Van de visvijver naar Europees schaatsgoud

Martina Sáblíková verraste op het EK vorig jaar Ireen Wüst en schaatsgrootmacht Nederland. „Nu moet ik plotseling handtekeningen uitdelen. Vind ik leuk.”

Martina Sáblíková viert haar zege bij het EK allround vorig jaar in Collalbo. Foto Reuters Martina Sablikova of the Czech Republic holds up her national flag after winning the European Speed Skating Championships at the outdoor Ritten Arena in Collalbo, northern Italy, January 14, 2007. REUTERS/Max Rossi (ITALY)
Martina Sáblíková viert haar zege bij het EK allround vorig jaar in Collalbo. Foto Reuters Martina Sablikova of the Czech Republic holds up her national flag after winning the European Speed Skating Championships at the outdoor Ritten Arena in Collalbo, northern Italy, January 14, 2007. REUTERS/Max Rossi (ITALY) REUTERS

Deelneemsters aan het Europees kampioenschap schaatsen, volgend weekeinde in de ultramoderne ijshal van het Russische Kolomna, zijn gewaarschuwd. Op het natuurijs van de visvijver Pilák, in haar woonplaats Zdár nad Sázavou ten oosten van Praag, werd Martina Sáblíková eind december nationaal kampioene van Tsjechië: vrijwel een kopie van haar EK-voorbereiding van vorig jaar, toen ze vervolgens in het Italiaanse Collalbo op de slotafstand Ireen Wüst sensationeel van de titel afhield.

Sáblíková (20) lijkt wat introvert, tot het over de aanloop naar haar grote doorbraak gaat. „Eind december zagen we dat het ijs van de vijver vlakbij ons huis dik genoeg was. Er lag een centimetertje of vijf, er was wat sneeuw gevallen. We hebben iedereen opgetrommeld, en samen met ouders en familie een baan geveegd van ongeveer 250 meter lang. Toen zijn we wedstrijden gaan rijden, drie dagen achter elkaar. Vlak voor oudejaarsavond kwam de dooi opzetten en kon je niet langer met meerdere mensen naast elkaar staan. Anders zakte je erdoor. Stilstaan was sowieso gevaarlijk. Maar zolang je door schaatste, kon er niets gebeuren. Ik weet nog dat ik op de laatste afstand, de drie kilometer, in de bocht steeds over een dode vis schaatste die zat vastgevroren tegen de onderkant van het ijs.”

Voor Nederlandse toppers een doodzonde, schaatsen op natuurijs. Voor Sáblíková, tot dan toe alleen bekend als een goede stayer, bleek het de weg naar haar eerste internationale allroundtitel. „Achteraf blijft het voor mezelf ook een beetje onbegrijpelijk”, zegt ze. „Ik had niet gedacht dat ik met mijn matige 500 meter ooit een allroundtoernooi zou winnen.” De vijf kilometer bij het EK, waarop ze liefst tien seconden sneller was dan nummer twee, beschouwt ze als de beste race van haar carrière. „Hoewel die op het WK allround in Heerenveen ook niet slecht was.” Haar trainer Petr Novák verduidelijkt: „Na het EK hoorde je verhalen dat Martina op de buitenbaan van Collalbo voordeel zou hebben gehad van de wind. Toen dacht ik: wat er ook gebeurt, in de hal van Heerenveen moeten we ook de vijf kilometer winnen. Dat is gelukt, opnieuw tien seconden voorsprong op nummer twee.”

Geweldige ambiance in Thialf, zegt Sáblíková. „In Tsjechië komen alleen een paar buurtbewoners kijken wat er loos is als er startschoten klinken op de vijver. In Heerenveen juichen duizenden mensen voor je.” De Tsjechische coach vertelt een bizarre anekdote over de voorbereiding op die WK-race. „Gelukkig is het nooit op televisie geweest”, lacht Novák. „Vlak voor de start heb ik toen mijn stopwatch naar haar hoofd gesmeten. Martina was op wedstrijdniveau aan het inrijden, belachelijk, veel te snel. ‘Met deze instelling wordt het nooit wat’, schreeuwde ik. ‘Ik kap ermee!’ En dan rijdt ze vervolgens haar beste race ooit.” Sáblíková bagatelliseert. „Eigenlijk zijn we elkaar nooit zat hoor. Soms zijn er kleine dingen, dan lopen we tien minuten tegen elkaar te schelden. En daarna gaat het wel weer.”

