Ik geef vorm aan wie jij bent

Hans Ubbink (46) is modeontwerper en presenteert maandag zijn nieuwe collectie.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Links Mieke Meesen in een jurk uit de nieuwe collectie, rechts Hans Ubbink Foto Mieke Meesen
Links Mieke Meesen in een jurk uit de nieuwe collectie, rechts Hans Ubbink Foto Mieke Meesen Meesen, Mieke

Hans Ubbink-mannen worden ze genoemd. Matthijs van Nieuwkerk, Martin Bril, Marco Borsato, Hans Klok, Bart Chabot, Beau van Erven Dorens – allemaal dragen ze de jongensachtige maar elegante jasjes met de verborgen details: een opvallende voering, een tekstregel op het waslabeltje of in een binnenzak. Kleren voor vrouwen zijn er sinds een paar jaar ook. Modeontwerper Hans Ubbink (46) heeft, zegt hij, zich verheugd op dit gesprek. Al sinds we het hebben afgesproken denkt hij zo nu en dan aan wat hij zou kunnen vertellen over inspiratie. Inspiratie is zijn werk. Maar als we tegenover elkaar zitten in de oude fabriekshal waar volgende week maandag de nieuwe collectie wordt gepresenteerd, wacht hij toch liever op de vragen. „Ik wilde het voorbereiden maar ik heb het niet gedaan. Dat doe ik ook eigenlijk nooit. Het komt, ik heb een heel slecht geheugen. Daarom heb ik geleerd op het moment zelf te zeggen wat ik vind. Ik stel de dingen ook nooit mooier voor dan ze zijn, omdat ik een week later ben vergeten wat ik zei. Ik blijf dicht bij mezelf – dan klopt het altijd.”

Is er een verband tussen een slecht geheugen en modeontwerpen?

„Daar heb ik het wel eens over, ja. Dan zeg ik tegen mijn vrouw: het is maar goed dat ik niet onthoud wat ik vijftien jaar geleden maakte, want dan zou ik me afvragen waarom ik het nog steeds maak. De kleren die ik nu ontwerp zijn verwant aan de kleren van toen. De invloeden, de sferen: die zijn dezelfde gebleven. Alleen de vertaling is altijd anders. In die vertaling zit de tijdgeest. Een goede ontwerper maakt iets dat past in de tijdgeest. Alleen dan voelen mensen zich prettig in jouw kleren.”

Het beste dat je kunt worden is jezelf, is uw motto.

„Kleding moet staan voor wie jij bent. Toen ik jonger was, vond ik het belangrijk een statement te maken. Op de middelbare school droeg ik punk en new wave. Totdat ik merkte dat medeleerlingen en leraren mij daardoor in een hokje plaatsten. Toen heb ik van de ene op de andere dag een driedelig pak van mijn vader aangetrokken. Mensen snapten daar niks van: jij bent toch... Ik werd me er toen voor het eerst van bewust wat het doet, als je je op een bepaalde manier presenteert. Dat is me altijd bijgebleven. Het grootste verschil tussen mij en de goegemeente van modeontwerpers is dat zij uitgaan van een mooi plaatje. Terwijl ik uitga van een mooi mens. En met een mooi mens bedoel ik iemand die zichzelf is.”

Maar u kunt niet weten wie ik ben.

„Nee. Maar ik kan wel proberen te faciliteren. Als ik zou zeggen dat dit of dat jou een mooi mens maakt, dan ben ik toch stiekem bezig met dat plaatje. Dat doe ik dus niet. Ik wil zo min mogelijk zeggen hoe het moet. Eigenlijk wil ik alleen maar laten zien hoe het ook kan. En als jij vindt dat je daar wat mee kunt, ben ik er bijna zeker van dat je dat vaker zult hebben met mijn kleren. Want dan delen wij een bepaalde mentaliteit.”

Is op deze manier modeontwerpen een roeping?

