Communistenvreters of James Bonds op klompen?

Dick Engelen: Frontdienst. De BVD in de Koude Oorlog. Boom, 315 blz. € 24,50

De BVD was een normale organisatie, die uitvoerde wat de politiek haar opdroeg. Maar sommige taken voerde de dienst liever uit dan andere. Dat is de conclusie van BVD-historicus Dick Engelen die met Frontdienst het tweede deel van de geschiedenis van de Nederlandse veiligheidsdienst afleverde. Dit deel is spannender dan zijn De geschiedenis van de BVD (1995), dat de periode 1947-1967 omvatte, doordat Engelen meer operationele details weggeeft. Hij gaat uitvoerig in op de operatie ‘Mongool’, de succesvolle poging van de BVD om binnen de CPN een pro-Chinese pseudo-oppositie op te richten. Engelen verklapt ook aardige feitjes. Zo streek de dienst alle buitenlandse steekpenningen aan dubbelagenten op, maar zette ze hen tegelijkertijd wel op de eigen loonlijst om te voorkomen dat ze om het geld voor de tegenpartij gingen werken.

Bij alle geheime operaties en duistere activiteiten was de BVD nooit uit op expansie. De dienst was een bonafide departementaal orgaan en hield er geen eigen agenda op na, zo verzekert Engelen ons. Niettemin hield de BVD tot diep in de jaren tachtig vast aan het ‘rode gevaar’ als vijandbeeld. Het etiket van ‘communistenvreters’ dat minister van Binnenlandse Zaken Ed van Thijn op de dienst plakte, klopte daarom aardig. Engelen laat zien hoe de dienst tot laat in de Koude Oorlog operaties tegen de CPN en andere ultralinkse partijen uitvoerde – zonder dat ‘de politiek’ daar altijd expliciet om vroeg, zeker niet in latere jaren.

Was die verbetenheid erg, vraagt Engelen zich in zijn slothoofdstuk af? Volgens hem niet. Hoogstens werd de dienst af en toe minder serieus genomen. Maar ook die imagoschade werd na 1989 dankzij de voortvarende reorganisatie van A.H.W. Docters van Leeuwen als nieuw hoofd van de dienst verholpen. Van een ‘tunnelvisie’ had deze ‘nieuwe dienst’, zoals Engelen blijmoedig vaststelt, daarna geen last meer.

De geloofsbrieven die Engelen die dienst met dit boek toesteekt, zijn kortom uitstekend. De dienst was fatsoenlijk en meestal goed op de hoogte. Oost-Europese spionnen werden gepakt of ‘gedubbeld’, rechts-extremisten werden ‘verstoord’. En datgene wat de Nederlandse agenten misten – in casu de aanslagen door de Molukse jongeren in de jaren zeventig – had de dienst ook niet kunnen weten, omdat de leiding binnen de democratische kaders had willen blijven, en ‘een afweging tussen veiligheid en burgerlijke vrijheden’ had gemaakt.

Engelen laat inderdaad overtuigend zien dat de BVD succesvoller was dan haar imago van ‘James Bond op klompen’ wilde, maar hij is wel erg optimistisch. Dat is niet verwonderlijk gezien het bronnenmateriaal waarop hij zijn bevindingen baseert. Naast een klein aantal secundaire werken van eigen bodem en enkele (niet zo recente) internationale studies over intelligence maakt hij uitsluitend gebruik van de archieven van de BVD/AIVD zelf. Wanneer hij ook bronnenmateriaal uit andere departementale of juridische archieven had gebruikt, had hij kunnen vinden dat er wel degelijk inbreuk was gemaakt op burgerlijke vrijheden van de Molukse gemeenschap, en dat politie, justitie en BVD over een veelheid aan informatie over mogelijke aanslagen beschikten. Ze slaagden er alleen niet in het juiste gerucht eruit te pikken.

Ook mist Engelen meerdere operaties die de Oost-Duitse veiligheidsdienst, de Stasi en de Oost-Duitse militaire inlichtingendienst met succes in Nederland hebben uitgevoerd. Die gegevens duiken in de BVD-archieven vanzelfsprekend niet op, omdat de dienst hiervan niet op de hoogte was. Engelens opmerking ‘dat men niet weet wat men níét weet’ is weliswaar correct, maar het is toch inmiddels wel bekend dat de archieven van de Oost-Duitse, en tegenwoordig ook van andere Oost-Europese, veiligheidsdiensten vrij gemakkelijk te raadplegen zijn.

Die asymmetrische bronnenbasis is des te problematischer, omdat het nog maar de vraag is of andere historici Engelens BVD-verhaal kunnen aanvullen. Engelen kreeg namelijk onbelemmerde toegang tot de BVD/AIVD-archieven. Dat lijkt voorlopig nog niet voor iedereen weggelegd. Laten we hopen dat de ‘glasnost’ die Engelen de dienst sinds het einde van de Koude Oorlog toedicht, ook op dit vlak gaat gelden.