Schaatsgrootmacht Nederland kijkt kritisch naar Novák en Sáblíková, afkomstig uit een land waar langebaanschaatsen nauwelijks traditie heeft. De coach zou zijn jonge pupil met het frêle uiterlijk volgens aloude Oostblok-recepten over de kling jagen met veel te harde trainingen. Fietstochten in de bergen bij drie graden onder nul? Zie je wel, onverantwoord. Novák: „Over mijn trainingsmethodes wil ik niet te veel kwijt. Maar in het buitenland worden soms onwaarheden verteld. Ik geef toe dat mijn methodes anders zijn dan die van anderen. Maar Martina traint in verhouding niet harder dan haar teamgenoten.” De schaatsster zelf hoort het glimlachend aan. „Dat harde trainen wordt overdreven. Ik doe het met plezier en heb juist veel te danken aan mijn trainer.”

Sterker, zonder Novák had de Tsjechische, vorig jaar ook wereldkampioene afstanden op de drie en vijf kilometer en wereldrecordhoudster op de langste afstand (6.45,61), nooit geschaatst. „Ik kom uit een echte sportfamilie”, vertelt Sáblíková, wier zestienjarig broertje Milan ook deel uitmaakt van de Tsjechische schaatsselectie. „Mijn moeder heeft op jonge leeftijd een ongeluk gehad, waardoor ze nooit aan topsport heeft kunnen doen. Maar mijn vader speelt nog steeds basketbal. Ik was een heel bewegelijk kind, met acht maanden schijn ik al gelopen te hebben. Toen ik een jaar of vier was, klom ik in bomen achter de eekhoorns aan. Vanaf een jaar of drie, vier ging ik skiën met mijn moeder. Op mijn achtste basketballen net als mijn vader. Een echte uitblinkster was ik niet. Ik was te klein, maar bloedfanatiek. Scoren deed ik niet zo vaak, maar als verdedigster hadden ze een lastige tegenstandster aan me.”

Naast basketbal deed ze aan inline-skaten, dat in de jaren negentig snel populair werd in Tsjechië. „Daar kwam ik Petr Novák tegen, een kennis van mijn moeder, die trainer was. Hij vertelde een verhaal over schaatsen. In die sport zou ik volgens hem ooit olympisch kampioene kunnen worden. Ik dacht meteen: die man is helemaal gek geworden. Maar ergens wilde ik het wel proberen. Dus heb ik uiteindelijk voor schaatsen gekozen.”

Novák zelf was in 1961 begonnen met schaatsen, een onbeduidende sport in communistisch Tsjechoslowakije, waar voetbal en ijshockey domineerden. „Ik hield niet van teamsport. Schaatsen sprak mij aan omdat het zo eerlijk was: jij, een tegenstander en de klok. De enige ijsbaan in Tsjechoslowakije lag in het gebied waar ik woonde, bij Svratka. Op honderd meter van de baan heb ik een huisje gebouwd en ik ben gaan trainen. Jarenlang, maar zonder door te breken. Toen ik stopte, besefte ik dat ik veel fouten had gemaakt. Maar ik had ook veel ontdekt. Trainingsmethoden die niet werden ondersteund door de wetenschap, maar waarmee ik wel dacht verder te kunnen komen. Dus probeerde ik wat schaatsers rond me te verzamelen.”

Halverwege de jaren tachtig had Novák bescheiden succes met Jiri Kyncl. „Ook al was schaatsen geen belangrijke sport in Tsjechië, hij heeft wél aan EK, WK en Olympische Spelen meegedaan.” Halverwege jaren negentig ontmoette de gedreven trainer de kleine Sáblíková. „Ik zag direct dat zij veel beter was dan alle schaatsers die ik daarvoor had getraind. Toen ze twaalf was, heb ik goed met haar ouders gesproken. Ik heb gezegd: jullie moeten het allemaal aan mij overlaten, ik moet een jaar of zes aan het lichaam werken, maar dan haalt ze de top.”

