Bevries taal en ze gaat dood

Drie weken geleden pleitte schrijver Benno Barnard ervoor dat de Taalunie de Nederlandse taal beter zou verdedigen. Veel lezers reageerden op zijn stelling. Deze week het antwoord van de Taalunie.

Benno Barnard schrijft prachtige gedichten, en als hij toneel vertaalt, slaagt hij erin de oorspronkelijke tekst te respecteren en er tegelijk zijn eigen stem in te laten klinken. Maar wie een lekkende kraan wil leren herstellen, komt met Barnards werk geen stap vooruit.

Het demagogische trucje dat Barnard uithaalt in zijn opiniestuk over de Nederlandse Taalunie (CS, 11 januari), is doorzichtig. Projecteer je eigen doelstelling op een ander, constateer dat die daar niets van bakt, en maak die ander dan geheel en ongenadig af.

„Het spijt me te moeten aanschouwen hoe een acute doodsangst de Taalunie overvalt zodra iemand naar voren brengt dat zij ook een normerende taak heeft”, schrijft Barnard. Hij zou willen dat de Taalunie het gebruik van het Nederlands manu militari oplegt, bijvoorbeeld aan politici tijdens internationale onderhandelingen. Meer nog, hij eist dat een commissie van wijzen (waaronder hijzelf?) vastlegt wat goed Nederlands is, en iedereen berispt die niet volgens het boekje spreekt of schrijft.

Als taalpolitie is de Taalunie geen knip voor de neus waard. Daar heeft Benno Barnard gelijk in. Maar de Taalunie wil nu eenmaal geen taalpolitie zijn. Als Barnard vaststelt dat het Nederlands voortdurend in beweging is – hij schrijft: dat het „wordt aangerand” – dan moet hij niet de Taalunie te hulp roepen, want dat soort eerste hulp kan de Taalunie niet bieden.

We willen niet beweren dat zijn zorg onterecht is. Integendeel, er zouden méér mensen moeten opstaan met een oproep om zorgvuldig om te springen met onze taal. Maar geen enkele overheidsinstantie is er ooit in geslaagd de natuurlijke evolutie van een taal stop te zetten door alles te verbieden wat afwijkt of ongewenst is. Als je iets levends bevriest, gaat het dood.

Verbied het gebruik van nieuwe, ja vooral Engelse woorden. Verhinder dat jongeren experimenteren met hun taal. Sta niet toe dat woordenboekenmakers het levende Nederlands registreren. Bestraf variatie. Hanteer in de klas alleen de rode pen. En je wurgt onze taal tot ze stikt.

Met de goedmenende mensen die de verbreiding van taalslordigheden een halt willen toeroepen, kun je een ketting maken op het strand van Delfzijl tot De Panne. Maar hoe hard deze idealisten ook gaan schreeuwen, het enige merkbare effect zal zijn dat ze er de dag daarna schor bij lopen. Wie moeten ze immers tot de orde roepen? De Nederlander die niet meer al zijn r’en uitspreekt? De Vlaming die er een eigen stel voornaamwoorden op na houdt? De Surinamer die zijn zinnen laat zingen? De briefschrijver die werkwoordsvormen verkeerd spelt? De spreker die zijn zinnen afbreekt voor ze tot een goed einde zijn gebracht? Of al deze mensen samen, dat wil dus zeggen bijna iedereen die zijn mond nog durft open te doen?

Een wellicht nog groter deel van de bevolking zal de aanklacht wegwuiven, met als excuus dat de taal van het volk is, en dat niemand het recht heeft voor te schrijven hoe een ander met zijn taal dient om te gaan. Het Nederlands is een lapje grond; ieder krijgt dat een tijdlang in pacht en de een haalt er kolossale pompoenen vanaf, de andere schrepele peentjes. En toch staat er geen engel aan de ingang met een vlammend zwaard.

De Taalunie kiest andere strategieën. Ze geeft zuurstof aan het Nederlands door zich te richten op de taalgebruiker en voorwaarden te creëren waaronder die gebruiker de Nederlandse taal – en voor ons is dat in de eerste plaats de standaardtaal, maar met ruimte voor variatie – als instrument kiest voor zo veel mogelijk vormen van communicatie. Daar blijft de taal gezond van. We verschaffen daarom aan de taalgebruiker middelen waardoor hij de Nederlandse taal kan hanteren met respect, maar ook met creativiteit en dus met een persoonlijke toets.

In dit korte bestek kunnen we slechts een idee geven van de veelzijdigheid van deze middelen. Daarom slechts vier voorbeelden. Voor een vollediger beeld moet u naar onze website: www.taalunieversum.org.

Op de eerste plaats worden de laatste jaren grote inspanningen geleverd om te voorkomen dat ontwikkelaars van technologie de gebruikers van het Nederlands over het hoofd zien. Dat is werk achter de schermen en het logo van de Taalunie verschijnt niet op de doos als u Nederlandstalige software koopt of een toestel met een gebruiksaanwijzing in uw eigen taal. Maar dat de Taalunie hard werkt op dit terrein, zal op den duur meer betekenen voor het voortbestaan van het Nederlands dan dat we politici ervan weerhouden hun talenkennis te etaleren op het internationale forum.

Een tweede actiepunt is de ondersteuning die we bieden aan initiatieven om inburgeraars Nederlandse lessen op maat te geven. Als nieuwkomers met succes, en als het even kan: met plezier, Nederlands leren, dan bereiken we meer dan als we soapacteurs hun streekaccent afleren.

Om aan te tonen dat het gebruik van correct en stijlvol Nederlands de Taalunie niet onverschillig laat, wijzen we naar de website www.taaladvies.net, waar honderden gebruikersvragen over woordkeuze, grammatica, stijl en spelling worden beantwoord door een team van Nederlandse en Vlaamse taaladviseurs die normativiteit koppelen aan realiteitszin. En waar bezoekers die geen antwoord vinden, hun vraag kunnen deponeren. Even later vinden ze het antwoord, even gratis als betrouwbaar.

Ten slotte mogen we hier het Expertisecentrum Literair Vertalen vermelden, dat vertalers opleidt, waardoor Nederlandstalige literatuur ook in het buitenland gelezen wordt.

Het is nu wel duidelijk: Benno Barnard valt een Taalunie aan waar hij slechts een zeer fragmentarisch beeld van heeft. We zouden er geen probleem mee hebben als hij kritisch was over wat de Taalunie verkeerd deed. Maar dat hij alleen foetert op een rol die niet de hare is, is een gemiste kans.

Is zijn alternatief, met een commissie van wijzen naar Frans model, dan waardeloos? Integendeel. Wie het Taalunieversum bezoekt, komt er wel achter dat deze raad ook bij de Taalunie bestaat. Het is de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, waarin prominente taalgebruikers, ook schrijvers, adviseren over het taalbeleid, onder meer over de debatten die de Taalunie op gang brengt. En waarop Benno Barnard van harte wordt uitgenodigd.

Het pleidooi van Benno Barnard en de brieven van lezers zijn te vinden op nrc.nl/kunst.Linde van den Bosch is algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie. Ludo Permentier is projectleider communicatie van de Nederlandse Taalunie.