Iedereen regisseert eigen Warhol-ervaring

Een van de grootste kunstsuccessen van 2007 is de Warhol-tentoonstelling in het Stedelijk. Geen uniek kunstwerk is er te zien.Wat is er zo bijzonder en vernieuwend aan?

Ruim negentigduizend bezoekers and counting. Het Stedelijk Museum in Amsterdam is enigszins overdonderd door het succes van de Andy Warhol tentoonstelling Other Voices, Other Rooms, die nog tot en met 13 januari te zien is. Directeur Gijs van Tuyl staat even stil om met zijn mobieltje een foto te maken van de lange rij bij de kassa. Voor thuis.

En dan te bedenken dat Van Tuyl, zijn medewerkers en de Duitse gastconservator Eva Meyer-Hermann van tevoren peentjes hebben gezweet over de vraag of deze tentoonstelling, die zowel wat betreft vorm als inhoud ongebruikelijk is, wel zou aanslaan. „Het was zowel financieel als inhoudelijk een groot avontuur’’, zegt Van Tuyl met gevoel voor understatement.

Er waren toezeggingen voor dertig schilderijen in bruikleen. Maar het gebouw Post CS, een voormalig postdistributiecentrum waar het museum tot oktober 2008 is gehuisvest, is niet geschikt als museale bewaarplaats. Van Tuyl: „Het is er te vochtig en de temperatuur schommelt. Bovendien wordt er in de buurt flink gebouwd en wij waren bang dat ze net zouden gaan heien als al die schilderijen hingen. We hebben zelfs schokproeven laten doen in een laboratorium in Tokio. We besloten dat we het risico niet konden nemen en hebben de bruiklenen afgezegd.’’

De twee doeken van Warhol die het Stedelijk zelf bezit zijn evenmin te zien. Eén daarvan, een vier meter lang doek uit de Flowers-reeks, had alleen al om praktische redenen niet kunnen worden getoond: het past domweg niet in de lift. De enige twee werken op de expositie waar Warhol letterlijk zelf de hand in heeft gehad, zijn twee beschilderde zeefdrukken, portretten van koningin Beatrix (1985) en van hemzelf, uit de particuliere Van Zon collectie.

Het Stedelijk had wel al een half miljoen euro aan sponsoring binnengehaald. Van Tuyl: „En toen moest ik de sponsors gaan vertellen dat er geen schilderijen te zien zouden zijn.” Maar het museum maakte van de nood een deugd en vertelt nu het verhaal van Warhol aan de hand van moderne media: 27 films, 42 tv-shows, screentests, foto’s en zijn ‘audiotapes’ – Warhol nam zijn opnameapparaat overal mee naar toe, ook stiekem.

De geluidsband als artistiek medium mag op zichzelf niet bijzonder zijn, het feit dat deze audiotapes hier te beluisteren zijn, is dat wel. Het was een hele toer om toestemming te krijgen om de gesprekken in het openbaar af te draaien. De bezoeker kan zittend in met schuimrubber beklede nissen luisteren naar Lenie Riefenstahl die klaagt over het geld dat ze tekort komt voor haar volgende film (1974), of Warhols moeder die met onvaste stem hymnes zingt, of een rumoerig diner met onder anderen Truman Capote (1975). Ze zijn moeilijk te verstaan, maar geven je wel heel direct het gevoel erbij te zijn. „Ik wilde een beroep doen op alle zintuigen”, zegt gastconservator Eva Meyer-Hermann.

Directeur Van Tuyl had één keer met Meyer-Hermann samengewerkt toen hij in het Duitse Wolfsburg werkte en nodigde haar uit als gastconservator. Zij vroeg op haar beurt het bureau Chez Weitz, voor wat zij „de enscenering” van de expositie noemt. Met name in de filmzaal is die spectaculair. De films worden geprojecteerd op zwevende kunststoffen panelen waar je omheen kunt lopen. Het geluid is heel precies gericht op een plek anderhalve meter vóór het scherm, waardoor het geen kakofonie wordt. Met de films lopen klokken mee, zodat de kijker weet op welk punt de film zich bevindt. Dat geeft wat houvast bij bijvoorbeeld de acht uur durende film Sleep (1963), waarin een medewerker van The Factory, inderdaad, ligt te slapen.

Het unieke van de tentoonstelling Other Voices, Other Rooms is dat niets van wat je er ziet uniek is: alles is een reproductie, of althans te repliceren. Hiermee neemt het museum een nieuwe rol op zich. Het is niet langer de plaats waar je naar toe gaat om het echte, authentieke, originele object te zien. Het museum verandert van schatbewaarder in tussenpersoon, verhalenverteller, interpreet.

Deze multimediale benadering past natuurlijk perfect bij Warhol, die zich juist bezighield met massamedia als film en tv en die het banale – de blikken Campbell’s Soup, de Brillo-dozen, de taxibonnen en ongeopende brieven die hij in dichtgeplakte kartonnen dozen bewaarde als ‘tijdscapsules’ – tot onderwerp van kunst verhief. „I love boring things”, zei hij, en dat citaat prijkt als leus op de souvenir T-shirts in de museumwinkel.

Is de presentatie nu belangrijker geworden dan de uniciteit van de kunst? Meyer-Hermann: „De mise en scène van tentoonstellingen zal in de toekomst steeds belangrijker worden. Een boek aan de muur hangen werkt niet, mensen nemen er de tijd niet voor. Als tentoonstellingsmaker moet je nadenken over hoe mensen naar kunst kijken. Daarmee neem je de toeschouwer serieus. Je biedt iedereen de kans om zijn eigen ervaring te regisseren.” Het Stedelijk is nu in onderhandeling met een museum in de Amerikaanse staat Ohio. Als alles volgens plan verloopt zal Other Voices, Other Rooms volgend jaar tegelijkertijd te zien zijn in Londen en in de VS. Dat wordt dan de ultieme reproductie.