Irak blijft explosief en onvoorspelbaar

Minder aanslagen en een voorzichtige terugkeer van vluchtelingen. 2007 zou de kentering zijn in de oorlog in Irak. Maar van politieke verzoening is nog geen enkele sprake.

Shi’itische vluchtelingen in de buurt van Bagdad. Ze vluchtten begin december uit hun dorp na aanvallen door Al-Qaeda-in-Irak. Foto AFP An internally displaced Iraqi Shiite woman sits with her children inside a tent at a camp on the outskirts of Baghdad's impoverished district of Sadr City, 05 December 2007. More than 25 Shiite families fled the village of Duailiyah in Diyala Province during the last two days after they have been attacked by Al-Qaeda militants who killed 14 and wounded more than 10 others from the village residents earlier this week. The families were received by the Iraqi Red Crescent who erected tents to shelter them on the outskirts of the captial. The number of internally displaced Iraqis fell by 4.8 percent in October, or nearly 110,000 people, marking the first significant drop in two years, the Iraqi Red Crescent said today. AFP PHOTO/WISSAM AL-OKAILI AFP

Vluchtelingen keren terug naar Irak. Enkele tienduizenden, melden internationale hulporganisaties. Een dun stroompje nog maar, vergeleken bij de miljoenen die voor de burgeroorlog op de vlucht zijn gegaan. Maar toch. De Iraakse regering moedigt hen aan, want terugkerende vluchtelingen zijn goed nieuws. Voor het eerst sinds jaren. „U kunt onze gelukzaligheid niet voorstellen”, aldus luitenant-generaal Abboud Qanbar, commandant van het veiligheidsoffensief in Bagdad. „Dit is een pijnlijke slag voor het terrorisme.”

„God zij dank dat we zijn teruggekeerd naar ons volk en land”, zegt de vader van een gezin die voor de camera’s zijn huis in Bagdad weer binnenloopt.

Het is een commercial op de staatstelevisie Al-Iraqiya waarmee de autoriteiten vluchtelingen en ontheemden aanmoedigen weer naar huis te gaan. De commercial besluit met de wervende boodschap: ‘Hoe zoet is het naar Irak terug te keren!’.

Is Irak dit jaar na een heel bloedig begin op weg gegaan naar vrede?

Slechts 14 procent van de vluchtelingen gaat terug omdat het thuis weer veilig is, zo heeft de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR vastgesteld. De meesten kunnen het in het buitenland financieel niet meer bolwerken en met name de Syrische en Libanese autoriteiten maken hun het leven steeds moeilijker.

Hoe dan ook zijn de hulporganisaties en, verrassender, het Amerikaanse leger helemaal niet zo blij met terugkerende vluchtelingen. De situatie is nog explosief en onvoorspelbaar, zegt het UNHCR. En het Amerikaanse leger, dat in de eerste jaren na de invasie van 2003 en de omverwerping van het bewind van Saddam Hussein, eigenlijk tot kort geleden, in elk vermeend lichtpuntje de definitieve overwinning zag, maakt zich grote zorgen.

Het geweld in Irak is het afgelopen half jaar aanzienlijk verminderd, daarover is iedereen het wel eens. Hoeveel minder staat niet vast: 60 procent minder sinds juni, volgens het Amerikaanse leger. Generaal Petraeus, de hoogste Amerikaanse commandant in Irak, sprak zaterdag van een gemiddelde van 40 tot 45 aanslagen per dag – onbestaanbaar veel voor een normaal land, maar voor het ‘vrije Irak’ een grote verbetering. Het aantal burgerdoden is volgens Petraeus met 75 procent teruggelopen sinds januari.

Maar het leger telt niet waar het niet is. Aangenomen wordt dat in Zuid-Irak, waar zich nauwelijks nog buitenlandse troepen bevinden en een gewelddadige machtsstrijd aan de gang is tussen shi’itische groepen, meer doden vallen dan gemeld wordt. Afgezien daarvan is in Bagdad en omliggende provincies sinds kort weer sprake van een lichte stijging van het aantal aanslagen. Al-Qaeda-in-Irak is dan wel door met Amerikaanse wapens toegeruste sunnitische stammenmilities ver teruggeslagen, zij begint zich ten noorden van Bagdad te hergroeperen.

