Einde van het kabinet is nog niet nabij

Hoe staat Balkenende-IV ervoor? Jos de Beus noemt vier factoren voor de huidige onregeerbaarheid, maar hij ziet een uitweg: het gemeenschapsmodel is nog niet uitgewerkt.

Het vierde kabinet-Balkenende regeert over het derde rijkste land in de Europese Unie. Armoede, werkloosheid en misdaad daalden dit jaar. De arbeidsethiek bloeide, en het kabinet was zeker zo besluitvaardig als zijn voorgangers in hun eerste dienstjaar.

Interessant is hoeveel belanghebbende organisaties en betrokken burgers de kabinetsdoctrine ‘Samen werken, samen leven’ ernstig nemen. Denk aan de campagnes van het kabinet tegen uitholling van het beroep van leraren, het drankgebruik van jongeren en de pornoficatie.

En toch vecht het kabinet tegen zichzelf en voelt het zich bedreigd door de virtuele zetelwinst van virtuele tegenpartijen als Verdonks Trots op Nederland. Niet-beslissingen, zoals uitstel van herziening van het ontslagrecht, worden in eigen kring ervaren als ‘verloren tijd’. Echte beslissingen, zoals confiscatie van woningbouwcorporaties, worden in twijfel getrokken als ‘verspilde moeite’. Het CDA wantrouwt de sociaal-economische behoudzucht van de PvdA, die op haar beurt de moreelculturele behoudzucht van het CDA wantrouwt.

De bijna-kabinetscrisis in het najaar wordt meestal verklaard uit gebrek aan leiderschap, een voortgezette crisis van de nationale identiteit en de triomf van populisten als beste politici van het jaar. Deze verklaring is oppervlakkig en maakt het raadsel van de politieke instabiliteit alleen maar groter. In het verleden werden coalities van grote en kleinere regeringspartijen juist hechter en populairder, wanneer ze offers vroegen voor een ‘no-nonsense’ oplossing (Lubbers) van sociale en bestuurlijke misstanden. Ze bezworen een opstandigheid op de korte termijn door compromissen voor de lange termijn te sluiten. Waarom is dat voor een gerijpte premier als Balkenende een Olympische opgaaf geworden? Vier factoren van onregeerbaarheid:

1Het zichtbare verlies van soevereiniteit in combinatie met onduidelijke behartiging van het nationale belang.

Het kabinet streeft terecht naar vormgeving van de Randstad als het tweede centrum van de Europese financiële economie na Londen. Het belangrijkste middel was de bevordering van een fusie tussen ABN Amro en ING. Ondanks vele inspanningen van de desbetreffende autoriteiten is onze grootste bank echter ontmanteld. Dit is het Srebrenica van neoliberaal beleid geworden. De overheid werd gedegradeerd tot impotente toezichthouder uit vrees voor speculanten, bedrijfsadvocaten, de Europese Commissie en kritiek uit grote landen (die zelf wel protectionistisch ingrijpen als het moet).

Een ander voorbeeld van verzwakte soevereiniteit betreft de verlenging van de missie in Uruzgan. Zelfs de warmste voorstanders tekenden voor de langste exit-strategie in de krijgsgeschiedenis sinds prins Maurits. Nederland verknoeide een door oud-minister Kamp geschapen onderhandelingspositie en onderwierp zich aan het dictaat van de VS en de NAVO. De optie om niet meer mee te doen aan een onsamenhangende en contraproductieve terreurbestrijding van het Westen in de regio van Afghanistan was het eerste slachtoffer van de diplomatie.

Waar internationaal de opvatting terrein wint dat een militaire zege en opgelegde democratisering onmogelijk zijn, schept het Binnenhof een geheel eigen werkelijkheid waarin wijzelf het bloedige verschil zullen maken.

2Het kabinet is een gezagsloze deelnemer aan de maatschappelijke discussie.

Het debat over brandende sociale kwesties (zoals het islamdebat) is bij ons levendiger en feller dan elders. Maar het kabinet slaagt er niet in dat debat een wending te geven en een verbinding te leggen tussen de alledaagse leefwereld en het complex van regelgeving. Het perfectioneert een methode van betuttelende overheidsvoorlichting tegen euroscepsis, homohaat, overgewicht en andere symptomen van vermeende irrationaliteit van de kiezer. Het roept de hulp in van de Raad van State, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Geert Mak en de Oranjes (Máxima, Beatrix) om het provinciale volk te overtuigen van de zegeningen van Europese eenheid, multiculturele creativiteit en wereldburgerschap.

