Rusland aast op Servisch oliebedrijf in ruil voor steun

In Servië is ophef ontstaan over de kosten van de politieke steun van Rusland. Een overnamebod van de Russische energiereus Gazprom op het Servische staatsoliebedrijf NIS is door de Servische minister van Financiën Mladjan Dinkic bestempeld als „onfatsoenlijk en onacceptabel”. De verdeelde Servische regering vergaderde zaterdag over de onderhandelingen met het machtige Russische staatsbedrijf.

Analisten verwachten dat premier Vojislav Kostunica de overname wil accepteren, als beloning voor de Russische steun in de kwestie-Kosovo. Rusland is de belangrijkste partner van Belgrado in de strijd tegen de onafhankelijkheid van de in meerderheid door Albanezen bewoonde Servische provincie Kosovo. Servië wil de afvallige provincie maximale autonomie toestaan, maar de Kosovaren eisen onafhankelijkheid en worden daarin gesteund door onder meer de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Rusland steunde het geïsoleerde Servië tijdens de vele onderhandelingsrondes over de toekomst van Kosovo. Kostunica’s pro-westerse vicepremier Bozidar Djelic zei zaterdag dat Servië Rusland geen concessies zou doen in ruil voor politieke steun.

Het overnamebod, 400 miljoen euro voor 51 procent van de aandelen van NIS, maakt deel uit van een nauwere samenwerking tussen Servië en Rusland op energiegebied. In ruil voor de totale Russische controle op de Servische gas- en oliemarkt is Belgrado een mogelijke vertakking van een Russische gaspijplijn over de Balkan naar West-Europa beloofd. Dat kan Servië de komende decennia voorzien van lucratieve transportopbrengsten en verzekeren van goedkoop gas. De vertakking van de gaspijplijn zou minder capaciteit krijgen dan Belgrado hoopte.

Minister van Financiën Dinkic zei dat het bod van Gazprom slechts de helft van de boekwaarde van het te privatiseren staatsbedrijf is. „Wij worden gedwongen een zeer waardevol bezit direct in te leveren tegen een veel te lage prijs”, verklaarde Dinkic. „Gazprom laat de route van de pijplijn afhangen van de marktprijs. Maar de waarde van NIS moet ook bepaald worden door de marktprijs”, aldus de minister. (Reuters)