulevards

Het verlangen om de problemen van de grote stad buiten de stadsmuren te plaatsen is al oud. Lijders aan besmettelijke ziekten plachten in de zestiende eeuw in een Pesthuis buiten de vestingmuren te worden opgevangen.

De 21ste-eeuwse variant wordt binnenkort verwezenlijkt buiten Maastricht. Liefhebbers van verslavende middelen mogen de stad niet meer in. Twee ‘wietboulevards’ moeten maar liefst 1,5 miljoen drugstoeristen per jaar uit Maastricht weren. Ongetwijfeld groeit de aantrekkingskracht van de regio door de ‘boulevards’ nog verder. Er komen handige opritten, ruime parkeergelegenheid en moderne coffeeshops. Ook het vakantieverkeer kan profiteren: goedkoop tanken in Luxemburg en snel scoren in Limburg. De omwonenden komen geheel begrijpelijk in opstand. In alles zijn hun belangen ondergeschikt gemaakt aan die van de Maastrichtse binnenstad.

België liet op de recente Europese Raad van ministers van Justitie weten dit plan „onacceptabel” te vinden. Het kabinet heeft een stevig politiek probleem met het buurland. Is het toeval of speelt de burgemeester een handig spel? Dat er sprake is van ‘wietboulevards’ doet een provocatie vermoeden. Burgemeester Leers, in 2004 nog geëerd met de Macchiavelliprijs wegens „hardnekkig leiderschap”, is allesbehalve een bange bestuurder. Leers stopte met behulp van de gemeenteraad de subsidie voor voetbalclub MVV en stelde orde op zaken in het woonwagenkamp Vinkenslag. Hij vraagt al jaren aandacht voor de gevolgen van het drugsbeleid in zijn stad en wacht nu al een jaar op antwoord op een brief waarin hij vroeg om concrete richtlijnen. Ook het kabinet wil immers het aantal coffeeshops verminderen. Den Haag wil ze echter niet naar de grenzen met Duitsland en België verplaatsen. Daarmee is de grensstad Maastricht effectief klemgezet.

De Nederlandse uitzonderingspositie in Europa is dankzij Leers zichtbaar gemaakt en tegelijk op de spits gedreven. Natuurlijk had Leers er ook voor kunnen kiezen het probleem alleen aan te pakken waar het zich voordoet: in de binnenstad zelf. Maar door het commercieel verpakt als ‘wietboulevard’ over de schutting naar de buren te gooien maakt hij een mediapolitiek gebaar. Hij parkeert het probleem bij zijn partijgenoten Hirsch Ballin en Verhagen. Als CDA’ers zijn ze allen tegenstander van softdrugsverkoop. De kabinetsleden zijn echter gebonden aan het regeerakkoord dat niet verder gaat dan ‘terugdringen’. Maar Europees beleid op het gebied van Binnenlandse Zaken en Justitie hoeft straks niet meer bij unanimiteit te worden vastgesteld. Nederland kan dus worden weggestemd, mocht de ruzie over de ‘wietboulevards’ uit de hand lopen. Op het slagveld heet zo’n manoeuvre een tangbeweging. Misschien is het een nederlaag waar de CDA-ministers zich niet al te opzichtig tegen zullen verzetten. Macchiavelli zou ervan smullen. En Leers hervormt eigenhandig het Nederlandse drugsbeleid, dat dan aan de laatste van vele ongerijmdheden ten onder is gegaan.