‘Tukang vermak’ wil hogerop

Met hun karren en manden dragen ook zij bij aan de chaos van miljoenenstad Jakarta. Maar in de straat zijn de venters een dagelijks baken. Vandaag bij het tuinhek een gesprek met Saiful.

INDONESIA - Jakarta, Saturday 08 September 2007. A street tailor Saiful (16 years old) who was born in Kerawang, West Java, repairs a jean for his customer in Kemang area, South Jakarta. Works ten hours per day he earns IDR 50,000 - 100,000 (about EURO 4 - 8). He's already been four years in his job. Photo by Ahmad 'deNy' Salman/JiwaFoto Agency Salman, Ahmad 'deNy'

Als je naar de grote stad gaat om in de fabriek te werken, ja, dan heb je ’t gemaakt. Maar langs de deur – nee, dat hoeven zijn vrienden niet te weten. Dus laat Saiful zijn vrienden in Karawang maar in de waan. Want twee jaar geleden – hij was toen 14 – is hij immers met zijn broer naar Jakarta getrokken om op de confectiefabriek van Cipete te gaan werken. En dat die fabriek failliet ging, is niet zijn schuld, toch?

Maar eerlijk gezegd is dit leven beter. Altijd buiten en met minder dan 5 euro komt hij nooit thuis ’s avonds. Soms wel het dubbele.

Je ziet ze overal – driewielers met voorop een trapnaaimachine. Meestal een Butterfly van Chinese makelij, gemonteerd aan het frame van een oude mountainbike. Je huurt ze voor een kleine euro per dag. Saiful is buitengewoon vingervlug, met schaar, scheermesje en spoel. Alles geleerd op de confectiefabriek.

Elke dag komt hij langs voor verstelwerk en vermaken. Tukang vermak – het vermaakmannetje. Hij repareert scheuren in een broek, manchetten van een overhemd, kragen. Dat soort werk. Hoogst zelden repareert hij kleding van de heer of de vrouw des huizes in de straat. Dat hoort niet. Die gaan naar echte winkels.

De tukang vermak ontfermt zich over de kleding van het huishoudpersoneel, de kok, de huishoudster, de tuinman, de bewaker. Daar zijn zijn tarieven ook naar: minder dan een halve euro voor een broek. Als hij een broek korter moet maken, naait hij voor dat bedrag ratsrats dwars door de broekspijp heen. Een weggewerkte zoomsteek kost een hoopt tijd, dat moet met de hand. Desgewenst kan het „maar dat is natuurlijk duurder en bijna niemand heeft het ervoor over”.

Om zes uur ’s avonds houdt Saiful ermee op. „Dan wordt het te donker.”

Met vijf jongens delen ze een kamer. „Per man betalen we dan 60.000 roepia (ruim 5 euro) huur per maand.” Hij houdt geld over voor zijn ouders, „maar het zou meer zijn als ik niet rookte”. Maar dat doet hij wél en vertelt lachend: „Twee pakjes per dag – no smoking, no happy.” Het is de lokale Djarum Super met filter.

Een vriendin heeft hij nog niet. Te jong, zegt zijn oudere broer, die over hem waakt en Saiful is nog gezagsgetrouw genoeg om het daar mee eens te zijn. Dus kijkt hij in zijn vrije tijd televisie, die staat op de hoek van de straat bij een bewakingspost van een winkelcentrum.

Over zijn loopbaanperspectief is Saiful inmiddels na twee jaar Jakarta vager geworden. Naaiateliers zijn in Indonesië op hun retour en het mag dan mooi klinken om „in de fabriek” te werken, veel betalen doet het ook niet.

Tukang vermak is echter ook geen baan voor het leven, maar wat dan? Saiful: „Ik wil een succesvolle man worden.” En dat zou dan moeten gebeuren via een grote winkel in zijn geboortestad Karawang. Zodat de mensen daar zullen zeggen: die Saiful, die heeft het gemaakt, hij kent de grote stad, hij is een echte businessman.