Is er nog hoop in Pakistan na de dood van Bhutto?

Met de dood van Benazir Bhutto is het tijdperk van hoop in Pakistan voorbij.

Zo gaat dat in Zuid-Azië: politiek geweld verhindert alle politieke ontwikkeling.

Negentien jaar geleden, eind december, ontmoette Benazir Bhutto, vlak na haar eerste, verblijdende verkiezingsoverwinning en nog maar net beëdigd als premier van Pakistan, Rajiv Gandhi, de jonge premier van India, voor besprekingen in Islamabad. Zij was 35, hij was 44. Er was duidelijk sprake van goede wil, ja bijna van intimiteit, tussen beiden.

De lucht was vol van belofte en hoop dat deze twee moderniserende telgen van dominante politieke families tientallen jaren van oorlog tussen hun landen zouden weten om te zetten in een nieuw tijdperk van vrede.

Drieëneenhalf jaar later werd Rajiv Gandhi vermoord. Er was geen doorbraak met Pakistan bereikt om zijn erfenis te schragen. Nu is Benazir Bhutto dood, op een nieuw moment van verwachting. Een tijdperk van hoop is voorbij.

Er is sprake van een vreselijke symmetrie in leven en dood van deze twee politieke leiders. Zij waren allebei de kinderen van machtige mensen: Indira Gandhi als premier van India en Zulfikar Ali Bhutto als haar tegenvoeter in Pakistan. Hun respectievelijke kinderen, Rajiv en Benazir, hebben hun ouders een politiek gemotiveerde dood zien sterven: Indira Gandhi werd in 1984 vermoord door haar lijfwachten, als wraak voor haar aanvallen op de Sikhs, en Zulfikar Bhutto werd onder het regime van generaal Mohammed Zia ul Haq opgehangen, tijdens wat veel Pakistanen beschouwen als een gerechtelijke executie.

De jonge Gandhi en Bhutto, allebei gedood door zelfmoordterroristen, werden uiteindelijk het slachtoffer van het door hen geërfde beleid.

Rajiv Gandhi had geprobeerd een eind te maken aan de Indiase inmenging in Sri Lanka en de Indiase steun aan de gewelddadige opstand van de Tamiltijgers. Hij werd gedood door een Srilankaanse Tamil-zelfmoordterrorist – een vrouw die naar hem was toegekomen om in een eeuwenoud gebaar zijn voeten aan te raken en vervolgens een explosie teweegbracht waardoor zij allebei uiteengereten werden. Hoewel het nog te vroeg is om te zeggen wie Bhutto heeft gedood, vormt het Pakistaanse beleid in Afghanistan de achtergrond voor dit moment.

Haar vader en zijn opvolgers hadden de Afghaanse rebellen gesteund om een speler te worden in Afghanistan en de Indiase invloed in Kabul tegen te gaan die zich op riskante wijze verenigde met het Amerikaanse beleid. Rajiv’s moeder, wier inlichtingendiensten de regio afschuimden en chaos veroorzaakten, waren erop uit om Sri Lanka, Zuid-Azië’s meest ontwikkelde land, te ondermijnen.

Benazir Bhutto en Rajiv Gandhi voerden beiden campagne om terug te keren aan de macht, toen zij stierven. Beiden waren eerst gekozen en daarna belasterd. Zij verloor de steun van de Pakistaanse middenklasse door haar feodale manier van doen en haar onwil om sociale kwesties aan te pakken, zoals kinderarbeid en vrouwenmishandeling, of de macht van het leger te beperken. Ze werd tweemaal uit haar ambt ontzet op beschuldiging van corruptie, grotendeels toegeschreven aan haar echtgenoot.

In India was Rajiv het voortdurende doelwit van aanvallen van links en traditionalisten, die zijn westerse stijl, Italiaanse vrouw en moderne ideeën beschimpten. In de nacht dat hij stierf, vertelde een politieman me dat hij zijn stoffelijk overschot had geïdentificeerd op basis van zijn dure geïmporteerde hardloopschoenen.

Tragisch genoeg is politiek geweld de vloek geweest van het moderne Zuid-Azië. Militanten en fanatici hebben leiders vermoord, vanaf het moment dat een groot deel van de regio de onafhankelijkheid verkreeg in de jaren veertig. Het is een enorme hindernis gebleken voor de ontwikkeling van politieke instituties.

Barbara Crossette is een Amerikaanse journaliste en auteur van verscheidene boeken over Azië. © Agence Global