Sáblíková koestert warme herinneringen aan die eerste jaren. „In Tsjechië had je wedstrijden in Sratka, en gewoon op visvijvers in de bergen. In 1999 werd ik voor het eerst nationaal kampioene, bij de junioren D. Er deden acht meisjes mee, dat vond ik veel. Mijn eerste wedstrijd in het buitenland reed ik op mijn twaalfde in Collalbo. Een 500 meter, in 52,25. In die tijd had ik nog geen idee wat schaatsen voorstelde, wie de toppers waren. Ik begon de sport pas te volgen in het olympisch jaar 2002.” Dat jaar debuteerde ze, bij de senioren, als vijftienjarige. „Bij de World Cup in Erfurt werd ik zevende in de B-groep. Ik vergeet nooit dat Claudia Pechstein na afloop naar me toe kwam om me te feliciteren. Dat jaar reed ik ook voor het eerst het WK voor junioren. Ik werd 36ste. Een betere motivatie kon ik me niet wensen.”

In een oud bestelbusje trokken Novák, Sáblíková en een groeiend groepje Tsjechische schaatsers de jaren daarna langs de Europese ijsbanen. „Ik heb altijd geweten dat je van schaatsen niet rijk zou worden”, zegt Novák. „Daar paste ik mijn hele levensstijl op aan. In de zomer werkte ik zeven dagen in de week, zodat ik genoeg geld bij elkaar had om in de winter te kunnen schaatsen. Toen ik trainer werd, bleef dat hetzelfde. ’s Zomers kwam ik af en toe langs bij de training om een aanwijzing te geven, tussen mijn werk door. In de winter kon ik dan bij de ploeg zijn. Met de ouders sprak ik af dat ze moesten investeren. Maar ik zei er steeds bij: eentje van de ploeg zal het ooit terugbetalen.”

Na de grote doorbraak vorig seizoen is hun sportieve en financiële status in eigen land snel gegroeid. „Schaatsen kwam plotseling op televisie in Tsjechië”, vertelt Novák. „De media willen interviews, Martina kan winkels openen en prijzen uitreiken. De afgelopen maanden zie je een soort fenomeen ontstaan: Martina Sáblíková. Ook mensen die niet zoveel op hadden met sport worden ineens schaatsfan en vragen wanneer er weer een kampioenschap komt.”

De schaatsster zelf vindt niet dat er zoveel is veranderd. „Ik was er goed op voorbereid, de trainer heeft me al vroeg verteld dat het zou gebeuren. Als ik over straat loop of in een restaurant zit, moet ik plotseling handtekeningen uitdelen. Vind ik alleen maar leuk.” Net zoals de sms’jes van Petr Cech, de Tsjechische keeper van Chelsea en het nationale elftal. „We hebben hetzelfde managementbureau. Als hij iets bijzonders heeft meegemaakt, stuurt hij me een berichtje. En ik hem.”

Door de schaatshype rond Sáblíková bestaan er vergevorderde plannen voor een overdekte ijsbaan in de buurt van Praag. Maar dat de sportieve belangen prevaleren, blijkt duidelijk uit een spontane dialoog tussen trainer en pupil over de Olympische Spelen komende zomer in Peking. Hot item in Tsjechië: gaat de schaatsster daar wielrennen? „Waarschijnlijk niet”, zegt ze. „Waarschijnlijk wel”, countert Novák. „Het is geen irreëel doel. Op het EK onder 23 jaar heeft ze afgelopen zomer brons gewonnen op de tijdrit, hoewel halverwege de ketting eraf liep. Als we gaan, moet ze twee disciplines doen: de tijdrit op de weg en de drie kilometer op de baan. Als ze twee weken op de fiets zit, rijdt ze al onder 3.50. Kun je nagaan als ze echt gaat trainen.” Sáblíková is niet overtuigd. „Ik weet het niet. Ik vind de Winterspelen van Vancouver 2010 belangrijker. En schaatsen is veel leuker dan wielrennen.” Novák: „Luister nou. Ik wil de eerste Tsjechische trainer zijn die met een atlete een medaille wint op zowel de Winter- als de Zomerspelen. Daartoe ben jij makkelijk in staat. Vervolgens kan ik rustig stoppen, al mijn trainingsgeheimen aan je overdragen en kun jij mijn opvolger worden.”

Met dank aan Krystof Krijt