Het Amerikaanse leger maakt zich echter over iets anders zorgen. In tegenstelling tot de acteurs in de tv-commercial vinden de meeste vluchtelingen hun oude woning helemaal niet in goede staat terug. „Al die mensen die terugkomen zullen waarschijnlijk anderen in hun huis aantreffen”, zei kolonel Bill Rapp, een medewerker van generaal Petraeus, eerder deze maand op een persbriefing in Bagdad. De etnische zuivering van de Iraakse hoofdstad, waaruit veruit de meeste vluchtelingen afkomstig zijn, is zo goed als voltooid – één reden waarom het geweld tussen sunnieten en shi’ieten is verminderd, naast de activiteit van de sunnitische milities en the surge, de Amerikaanse troepenversterkingen. Conflicten over woningbezit kunnen makkelijk leiden tot nieuwe sektarische spanningen en een nieuwe oorlogsronde, vrezen de Amerikanen.

Het probleem is dat de Iraakse overheid geen enkel plan heeft gemaakt voor de opvang van terugkerende vluchtelingen of voor het oplossen van dergelijke geschillen. En dat reflecteert een structureel probleem: dit is een verdeelde, ineffectieve regering die geen enkele maatregel heeft genomen om het land met zichzelf te verzoenen sinds zij in juni 2006 aan de macht kwam. Officieel heet zij een regering van nationale eenheid te zijn, met shi’itische, sunnitische en Koerdische deelname, in werkelijkheid vertegenwoordigt zij de nationale onenigheid.

De vraag is: is zonder politieke verzoening een duurzame vrede mogelijk? Of is de huidige situatie niet meer dan een gevechtspauze tussen twee oorlogsrondes?

Politieke verzoening staat voorlopig niet op de agenda. Na tientallen jaren onderdrukking onder Saddam Hussein kijken shi’ieten, sunnieten en Koerden alleen naar het belang van de eigen gemeenschap. Een voorbeeld: onder de maatstaven, benchmarks, die de Amerikaanse regering heeft aangelegd om de stand van zaken te meten, is de aanvaarding van wetten die de oliewinning regelen en de opbrengst eerlijk over de gemeenschappen verdelen. Die zijn er niet gekomen; in plaats daarvan hebben de Koerden in hun de facto onafhankelijke staat in het noorden een eigen oliewet aangenomen en sluiten ze zelf oliecontracten met buitenlandse maatschappijen. De centrale regering in Bagdad heeft vorige maand gedreigd landen die met de Koerden contracten sluiten geen olie meer te leveren. Voor de Koerdische regering betekent dit dat de nationale olieminister „de kant kiest van anti-Koerdische elementen uit het Saddam-tijdperk”. Vorige week hebben de Koerden gedreigd premier Maliki ten val te brengen als zij hun zin niet krijgen.

Hoewel de Amerikanen constant op verzoening hameren, hebben zijzelf door het bewapenen van sunnitische stammen de kans op vrede – voorzover aanwezig – ondermijnd. Eind 2005 vormden sunnitische stammen in de provincie Anbar eigen eenheden tegen Al-Qaeda, dat door zijn grenzeloze extremisme de bevolking van zich had vervreemd. Zij boekten spectaculaire successen, en Amerikaanse legercommandanten sprongen hierop in. Zij doopten de eenheden om in ‘Bewustwordingsgroepen’ (Awakenings) of ook wel ‘Bezorgde Lokale Burgers’ en voorzagen hen van wapens en geld. Rond de 70.000 strijders betalen ze nu (300 dollar per maand), deels voormalige rebellen inclusief aanhangers van Al-Qaeda die tijdig de bakens hebben verzet en voormalige aanhang van Saddam Hussein.

De door shi’ieten gedomineerde regering heeft zich van het begin af aan verzet tegen dit Amerikaanse project. Zij vreest dat de Bewustwordingsgroepen hun wapens tegen haar zullen keren wanneer de Amerikanen volgend jaar beginnen troepen terug te trekken uit Irak. „Wanneer de Amerikanen vertrekken, hebben we twee legers”, zei een belangrijke adviseur van premier Maliki, parlementslid Sami al-Askari, tegen het Amerikaanse nieuwsagentschap McClatchy. „Een dat loyaal is aan de regering en een dat niet loyaal is.”

Zou de sunnitische minderheid hun dominante positie onder Saddam willen heroveren? Verscheidene commandanten van de sunnitische hulptroepen hebben zich al dreigend uitgelaten tegen de regering en met name tegen de shi’itische gemeenschap en haar milities. Nog een ding dat zeker is: het zal volgend jaar niet komen van ontmanteling van shi’itische milities, een andere Amerikaanse benchmark maar voor de shi’ieten hun verzekering tegen sunnitische avonturen.