Opgewekte krant van jonge honden

De hoofdredacteur spreekt liefkozend over ‘zijn jonkies’.

Saamhorigheid en optimisme lijken na een jaar de ingrediënten van het gratis dagblad ‘De Pers’.

„Eens even kijken wie we nog meer gaan voordragen voor De Tegel.” Hoofdredacteur Ben Rogmans is ’s ochtends om half tien druk bezig met de kandidaten voor deze nieuwe journalistieke prijs. „Dit is toch een prachtige zomerserie”, zegt hij wijzend op een stapeltje verhalen over een wereldreis van jonge verslaggevers. „Onze jonkies”, glimlacht Rogmans tevreden.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek op de redactie van De Pers. Een krant zonder hoofdredactioneel commentaar maar met een eigen visie. Het dagblad, dat op 23 januari vorig jaar voor het eerst verscheen, is vooral opgewekt van toon, vindt de hoofdredacteur. De wereldreis kreeg als titel ‘De grote Inspiratietour’. Jonge verslaggevers trokken met een minibudget de aarde over op zoek naar inspirerende mensen. Verslaggever Marten Blankesteijn (20) zocht in het door hyperinflatie geplaagde Zimbabwe net zo lang tot hij een positieve econoom vond.

Datzelfde positivisme schemert door in de redactievergadering om tien uur. Naar aanleiding van de zeventigste verjaardag van koningin Beatrix suggereert de binnenlandredactie een verhaal te maken over de vraag wat de monarchie ons land oplevert. „Verhalen over hoe duur het koningshuis is, die kennen we onderhand wel.” Rogmans, door vakblad De Journalist uitgeroepen tot Journalist van het Jaar, vindt het een goed idee.

„We hebben onze verslaggevers onder meer geselecteerd op opgewektheid”, legt hij na de vergadering uit. Ook de lezers zijn volgens Rogmans goed te spreken over de bijna-jarige krant. „Pas nog. Een man schreef dat hij in de trein tussen Haarlem en Den Haag elke ochtend, samen met veel andere passagiers, De Pers leest. ‘Even voorbij Leiden gaan we de verhalen bespreken.’ Ontzettend leuk toch?!”

De oplagedaling in het derde kwartaal is eenvoudig te verklaren, volgens Rogmans (51): „Daarin vallen twee zomermaanden. Dan wordt er altijd minder gelezen.”

Het aantal advertenties lijkt niet over te houden. „Vandaag drie pagina’s, dat is te weinig”, geeft Rogmans toe. „Morgen vier, dat is redelijk. Vorige week acht, uitstekend.” De adverteerders komen minder snel dan de hoofdredacteur had gehoopt, erkent hij aarzelend, maar dat ligt in zijn ogen vooral aan het feit dat het jaargemiddelde van de bereikcijfers nog niet bekend is.”

Rogmans is ervan overtuigd dat De Pers niet zal verdwijnen. „We draaien nu nog verlies, maar uiterlijk in 2009 zullen we winst maken. We zitten hier echt niet in angst en beven dat onze financier Marcel Boekhoorn de stekker eruit zal trekken. Hij is een man die nog nooit heeft verloren.” De recente uitlating van PCM-topman Bert Groenewegen dat er in Nederland geen ruimte is voor vier gratis dagbladen, wimpelt hij weg. „Opmerkelijk om dat te horen uit de mond van iemand die zelf die vierde krant in de markt heeft gezet.”

Hoewel het de redactieleden niet is toegestaan zich uit te laten over de financiële toekomst van de krant, heerst ook onder hen goede moed. „Ik denk dat onze saamhorigheid onze kracht is”, zegt eindredacteur Petra Janbroers (50). „Ik zie hier dezelfde jonge-hondenmentaliteit als vroeger bij De Telegraaf, waar ik tot 2000 heb gewerkt: Wij tegen de rest van de wereld.” Het saamhorigheidsgevoel wordt nog versterkt doordat de redactie, bij gebrek aan dagelijks hoofdartikel, zelf standpunten inneemt. „Zo zijn we vóór onze inzet in Uruzgan en vóór legalisering van drugs”, vertelt Janbroers.

Lunchpauze. De receptioniste vult de broodjes bij en Marten Blankesteijn spreekt zijn verbazing uit over wat hij in één jaar De Pers heeft meegemaakt. „Ik werd als jonge binnenlandverslaggever naar donker Afrika gestuurd, en omdat ik sportfanaat ben mocht ik ook de wereldbeker in Thialf verslaan. Bij welke andere krant maak je dat mee? En nu word ik nog ingezonden naar De Tegel ook.”

Rogmans maakt inmiddels achter zijn bureau de post open. Een groepje gedetineerden wil voortaan dagelijks De Pers.