De lijm druipt nog van het papier-maché af

Maanden bouwen aan een carnavalswagen, die kort na de optocht weer wordt afgebroken.

Waarom? Een kijkje in een Tilburgse bouwhal.

De bouwhal, 7 november vorig jaar. Toen nog 13 weken te gaan tot carnaval. Foto Gerdien Wolthaus Paauw Wagens van scheel Praaje en Bierschaope in aanbouw Wolthaus Paauw, Gerdien

„Pas op voor dat krukje. Kijk uit hoor, dit is nog nat.” Frans Bartels (62), coördinator van de bouwhal aan de Lambert de Wijsstraat in Tilburg, geeft een rondleiding langs de zeven carnavalswagens die nog volop in de maak zijn. De hal is de afgelopen maanden veranderd in een doolhof van felgekleurde poppen met enorme afmetingen, mensen in overalls met onbestemde kleuren en papier-maché waar de lijm nog van afdruipt. Carnavalskrakers schallen uit de luidsprekers en worden luidkeels meegezongen.

Vanachter de sigarenwalm klinkt het onmiskenbare accent van een echte Tilburger. Bartels, gekleed in een oude spijkerbroek en een vaal overhemd dat ooit fel roze, blauw en geel gestreept was, kijkt trots om zich heen. Voorzichtig beklimt hij een steile, smalle trap naar een platform met uitzicht over de loods. „Mooi hè”, zegt hij trots. Overal zijn mensen aan het werk alsof hun leven ervan afhangt. De poppen die ontstaan worden na de optocht zo mogelijk verkocht aan carnavalsverenigingen uit andere dorpen.

Wat bezielt mensen maandenlang te bouwen aan een carnavalswagen die kort na de optocht toch weer wordt afgebroken? „Je moet er gewoon een beetje gek voor zijn”, geeft Bert van de Ven (53) van carnavalsvereniging de Tunnelplekkers zonder te aarzelen toe. „Het is alsof er een elastiek aan me trekt.” Niet zo gek, want het hele gezin van Van de Ven viert carnaval. Zijn vrouw zit in het bestuur van de carnavalsvereniging, net als zijn dochter. Zijn zoon onderhoudt de website en zit, net als Bert, in de Raad van Elf.

„Op het moment van de optocht, als alles klaar is, is het feest”, zegt Bartels. „Dat geeft zo’n kick. Er komen ongeveer 200.000 mensen naar de optocht kijken.” Dit jaar moeten de waogenbouwers flink aanpoten om op tijd klaar te zijn, ook al zijn ze zoals altijd in augustus begonnen. Carnaval valt vroeg dit jaar, zo’n drie weken vroeger dan anders.

„Sommige wagens gaan zondag praktisch nat de weg op”, vertelt Bartels lachend. Hij wijst naar het gedeelte waar de wagen van carnavalsvereniging de Bierschaope staat. Anders dan bij de andere wagens, zijn de poppen in deze hoek van de bouwhal nog spierwit. Sommige poppen bestaan zelfs enkel nog uit een constructie van gaas. „Die moeten ze nog omwikkelen met...”

Bartels aarzelt even. Hij schiet een van de bouwers, een robuuste man met een ringbaardje, aan. „Hoe noemen jullie dat?” De man buldert van het lachen. „Behangs-papier!” Bartels haalt verontschuldigend zijn schouders op. „Ik kan niks, heb twee linkerhanden. Ik kan nog geen spijker in een pakje boter slaan. Laat mij maar lekker coördineren.”

Hoewel het vooral mannen zijn die in de weer zijn met lasapparatuur, papier-maché en een verfkwast, lopen er ook enkele vrouwen rond. Een van hen is Caroline den Dekker (37). Is het niet zwaar, het bouwen van een carnavalswagen?

„Je doet gewoon alles”, zegt de kortharige Tilburgse. „Op een gegeven moment weet je wat je wel en vooral wat je niet moet doen. De een kan beter schilderen, de ander is beter in plakken, of lassen.” Om half tien haalt Den Dekker haar jas op in de kantine, voor vanavond houdt ze het voor gezien. Haar man en kinderen zitten thuis op haar te wachten.

Bartels knikt. „De meesten pakken om tien uur nog een pilsje en gaan een half uurtje later naar huis. Ze hebben ook nog een achterban, hè. Op een gegeven moment is het gewoon over”.

De muziek in de loods gaat een tandje harder, een gesprek voeren is bijna onmogelijk. In het keukentje, ook wel het ouwehoerhok genoemd, praat Bartels driftig verder. Over alle carnavalsactiviteiten die gedurende het jaar hebben plaatsgevonden. Over de vleesfabriek, waar hij halve dagen werkt. ’s Middags is hij over het algemeen in de bouwhal te vinden. En hij vertelt over zijn carnavalsoutfit, zoals ieder jaar weer een boerenkiel. Hij kan er maar niet over ophouden: carnaval is zijn leven.

„Het is mijn grootste hobby, ik ben bijna nooit thuis. Mijn vrouw vindt dat niet erg, want dan kan ze televisie kijken. Als ik wel thuis ben zap of slaap ik.” De afgelopen 24 jaar heeft carnaval veel van Bartels tijd opgeslokt. Is het dat waard? Bartels aarzelt geen moment en antwoordt met een volmondig ‘ja’. „Dat doe je als je een echte Tilburger bent.”