„Ja, dat denk ik wel. Ik had eerst een ander merk, Book’s. Dat heette zo omdat mensen zich hebben ontwikkeld door wat we op schrift hebben gesteld en ik vond: dat moet met kleren ook kunnen. Ik had het merk ondergebracht bij een holding. Maar na een aantal jaren wilden zij meer kleren voor de grote massa en ik niet. Toen zijn ze gestopt. Vervolgens heb ik een paar avonden achter elkaar met vrienden in de tuin zitten eten: wat moet ik nou gaan doen. Door met kleren ontwerpen? Kledingwinkels beginnen? Iets met boeken? Tijdens die avonden in de tuin kwamen we erop dat ik eigenlijk een platform zoek om mijn boodschap uit te dragen. Dat doe ik via kleren, maar het had ook iets anders kunnen zijn. Ik wil een boodschap kwijt: als jij bent wie je bent, word je gelukkiger. En de mensen om je heen ook. Die zien dan meteen of ze wat met je hebben. Als jij niet bent wie je bent, kan het heel lang duren voordat andere mensen weten dat ze wat met je hebben.”

Verklaart u zo uw succes?

„Mijn succes komt door mijn visie, maar ook door keihard werken. Ik heb een calvinistische inslag, niet zeuren maar doorgaan. Anders had ik het wel opgegeven. In het verleden is regelmatig tegen mij gezegd: sorry, maar dit heeft geen bestaansrecht. Dat is ook het vak hoor. Als je ontwerper bent loop je voorop. Je ontmoet meer weerstand dan wanneer je in een groep zit. En verder heb ik het lang genoeg volgehouden om uit te komen in een tijd waarin mensen zeggen: ik wil mezelf zijn door me te onderscheiden, maar zonder erbij te lopen als een clown. Je onderscheiden is niet zo moeilijk, maar je onderscheiden zonder jezelf te verliezen is al een stuk lastiger. En dat laatste past in deze tijd.”

Dat brengt ons bij inspiratie. Waar komt die vandaan?

„Gek genoeg is dat lastig uit te leggen. Als ik zeg: mensen zijn mijn inspiratie, zeg jij natuurlijk: ja dûh. Maar het is wel zo. Het zijn gesprekken met mensen. En verder muziek, film, boeken, kranten, tijdschriften. Het is je informeren over wat er leeft.”

U zit met mij te praten en denkt: aha, nu weet ik hoe ik de voering van dat jasje ga maken?

„Nee, zo gaat het niet. Uit een gesprek haal ik een sfeer. De vorm komt uit mezelf. Ik bepaal bijvoorbeeld dat er een tropische bloem op de voering moet. Maar dat er behoefte is aan iets vrolijks, pik ik op uit wat er leeft. Ik geef vorm aan de sferen die ik oppik.”

Wat zijn nu die sferen?

„De nieuwe collectie heeft een aantal onconventionele looks. Mensen zullen zich afvragen of dat nou mooi is. En tegelijk zitten er heel elegante dingen bij. Dat is dus verwarrend. Net zo verwarrend als de manier waarop wij tegenwoordig leven. De ene keer gaan we er vol in en halen we een kick uit het opzoeken van onze grenzen, de andere keer willen we met rust gelaten worden. Zo is deze tijd en zo zit dus ook de collectie in elkaar. Ik doe niet wat de marketeers prediken die zeggen: kies voor één look, communiceer één boodschap. Als je dat doet, wordt alles plat.”

Wat ziet u als u op straat om u heen kijkt?

„Ik oordeel niet zo snel, hoor. Als iemand iets aan heeft dat er niet uitziet, is dat wat ik vind. Dat wil niet zeggen dat het zo is. Ik zie het wel, natuurlijk. Maar ik loop niet vaak door het stadscentrum. Dat is voor de grote massa – en daar hoor ik toch niet tussen. Dat klinkt misschien ... dat zou verkeerd kunnen klinken. Het spreekt mij niet aan en ik hoef er niet te zijn, laat ik het zo zeggen.”

Gaat u kijken in de winkels waar uw kleren hangen?

„Nauwelijks. Gek, hè. Ik denk dan ... it doesn’t cure a cancer, zoiets. Zoveel mensen, zoveel winkels, zoveel spullen. In een winkel vraag ik me altijd af hoe zinnig het is wat ik doe: er is zoveel, wie ben ik om te denken dat ik iets toe te voegen heb. Ik voeg alleen iets toe op microniveau. Mensen die tegen mij zeggen dat het fijn is om mijn kleren te dragen: daar hou ik me aan vast. In die grote hoeveelheid van winkels voor de massa ben ik de mens kwijt.”