Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Rollende sneeuwbal

Ooit werd Albert Einstein (1879-1955) gevraagd wat hij het achtste wereldwonder vond. Het natuurkundig genie, wereldberoemd om de beeldschone formule E=mc2, antwoordde prompt: „De samengestelde interest.”

En inderdaad: samengestelde rente is een mirakel: het kan je vermogen maken of breken. Iedereen die spaart of belegt, zou het moeten begrijpen. En dat kan. Samengestelde interest – of rente op rente – is weliswaar een wonder, maar toch een stuk simpeler dan Einsteins relativiteitstheorie. Wie het eenmaal doorheeft, bekijkt zijn geldzaken voor eeuwig anders. Het effect is meestal dat je geld sneller gaat groeien.

Rente op rente doet voor geld wat een besneeuwde helling voor een sneeuwbal doet. Terwijl de bal naar beneden suist, groeit hij sneller en sneller. Dat effect is universeel, zag Einstein: het werkt ook voor geld. Elk jaar plakt er nieuwe sneeuw (lees: rendement) aan je kapitaal.

Over die gegroeide sneeuwbal krijg je weer rendement. En weer. Enzovoorts. Zo groeit je geld aanvankelijk gestaag, maar op termijn onstuitbaar. Stel je investeert 100.000 euro tegen gemiddeld 8 procent rendement. Na een jaar heb je dan 1,08 keer je beginkapitaal: 108.000 euro. Na tien jaar bezit je 1,08 × 1,08 (dit 10 keer) × 100.000 euro = 215.000 euro, ruim twee keer je beginkapitaal. Na veertig jaar zit je op 1,08 tot de veertigste macht (1,0540) × 100.000 is 2.100.000 euro, bijna 22 keer je beginkapitaal. En na honderd jaar beheer je – als er geen successiebelasting zou bestaan – 1,08100 maal een ton, is 219.976.110 euro. Die verpletterende sneeuwbal is bijna 2.200 keer je investeringsbedrag.

De geldindustrie leeft van rente op rente. Een beleggingsfonds kost u bijvoorbeeld in totaal 2 procent van uw belegde kapitaal per jaar. Uw jaarrendement zakt daardoor van bijvoorbeeld 8 naar 6 procent. Na een jaar bezit je daardoor geen 108.000 maar 106.000 euro, twee mille minder. Na een decennium bezit je geen 215.000 maar 179.085 euro, 35.915 euro minder.

Na veertig jaar bezit je geen 2.100.000 maar 1.028.572 euro, een dikke miljoen minder. Na een eeuw wordt het verschil bizar. U bezit geen 220 maar 34 miljoen euro. De geldinstelling heeft 85 procent van uw kapitaal opgezogen.

Dat lijkt tovenarij, maar is realiteit. Reken maar na op de internetsite www.berekenhet.nl (kies ‘Sparen & Beleggen’ en negeer de reclames). Naast hulp bij de bovenstaande berekeningen, krijg je er antwoord op de vraag hoeveel meer kapitaal extra spaarrente je oplevert op termijn. Ook achterhaal je snel hoeveel je maandelijks of eenmalig moet inleggen om een bepaald eindbedrag bij elkaar te sparen of beleggen. Of welk rendement je effectief per jaar boekt, als een bepaald eindkapitaal is beloofd, welke winst je globaal verwachten kunt bij sparen of beleggen, en hoeveel je jaarlijks kunt opnemen uit bijvoorbeeld een miljoen voordat het geld op is.

Stel je bezit dit bedrag op je 65ste. Neem je dan, bij 2 procent inflatie en 4 procent rendement, elk jaar 40.000 euro op, dan blijk je het tot je 92ste jaar te kunnen uitzingen.

Ook interessant is zélf je winst narekenen van het oversluiten van je hypotheek, want diverse hypotheekadviseurs stellen dat te rooskleurig voor, bleek onlangs uit onderzoek van de financiële toezichthouder AFM. Ook bepaal je in dertig seconden of je een hypotheek zou moeten aflossen met beschikbaar spaargeld. Dat hangt af van de hypotheeksom, hypotheekrente, belastingtarief, vermogen in box 3, de WOZ-waarde van uw huis en het rendement op uw geld in box 3.

Probeer het eens op Berekenhet en je voelt je een beetje Einstein.