Misleidende reclames

Reclamemakers gebruiken een heleboel trucs: folders worden als brief verstuurd met het doel niet ongelezen in de prullenbak te komen.

De sticker van de postbesteller

Nog geen uur nadat ik in de krant lees dat consumenten in de EU door nieuwe richtlijnen met onmiddellijke ingang beter zijn beschermd tegen misleidende reclame, valt een wonderlijke envelop in de bus. Over het kijkvenster zit een sticker in zwart kader, waarop ‘nazending’, ‘opnieuw bezorgd op’, een handgeschreven datum en ‘paraaf’ van de ‘besteller’.

Vreemd, een brief die wordt nabezorgd? Dat gebeurt toch alleen bij aangetekende brieven? En dat is hier overduidelijk niet het geval, want de brief lag zomaar in de bus; een postbode heb ik niet gezien.

Ik kijk nog eens goed en zie dan dat mijn naam is verhaspeld, en dat de ‘handgeschreven’ datum op de sticker verdacht veel overeenkomsten vertoont met een van die zogenaamd handgeschreven lettertypen in mijn computer. Zoals ook de paraaf van de postbode bij nadere inspectie een opvallend machinale indruk maakt.

Wanneer ik de envelop open, blijkt dat het om ‘doodgewone’ folder van de Postcodeloterij gaat, waarbij ook verder alle bekende trucs uit de reclamedoos zijn gehaald en mij wordt verteld dat ik nog slechts een paar dagen heb om mijn loten te kopen. Het zal allemaal wel net legaal zijn, maar die sticker met nazending zit me dwars. Die sticker die mensen er van moet overtuigen dat de envelop iets belangrijks betreft. Dat een postbode bij ze aan de deur is geweest, en is teruggekomen om de brief opnieuw te bezorgen, en zelfs zijn krabbel heeft gezet.

Mag dat zomaar? De nieuwe EU-richtlijnen binden de strijd aan met reclame die op ‘enigerlei wijze’ misleidend is, „waaronder begrepen haar opmaak”. Is daar hier dan geen sprake van?

De Postcodeloterij meldt telefonisch dat het inderdaad om een door de computer uitgedraaide sticker gaat. Het is een „nieuwe vorm” van „aandacht vragen”. Nee, het betreft niet echt een paraaf van een postbesteller, dat klopt. Of dat dan geen misleiding is? Daar wil de zegsvrouw liever niet op ingaan.

Ook de nieuwe Consumentenautoriteit blijkt weinig voor me te kunnen doen. Want de nieuwe richtlijnen mogen dan inmiddels rechtskracht hebben; zolang ze niet in Nederlandse wetgeving zijn opgenomen – hetgeen door vertraging in het parlementaire proces het geval is – heeft de Consumentenautoriteit geen bevoegdheden. Bovendien is die autoriteit er voor collectieve gevallen en dien ik mij nog steeds tot de oude Reclamecodecommissie te wenden.

Voorlopig, zo lijkt het, moet de burger dus nog maar even afwachten of de nieuwe richtlijnen hem daadwerkelijk van alle duistere reclamepraktijken zullen vrijwaren. Én moet ondertussen toezien hoe zijn brievenbus zich vult met de ‘aangetekende’ brieven en andere vondsten van gisse reclamejongens die steeds weer de grenzen van het betamelijke opzoeken.