Vrouwelijke chirurg beter bij borstkanker

Een borstkankerpatiënte krijgt vaker de juiste behandeling als haar arts een vrouw is of als haar arts veel patiënten heeft. Dat blijkt uit een inventarisatie in de VS, die deze week verscheen in het Journal of the National Cancer Institute.

De onderzoekers keken naar één aspect van de behandeling: het aantal vrouwen dat na een borstsparende operatie ook bestraald wordt. Bestraling na zo’n operatie is de norm. Maar in het onderzoek kreeg maar driekwart van de patiëntes die nabehandeling.

In Nederland spelen niet-medische kenmerken ook een rol bij de keuze voor bestraling bij deze operatie, hoewel bestralen net als in de VS de richtlijn is. Dr. Sabine Siesling, epidemioloog van de Nederlandse Kankerregistratie, onderzocht dat voor de periode 1990 - 2001. Zij toonde aan dat de grootte van het ziekenhuis invloed had, en ook de regio. Tussen regio’s liep het percentage bestralingen uiteen van 73 tot 95 procent.

Kenmerken van de chirurg onderzocht Siesling niet. „Maar het is niet te verwachten dat dat erg verschilt van de situatie in de VS.” Ze denkt wel dat de absolute verschillen kleiner zijn, omdat in algemene zin steeds meer wordt bestraald. Verder bleek dat in Nederland kenmerken van de chirurg bepalen of überhaupt een borstsparende operatie wordt gedaan, in plaats van het weghalen van de hele borst. Ook hier gold dat chirurgen die veel patiënten behandelen, beter presteerden. Ook artsen die lid waren van de regionale borstkankerwerkgroep, haalden betere cijfers.