Versterking? Is het dan niet spannend?

Zitten we ons elk weekeinde te verkneukelen aan spannende wedstrijden in bomvolle stadions, aan doorwrochte analyses en hartveroverende commentaren op televisie, is het weer niet goed. Men praat nota bene al over het kampioenschap van de armoede.

Het is kennelijk nog steeds moeilijk te verteren dat het Nederlandse clubvoetbal allang niet meer op Europees topniveau speelt. Bar en boos is het spel dat Ajax, PSV, Feyenoord en AZ tonen. Zo wordt beweerd. Het moet snel beter worden, anders verliest Nederland nog de aansluiting met Schotland, Zwitserland en België. Zo wordt gevreesd.

Het seizoen is nauwelijks halverwege of de trainers van de kampioenskandidaten – en nota bene de media – roepen al om versterking. Gewenst: een foutloze doelman, een échte verdediger, een heerser op het middenveld, een scorende spits en een trainer die elk elftal kampioen kan maken.

Is deze competitie dan niet vermakelijk én spannend genoeg? Maar het is toch heerlijk dat kleinere, aanzienlijk minder draagkrachtige clubs zich kunnen meten met de traditionele top. De liefhebbers in de Euroborg, het Abe Lenstra-stadion, het Arkestadion, het Parkstad Limburgstadion, de Vijverberg en de Koel beleven euforische tijden, wanneer Ajax, PSV, Feyenoord en AZ op bezoek komen. Daar is het toch om te doen, om blijdschap en vertier.

Het niveau van het Nederlandse clubvoetbal wordt door analytici afgemeten aan het aantal punten dat de toppers behalen. Als PSV met 2-0 van NAC wint, is PSV slecht. Als Ajax 2-2 speelt tegen VVV, is Ajax tam. Als Feyenoord in Heerenveen 1-1 speelt, is Feyenoord hard toe aan versterking.

De topclubs beloven dat na de jaarwisseling alles anders zal zijn. Het is niet te hopen, zeker niet voor FC Twente, SC Heerenveen, FC Groningen, Roda JC, De Graafschap en VVV-Venlo en hun supporters. Een competitie is toch alleen interessant als elke club kans op de titel heeft.

Guus van Holland