Balen van weinig wind en te veel kilo’s

In 2006 werd Casper Bouman wereldkampioen windsurfen. Nu vreest hij zich niet te kwalificeren voor de Olympische Spelen van deze zomer.

Rob Schoof

Nog geen anderhalf jaar geleden leek Nederland op weg naar de status van beste windsurfnatie ter wereld. In Torbole, in Noord-Italië, werd Casper Bouman wereldkampioen in de nieuwe olympische surfklasse, RS:X. Zijn maatje Joeri van Dijk werd vierde. Champagne vloeide langs de boorden van het Gardameer.

Maar in de aanloop naar de olympische zeilregatta van Qingdao is van die euforie weinig meer over. Van Dijk, die begin vorig jaar de achternaam van zijn stiefvader verruilde voor die van zijn biologische vader (Passchier), stopte met surfen. En Bouman (22) kwam na twee tegenvallende WK’s keihard terug op aarde. Na zijn 26ste plaats in Auckland, twee weken geleden, werd hij uit de kernploeg gezet. „We kunnen het RS:X-programma niet meer rechtvaardigen binnen de kernploeg”, zei bondscoach Jaap Zielhuis. Bovendien raakt Bouman deze maand zijn‘A-status’ van sportkoepel NOC*NSF kwijt, zijn inkomen.

„Natuurlijk is het balen”, zegt Bouman (22). „Maar ik verwijt het Watersportverbond niks.” Voor de kernploeg worden zeilers uitgenodigd die tijdens een EK, WK of de Spelen in staat worden geacht het podium te kunnen halen. Bouman: „Dan heb je met een 26ste plaats niet zoveel te vertellen. Dat wist ik van tevoren.”

Toch is het een zware klap voor de lange sportman uit Den Haag. „Op het Gardameer surfte Nederland in de wereldtop. Dat Joeri stopte was een heel groot verlies. Ik had veel steun aan hem als trainingspartner, ik leerde veel van hem. Hij kon goed surfen met weinig wind, mijn zwakke punt. Daarnaast waren we de dikste maatjes. We waren een gouden combo.”

Verder zat, toepasselijk genoeg, het weer tegen, zoals voor wel meer Nederlandse zeilers die van wind houden. In de aanloop naar de Spelen wordt alles afgestemd op het lichte weer dat in Qingdao wordt verwacht. Bouman lijkt met zijn 1,93 meter niet gemaakt voor goud in China. „Ik ben wel beter geworden met licht weer, maar het komt nog niet tot uitdrukking in de resultaten. Ik heb er een gemengd gevoel over. Hoe meer energie ik erin stop, hoe slechter de resultaten lijken te worden.”

Surfen met weinig wind vergt een combinatie van weinig gewicht, veel techniek en fysieke kracht, veel meer op het lijf geschreven van kleine zeilers. Bouman: „Ik kom met mijn 78 kilo moeilijker op gang dan jongens die 70 wegen, of 66, zoals sommige Chinezen. Ik ben dan veel bezig met mijn techniek en heb onvoldoende tijd om de wind en de race te lezen.”

Hij zal nu op eigen kracht moeten proberen zich te plaatsen voor ‘Qingdao’. Voor topzeilers kan de kernploeg een wereld van verschil maken. Kernploegleden worden volledig ondersteund door de bond en hebben het hele jaar faciliteiten en een eigen trainer. Niet alleen Bouman verloor zijn ‘baan’ in de kernploeg, ook zijn trainer Jochem Brenninkmeijer. „Het motiveert niet echt”, erkent Bouman. „Maar aan de andere kant is het misschien wel eens goed om te kijken of ik het niet anders moet aanpakken.”

Toch laat de bond Bouman en zijn trainingspartner Dorian van Rijsselberghe niet helemaal vallen, zegt Zielhuis. „We gaan de focus verleggen naar de Spelen van 2012. We hebben het over twee jonge surfers met voldoende talent. We willen deze twee mannen absoluut niet verliezen voor het olympische windsurfen.” Bouman is daar blij mee. „Ze zien nog genoeg potentie in mij.”

In de praktijk betekent het dat hij zijn onkosten kan declareren om mee te kunnen doen aan grote evenementen als het EK en Hyères, waar hij alsnog kwalificatie voor de Spelen kan afdwingen. „Ik mag ook een paar weken gaan trainen met een coach”, zegt Bouman, die graag zou samenwerken met de Nieuw-Zeelandse oud-wereldkampioen Aaron McIntosh, die hem onlangs al adviseerde.

Dit betekent niet dat Bouman niet meer verder wil met Jochem Brenninkmeijer, met wie hij de laatste jaren trainde. „Jochem is een supergoede coach tijdens wedstrijden, maar op technisch gebied liepen we een beetje vast. Hij vond dat ik meer de nadruk moest leggen op het fysieke programma, om beter te worden met licht weer, ik vond dat ik technisch beter moet worden. Maar tijdens wedstrijden wil ik graag met hem verder.”

Ondanks de tegenslagen heeft Bouman de Spelen nog niet uit zijn hoofd gezet. „Ik ga er alles aan doen om mij te plaatsen. Ik zie nog steeds kansen.” Daarvoor zal hij tijdens de grote regatta’s van Hyères, Medemblik of Kiel, of bij de EK, goed moeten presteren. Dat betekent feitelijk: een medaille, of twee keer in de topzes varen tijdens die evenementen.