Franco splijt Spanje nog steeds

Geert Mak schreef In Europa over de historie van de 20ste eeuw. De VPRO zendt er een serie over uit. Onze correspondent in Madrid beschrijft hoe de Burgeroorlog de Spanjaarden nog steeds verdeelt.

Republikeinse tankbrigade in de straten van Madrid in februari 1937. Foto Luis Ramón Marín
Republikeinse tankbrigade in de straten van Madrid in februari 1937. Foto Luis Ramón Marín Marín, Luis Ramón

„Kijk, hetzelfde tuig als nu”, zegt de man met de baard en een brede hoed. Samen met zijn vrouw staat hij stil voor het fotoportret van Spaanse bisschoppen, gewichtig kijkende, pompeuze mannen in vol ornaat bijeen bij de uitreiking van de kardinaalskap aan de pauselijke nuntius. Ze zijn in 1921 gefotografeerd door de Spaanse fotojournalist Luis Ramón Marín (1884-1944), wiens werk we bewonderen in de expositieruimte van het hoofdkantoor van Telefónica aan de Gran Via in Madrid. Op de foto is het 1921, over vijftien jaar zal de Burgeroorlog uitbreken en zal de katholieke hiërarchie voor veertig jaar de kant van Franco kiezen. Veel is er niet veranderd binnen de kerkleiding, valt uit het commentaar van de man op te maken. Tegenwoordig trekken de Spaanse bisschoppen de straat op om te protesteren tegen de regering-Zapatero die het land volgens hen moreel aan de rand van de afgrond brengt met het homohuwelijk en maatschappijleer in plaats van katholiek godsdienstonderwijs. „Schurken”, bromt hij.

Marin bracht de aanloop in beeld van de Burgeroorlog (1936-1939) en de 36 jaar Franco-dictatuur die erop volgde.

Wat het oog niet ziet is wat in de harten van de Spanjaarden gebeurde. Het trauma is zeven decennia later nog steeds niet verwerkt. Neem een etentje bij conservatieve Spaanse vrienden. Onze gastheer, een succesvol advocaat, beklaagt zich over de socialistische vice-premier Fernández de la Vega, die zich in zijn ogen kleedt als een soort paradijsvogel en voor het overige niet deugt.

Plotseling ligt de Burgeroorlog weer op tafel. Waarom moet de huidige regering een wet invoeren om de oude symbolen van het Franco-regime op te ruimen, klaagt hij bozig. Italië heeft toch ook geen standbeelden van Mussolini op straat staan en Duitsland niet van Hitler, breng ik er voorzichtig tegen in.Franco was lang niet zo erg als dictator, krijg ik te horen, de roden dreigden het land in chaos te veranderen. Hetzelfde liedje, maar dan andersom, maakten we eerder mee bij linkse vrienden. Daar was een opmerking over de dubieuze rol van communistenleider Santiago Carillo genoeg om de kabbelende tafelconversatie te veranderen in een slagveldje. Schraap het vernislaagje weg en je stuit al snel op twee Spanjes – links en rechts – die met verhitte koppen tegenover elkaar staan om elkaar met een boekhouding vol openstaande schulden om de oren te slaan. Het is een goede verklaring voor het feit dat het radicaalste deel van Spanjes kerkhiërarchie de straat optrekt om te protesteren tegen zaken die vooral de keuzevrijheid van anderen betreffen. En voor het geloof dat een deel van conservatief Spanje hecht aan een samenzweringstheorie achter de aanslagen van 11 maart 2004, die bedoeld zouden zijn om de socialisten aan de macht te brengen. „Als je in Spanje eenmaal partij hebt gekozen, tellen argumenten niet”, zegt een vriend na een discussie.

Nog steeds moet Spanje voor zijn geschiedenis van Burgeroorlog en dictatuur te rade gaan bij Britse klassiekers als The Spanish Civil War (Hugh Thomas), Spain 1808-1975 (Raymond Carr) of Franco van Paul Preston. Onder de Spaanse auteurs doet vooral de zelfbenoemde historicus Pío Moa goede zaken. Diens boeken zouden in andere landen zijn weggehoond als verdediging van het Franco-bewind. Spanje moet wachten op zijn eigen Mak: het verleden is nog te veel aanwezig.

Zie www.ineuropa.nl en zondag de twaalfde aflevering van de televisieserie In Europa (Ned.2, 21.10u.).