Frivole junioren tarten oude garde

Sven Kramer heerste op het NK allround in Groningen. Twintigers Wouter Olde Heuvel, Ben Jongejan en Ted-Jan Bloemen plaatsten zich voor het EK. En tiener Koen Verweij komt eraan.

Natuurlijk werden de nationale kampioenschappen allround een prooi voor Sven Kramer, die in Groningen met het grootste gemak zijn titel prolongeerde, zelfs met een buikgriepje onder de leden. Voor het eerst sinds Kees Verkerk eind 1965 won de allroundkampioen alle vier de afstanden.

Maar wat zich afspeelde in het achterveld van de allrounders was beduidend verrassender. Wég met de oude garde, leek een contingent jonge rijders te roepen naar hun oude helden, gerespecteerde schaatsers als Bob de Jong, Rintje Ritsma en Carl Verheijen. De veteranen zakten diep door het ijs onder het geweld van frivool rijdende schaatsers als Koen Verweij (17), een B-junior nota bene, en Jan Blokhuijsen (18), om er eens een paar te noemen. Hoewel een plaats bij de beste vier nog te hoog gegrepen was voor de twee oud-skeeleraars uit de ploeg van Jong Oranje, staan de potentiële opvolgers van Sven Kramer al in de rij, zo was de les van de NK.

In de schaduw van winnaar Kramer en de 21-jarige Wouter Olde Heuvel (zilver) plaatsten twee andere jongeren zich wél voor de EK allround op 12 en 13 januari in het Russische Kolomna: Ben Jongejan (22), de oudste schaatser in de topzes bij de NK in Groningen, en Ted-Jan Bloemen (21).

„Ik vind het gaaf om het te zien, die jongeren”, zei Kramer (21) over de opkomst van de jeugd. „Wij kwamen destijds ook met een hele ploeg aanstormen, nu zie je dat weer. Het is goed voor het Nederlandse schaatsen. Of zij mijn concurrenten worden? Ik wacht ze wel af.” In Koen Verweij, die met zijn zeventien jaar al sneller rijdt dan Kramer op die leeftijd, ziet Kramer wel iets van zichzelf. „Hij heeft een nog grotere bek dan ik, dus het zal wel wat worden.”

De gedaantewisseling in het mannenpeloton komt niet helemaal als een verrassing. Jochem Uytdehaage, Gianni Romme, Sicco Janmaat en Ralf van der Rijst stopten afgelopen jaar. Erben Wennemars richt zich na een succesvol seizoen als allrounder (vijfde op het WK) weer volledig op de korte afstanden. Ook Mark Tuitert (Europees kampioen allround in 2004) koos onlangs voor het sprinten. Tom Prinsen en Carl Verheijen raakten geblesseerd. De laatste verscheen in Groningen wel aan de start, maar kampt met een trainingsachterstand sinds hij begin deze maand ten val kwam op het ijs van Kolomna.

Vooral Koen Verweij maakte op de schaatsbaan van Kardinge veel indruk, niet alleen met zijn vijfde plaats. Verweij reed als B-junior twee baanrecords voor A-junioren, op de vijf en tien kilometer. Het was zijn eerste tien kilometer ooit, maar zijn schema bleef vlak.

Het wonderkind uit Alkmaar, te herkennen aan een skeelerslag die veel doet denken aan die van de Amerikaanse ex-skeelerkampioen Chad Hedrick, wordt gekoesterd door allerlei sportbonden; Verweij blinkt uit in elke sport waaraan hij zich waagt. Hij was dit jaar nationaal juniorenkampioen skeeleren, langebaanschaatsen en marathonschaatsen. Ooit was hij ook nationaal kampioen skiën op de borstelbaan. En onlangs haalde Verweij twee bronzen medailles op de WK skeeleren voor junioren in Colombia. Op de NK baanwielrennen werd hij al eens tweede.

„Koen is een groot talent en mentaal heel sterk”, zegt Jan van Veen, trainer van Jong Oranje. „Hij wil alles winnen, maar hij moet ook nog heel veel leren. Maar het is fantastisch wat de jongens hier hebben laten zien.” Toch was Van Veen niet verbaasd. „Ik heb gezien wat Koen allemaal kan.” Verweij werd vervroegd opgenomen in de ploeg, die sinds september centraal traint in Heerenveen. „Ik moest kiezen tussen skeeleren, marathonschaatsen en langebaanschaatsen. Toen ik werd uitgenodigd voor Jong Oranje heb ik daarvoor gekozen. Ik weet dat ik daar een goede opleiding krijg.” Verweij gaf toe dat hij zichzelf verraste met zijn „eerste wedstrijd op televisie, tussen de grote mannen”, zoals hij zelf zei.

Maar, zegt zijn trainer Van Veen: „Deze schaatsers denken groot. Soms zijn ze iets te enthousiast. Ze hebben aan Sven Kramer gezien hoe snel het kan gaan. Dat willen zij ook. Daarom is het goed om zo’n NK te rijden. Dan zien ze hoeveel ze nog moeten doen om het hoogste niveau te halen.”

Dat bleek vooral op de tien kilometer, toen de jongelingen te veel moesten prijsgeven op hun concurrenten voor de EK-tickets, Jongejan en Bloemen, die door vier of vijf extra trainingsjaren meer inhoud hebben dan beide Noord-Hollandse tieners.

Jongejan zat al eerder dicht bij de subtop. Vorig jaar eindigde hij als zevende bij de NK allround, nu werd hij derde. „Ik ben blij dat het nu is gelukt”, zei Jongejan. „Maar op een podiumplaats had ik niet gerekend.”

Bloemen greep de laatste plaats voor de EK. „Ik had al gehoopt dat ik in de buurt zou komen, door de afzeggingen”, zei Bloemen, vooral sterk op de vijf en tien kilometer. Dat liet hij onder meer zien door op de slotafstand Carl Verheijen in een rechtstreeks duel te verslaan, en als tweede te eindigen, precies negen tellen achter Sven Kramer. „Dat ik naar de EK mag vind ik het allermooist”, zei Bloemen. „Ik hoop dat dit het begin is van een succesvolle carrière.”