Hollands Glorie

Scheveningen, 11 januari 2007 Foto Roel Rozenburg Den Haag/Scheveningen:11.1.7 Storm. © foto/Roel Rozenburg
Scheveningen, 11 januari 2007 Foto Roel Rozenburg Den Haag/Scheveningen:11.1.7 Storm. © foto/Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Zou ik dat wel doen, vroeg ik me af. In deze dagen van alzijdige wereldcrisis nog eens een stukje over iets zo onaanzienlijks als de fiets te schrijven? Zou het niet veel beter zijn hier ook eens een wereldgodsdienst genadeloos aan de kaak te stellen, een oplossing voor het fileprobleem aan te kondigen, het vraagstuk van de nationale identiteit op te lossen? Iets van pats en heidaar doen? (zoals Ben Brinkel het destijd noemde). Maar aan de andere kant: de meeste mensen zijn nu eenmaal op z’n minst vijf dagen per week verplicht, zich op allerlei onaanzienlijke manieren met het multikoppig onaanzienlijke bezig te houden. Dus toch nog maar eens een stukje over de fiets.

Een paar weken geleden was er een nationale ruzie over de vraag of fietsers na zonsondergang ook door een batterij gevoede lampjes mochten dragen dan wel dat deze lampjes uitsluitend mochten branden op elektriciteit die via een dynamo door eigen lichaamskracht was opgewekt. Ik druk me wat vormelijk uit om in de sfeer van de wetgeving te blijven. Een nonsensicaler vraagstuk kun je je niet voorstellen, maar in Den Haag schrikken ze er niet voor terug. Eerst mocht het niet, toen weer wel. Uit de manier waarop deze problematiek werd behandeld kon je afleiden dat de meeste kamerleden en ministers geen fietservaring in het donker hebben.

Mij is het van kindsbeen af een raadsel geweest dat de fabrikanten – Fongers, Gazelle – er nooit in zijn geslaagd een fiets te maken met een onkwetsbaar verlichtingsmechanisme. De wielen draaien op hun kogellagers, de remmen, terugtrap of hand, werken feilloos, het zadel staat stevig in het frame, maar als het op de verlichting aankomt, laat het vernuft het afweten. Nog altijd de dynamo aan het voorwiel, de draadjes, het koplampje, en het allerzwakste punt: het achterlichtje. Wat is er gemakkelijker dan de dynamo onbeschadigbaar op te bergen in de achteras en de bedrading met de lampjes in het frame te gieten? Het lukt niet. De fietsverlichting die we nu hebben is nog dezelfde als in de tijd van de T-ford.

Toen kwamen de batterijlampjes die je ergens op je kleding kunt klemmen. Een uitkomst, een bevrijding. Zou je denken. Maar onderschat de menselijke domheid en de individualisering niet. Fietsers die origineel uit de hoek wilden komen, gingen het rode ligt aan de voorkant dragen en het witte achter. Ook zie je er die wit en rood voorop hebben en van achteren niets, of andersom. Stel je dan voor dat je een half beschonken automobilist bent die ’s nachts in de stortregen met een half beslagen voorruit iets te hard over een glimmende asfaltweg rijdt en je ziet zo’n origineel verlichte fietser. Wat dan? SIRE, de Stichting voor ideële reclame, zou er een aangrijpend filmpje over kunnen maken.

En dan. Wordt in Den Haag ook niet gespeeld met de gedachte om het telefoneren op de fiets te verbieden? Het staat me bij dat ik zoiets gehoord heb van iemand die in nauw contact staat met de wandelgangen. Ook dit is onzin. Heeft Maurice de Hond zich er al over uitgelaten? Volgens mijn eigen onderzoek zijn in het spitsuur drie op de vijf meisjes tussen de veertien en twintig jaar mobiel aan het bellen. Eer kruipt een kemel door het oog van een naald dan dat je ze daar van afbrengt. Er zijn ernstiger zaken aan de orde.

Een paar jaar geleden was het zulk weer als nu: wind, soms storm, regen. Veel onaanzienlijke werkers stapten op de fiets, staken hun paraplu op en wankelden, worstelden met één hand aan het stuur door het spitsuur. Ik heb er toen een stukje over geschreven met de strekking dat het de hoogste tijd was voor een fietsparaplu, een gestroomlijnd scherm dat je aan een stok in een speciale houder kon zetten. Zo’n paraplu bleek al te bestaan. Ik kreeg een mail van de uitvinder, geïllustreerd met een reeks foto’s van het mechanisme. Graag zou ik zijn naam hier noemen, maar dit geheel zit ergens in een oude laptop met een verjaard programma. Ik zeg nu alleen dat deze fietsparaplu er betrouwbaar en aantrekkelijk uitziet. Maar er is nog geen gat in de markt mee gevonden. Het klimaat zal nog verder moeten veranderen. En dus zien we bij wolkbreuken nog steeds de fietsers, paraplu op, door rukwinden geteisterd over straat balanceren.

Het blijft de moeite waard de fiets verder te perfectioneren. Ten eerste omdat hij het goedkoopste middel van vervoer is. Geen brandstof. Dus allervriendelijkst voor het klimaat: geen uitstoot van CO2, weinig onderhoud, grote duurzaamheid, geen files. En ten slotte, misschien wel het belangrijkste: omdat Nederland met de fiets is verbonden, vrijwel zoals met het water. Om het kort en modern te zeggen: de fiets is op het ogenblik misschien wel het enige echte symbool van de nationale Leitkultur. De fiets is heilig.