Gemeenten moeten vuurwerk beperken

Ieder jaar neemt het gebruik van vuurwerk tijdens de jaarwisseling toe. Wordt het geen tijd dat de overheid ingrijpt, vragen Arno Bonte en David Rietveld zich af.

De populariteit van vuurwerk neemt elk jaar toe. We hebben het nieuwe jaar ingeluid met 200.000.000 knallen. Dat zijn er meer dan honderd per inwoner. Een groei van vijf procent ten opzichte van vorig jaar en een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. Het toont aan dat de vuurwerktraditie voor veel mensen een belangrijk onderdeel van de nieuwjaarsviering is.

Aan het steeds massalere gebruik van vuurwerk kleven echter drie grote bezwaren. Allereerst de toenemende luchtvervuiling. In stedelijke gebieden vullen de straten zich jaarlijks met donkere kruitwolken. Dat is onaangenaam, maar ook erg ongezond. In Rotterdam en Den Haag was de luchtverontreiniging in de eerste uren van het nieuwe jaar achttien keer zo hoog als op een gewone dag. Dat is twaalf keer boven de wettelijke norm. Op elke andere dag zou voor zo’n situatie de hoogste alarmfase van kracht zijn en iedereen ten strengste worden ontraden zich buiten de deur te begeven.

Ook neemt de geluidsoverlast steeds grotere vormen aan. Er wordt meer geknald en de knallen worden steeds harder. Natuurlijk, knallen horen bij Oud en Nieuw. Maar gedurende de hele oudejaarsdag en vaak ook al in de dagen daarvoor, lijkt de stad veranderd in een oorlogsgebied. Dieren raken gestresst en ook veel mensen voelen zich er niet prettig bij.

Ten slotte zit er ook in het aantal vuurwerkslachtoffers een stijgende trend. Dit jaar zijn er weer meer mensen gewond geraakt dan vorig jaar. De belangrijkste oorzaak is het steeds zwaardere vuurwerk dat gebruikt wordt en het ondeskundig of onverantwoord gebruik. Onder de slachtoffers zijn veel kinderen en meer dan de helft van de getroffenen is een toeschouwer of voorbijganger.

De vuurwerktraditie brengt dus belangrijke nadelen met zich mee. Wat te doen? Een vuurwerkloze jaarwisseling is geen optie. Daarmee ontdoe je Oud en Nieuw van een populair gebruik. Maar doorgaan op de weg van toenemend vuurwerkgebruik is ook onwenselijk. De extreme geluidsoverlast en de deken van smog die zich over het land uitspreidt, vermindert voor een grote groep mensen in ernstige mate het plezier van de nieuwjaarsviering. Slachtoffers die letselschade oplopen, ondervinden daar vaak zelfs de rest van hun leven de vervelende gevolgen van.

De oplossing is een drastische inperking van het vuurwerkgebruik. Vuurwerk op zich is niet het probleem, maar wel de massaliteit waarmee het wordt afgestoken. En omdat het overál mag, kan niemand zich aan de nadelige effecten ervan onttrekken. Regulerend ingrijpen van de overheid is dus gewenst.

Maar hoe krijg je een vermindering van het vuurwerkgebruik voor elkaar? In plaats van ieder voor zich zouden er meer centrale vuurwerkshows moeten komen. Dat is veiliger en je vermindert er de vervuiling en geluidsoverlast mee. Gemeenten zouden zulke vuurwerkshows kunnen faciliteren of zelf organiseren.

Daarnaast zouden gemeenten een ontmoedigingsbeleid kunnen voeren door voortaan nog slechts enkele plekken beschikbaar te stellen voor het afsteken van consumentenvuurwerk. De landelijke overheid zou een milieuheffing op vuurwerk kunnen instellen en het quotum van het maximale vuurwerkgewicht per persoon (nu tien kilo) geleidelijk kunnen verlagen.

Met die maatregelen wordt het probleem een stuk verkleind. Het individuele vuurwerkgebruik zal naar verwachting met 20 à 30 procent worden teruggedrongen. De smog zal minder giftig zijn en de geluidsoverlast zal afnemen.

Maar het probleem wordt er maar gedeeltelijk mee opgelost. De enige echt effectieve maatregel is het instellen van een volledig verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk. Of beter gezegd: het schrappen van de uitzondering op het vuurwerkbesluit. In plaats van 364 dagen per jaar, wordt het verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk dan 365 dagen per jaar van kracht.

Afsteken van vuurwerk is dan alleen nog toegestaan voor professionals die een show verzorgen voor een groot publiek. Net zoals dat in de meeste andere landen is geregeld. Je voorkomt daarmee jaarlijks honderden vuurwerkslachtoffers en je maakt het gezonder en prettiger om met Oud en Nieuw de straat op te gaan.

Natuurlijk zal het voor veel mensen even wennen zijn als ze zelf geen vuurwerk meer mogen afsteken. Het wedstrijdje ‘wie heeft de hardste knal’, zal tot het verleden gaan behoren. Maar daarvoor in de plaats komt een spectaculaire vuurwerkshow waar iedereen van kan genieten. Je kunt de buren voortaan op straat een goed nieuwjaar wensen zonder naar binnen gejaagd te worden door gevaarlijke knallen en kruitdamp. En je hoeft je geen zorgen te maken of je in het nieuwe jaar een vinger of een oog moet missen. Oud en Nieuw zal er alleen maar leuker op worden.

Arno Bonte is gemeenteraadslid in Rotterdam. David Rietveld is gemeenteraadslid in Den Haag, beiden voor GroenLinks.