Maar hopen dat de cursist niet zomaar het stuur omgooit

Nieuwe wetten en regels zijn vanaf morgen van kracht. Bovendien worden enkele voorschriften aangepast. „Ze zouden het moeten weten.”

Het zou flauw zijn om ervoor te waarschuwen. Of om te doen alsof het ineens een stuk gevaarlijker wordt op de weg.

Maar toch.

Vanaf 1 januari kunnen aspirant-automobilisten een ‘omkeeropdracht’ krijgen tijdens hun examen. Dan zegt de examinator: ga de weg in tegenovergestelde richting volgen. En de examenkandidaat moet dan zelf maar bepalen hoe hij aan de andere kant van de weg komt – met de neus van de auto in de goede richting. Door te ‘steken’ bijvoorbeeld. Of door verder te rijden en een U-bocht te maken als dat kan. Of – niet aan denken – door zomaar het stuur om te gooien en zijn handen voor zijn ogen te houden.

De omkeeropdracht is nieuw in het rijtje bijzondere verrichtingen zoals ‘straatjekeren’ en achteruit inparkeren, maar heet officieel een bijzondere manoeuvre.

Het is niet de enige vernieuwing van het rij-examen per 1 januari. Met ingang van morgen wordt ook getest op milieubewustzijn. Is de snelheid constant en wordt optimaal gebruik gemaakt van het rollend vermogen van de auto? Belangrijker is nu ook dat de bestuurder gevaren goed kan inschatten en weet hoe hij het beste kan filerijden.

De examenkandidaat moet ook zelf ergens kunnen komen. De examinator zegt niet meer op elke straathoek ‘rechts’ of ‘links’. Maar hij zegt: rij nu naar het winkelcentrum daar-en-daar. En, opnieuw, moet de kandidaat dan zelf bepalen hoe hij die plek het beste kan bereiken. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen vreest geen gevaarlijke situaties op de weg, zegt een woordvoerder. Uit proeven is gebleken dat het slagingspercentage niet lager ligt dan bij het oude examen. En jongeren vinden het nieuwe examen veel leuker, zegt de woordvoerder, omdat ze zelf meer moeten nadenken. Overigens is er tot 1 april een overgangsperiode waarin ook het oude examen mag worden gereden.

In Assen kun je op 2 januari wild kamperen. Als je dat zou willen. Op 1 januari wordt de Wet op de Openluchtrecreatie ingetrokken. Dan beslissen gemeenten, en niet langer het Rijk waar en onder welke omstandigheden gekampeerd mag worden. Met de wet vervalt ook het automatische verbod op wildkamperen. Tenzij een gemeente aanvullende regels heeft opgesteld, in een bestemmingsplan of een speciale verordening.

Assen heeft wel een algemene plaatselijke verordening aangenomen, met regels voor campings, maar daar staat nog niet in dat je niet zomaar overal mag kamperen. Een woordvoerder verwacht geen problemen en gaat ervan uit dat het geregeld zal zijn voor het kampeerseizoen, dat begint op 1 april.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) weet niet hoeveel gemeenten inmiddels een kampeerbeleid hebben. Maar de VNG organiseert al twee jaar informatiebijeenkomsten over de wet die verdwijnt, „dus ze zouden het moeten weten”. En er is een modelverordening, met een kant- en klare set kampeerregels die gemeenten kunnen downloaden en invoeren.

Assen heeft wel enkele wijzigingen doorgevoerd in die standaardverordening (APV). Het aantal toegestane plaatsen op een zogenoemde minicamping is uitgebreid, van 15 naar 25. De Noordelijke Land en Tuinbouw Organisatie had daarvoor gelobbyd, omdat voor boeren anders de investeringen niet lonend zouden zijn, zoals de bouw van douches en toiletten. Overigens wordt niet één van de huidige tien minicampings in Assen gerund door een boer, het zijn allemaal particulieren.

Assen regelde in de APV ook de mogelijkheid om rond de TT-motorraces tijdelijke campings toe te staan. In de week van de TT zijn er elk jaar 25 campings die een vergunning voor een week krijgen, en samen 25.000 overnachtingen aanbieden. Maar die mensen kunnen dit jaar misschien wel wild kamperen.

Tot nu toe is het een fictie gebleken: goedkopere taxiritten door concurrentie tussen taxichauffeurs. Maar vanaf 1 februari wordt een nieuw middel ingezet door de overheid: alle chauffeurs moeten op dezelfde manier hun ritprijs berekenen.

De verandering is al drie keer uitgesteld, de laatste keer omdat de meters nog niet goed zouden zijn. Maar staatssecretaris Huizinga (Verkeer, ChristenUnie) heeft de Tweede Kamer beloofd dat de inspectie Verkeer en Waterstaat vanaf 1 februari streng controleert of taxichauffeurs zich aan de nieuwe regels houden.

Onzekerheid over het bedrag dat klanten na een taxirit moeten betalen is één van de grootste irritaties over taxi’s. Die irritatie moet worden weggenomen door alle chauffeurs hun tarief op dezelfde manier te laten berekenen.

De kosten van een rit worden straks als volgt opgebouwd: er geldt een instaptarief en de eerste twee kilometers zijn gratis. Daarna geldt het gereden aantal kilometers en niet langer de tijd die de klant in de taxi doorbrengt. Het risico van files en opstoppingen verschuift daardoor naar de chauffeur. Overigens voorkomt dit systeem niet dat klanten voor korte ritjes geweigerd kunnen worden; zoals nu ook gebeurt, want die lonen niet.

De chauffeurs mogen zelf bepalen hoeveel geld zij per gereden kilometer vragen. Wel is dat aan een maximum gebonden: 2,20 euro per kilometer (en 2,52 euro voor een taxibusje waar vijf mensen in mogen). De chauffeurs kunnen ervoor kiezen het maximale tarief te rekenen in de spits, omdat de kans dan het grootst is dat ze in de file komen. En, hoopt staatssecretaris Huizinga, dan zouden de chauffeurs buiten de spits een lager tarief kunnen gebruiken.

Het tarief dat de chauffeur hanteert, moet van buiten de taxi goed te zien zijn, bijvoorbeeld op een tariefkaart. Er mag voorafgaand aan de rit of in de taxi niet meer over onderhandeld worden.