Het kabinet zegt dat het stelling neemt in de huidige polarisatie. Soms doet het dat ook, zoals in de belangrijke discussie over de integratienota’s van minister Vogelaar (PvdA) en Kamerlid Kamp (VVD). Maar de verleiding van depolitisering blijft sterk. Gevestigde partijen mijden de concurrentie met hun uitdagers: CDA met de ChristenUnie, PvdA met de SP, de VVD met de PvdV en Trots op Nederland, GroenLinks met de Partij voor de Dieren. D66 heeft nog steeds niet door dat haar droom van implosie van het verzuilde bestel is uitgekomen. Het was de stokebrand Fortuyn die het karwei van Van Mierlo heeft afgemaakt. Nederland kent geen onaantastbare partijen meer die een cordon sanitaire afspreken tegen nieuwe partijen. Het heeft een ruimte voor heilzame rivaliteit tussen gekozen politici die zowel parlementair als buitenparlementair het publieke debat kunnen winnen. Door die ruimte onbenut te laten en zelfs het schrikbeeld van een Hollandse republiek van Weimar uit te dragen, werken de oude grote partijen zelf toe naar onregeerbaarheid en een gevoel van malaise.

3Het ADHD-bestuur. Generaties ministers, beleidsambtenaren en managers hebben hervorming op hervorming gestapeld .

Het idee van permanente vernieuwing werd van mode tot gewoonte, met steun van opgewonden experts en journalisten. Wie wil snappen waar dit ADHD-bestuur toe leidt, moet eens rondkijken bij de Belastingdienst. Of bij de Betuwelijn, de onderwijsinstellingen, de spoorwegen, de geestelijke gezondheidszorg en het Openbaar Ministerie.

Ten tijde van de regeringsverklaring leek het er even op dat het kabinet van de informateurs Hoekstra en Wijffels had begrepen dat de kiezers in november 2006 mede schreeuwden om herstel van continuïteit, competentie, ervaring en behoorlijk bestuur. Maar in de praktijk van de ambtelijke reorganisatie onder leiding van Roel Bekker en de bigbrothertechnologie voor een gedifferentieerde kilometerheffing van minister Eurlings, duikt toch weer de kwaal op uit de tijd van het poldermodel van Lubbers en Kok. Eerst lang studeren in commissies, dan elke machthebber en controleur van de macht inkapselen in onomkeerbare stelselwijziging en ten slotte alle uitvoeringswijsheid verwaarlozen en een vernietigend onderzoek van Rekenkamer en Tweede Kamer afwachten en uitzitten.

4De gijzeling van het geld in de Nederlandse politiek door grootondernemers en de gijzeling van haar geluid door publieke omroepen.

Wie durft een aparte CAO af te sluiten waarin jonge Antillianen en Marokkanen worden opgenomen in een traject van werk en scholing? Wie regelt de deelname van het bedrijfsleven aan publieke werken ter voorkoming van een inheemse onderklasse (thans uitgedreven door arbeidskrachten uit nieuwe Europese lidstaten)?

Toen het overleg in de SER en het kabinet over ontslagbescherming vastliep, weigerde men verdere medewerking aan plannen voor grootscheepse arbeidsparticipatie. Toen minister Bos een keertje een oud-linkse maatregel opperde ter belasting van de woningen en pensioenen van superrijken, stuurde men een brandbrief. Nu er eindelijk wetgeving wordt voorbereid om de improductieve graaicultus aan te pakken, wordt openlijk gedreigd met verplaatsing van hoofdzetels.

Het zijn dus niet de politievakbonden maar de leden van een new boys network die zich gedragen als ‘verwende kereltjes’. Het kabinet zou hen tijdelijk moeten uitsluiten van informele ontmoetingen en publieke conferenties. Maar het doet het omgekeerde en probeert de brutaalste woordvoerders van bevoorrecht kapitaal te behagen.

Het geluid van de Nederlandse politiek wordt gegijzeld door de infantilisering van publieke omroepen. Commerciële omroepen doen niet aan politieke nieuwsgaring, afgezien van het vakkundige RTL 4 Journaal en de kleine zender Het Gesprek. De publieke omroep is bang kijkers te verliezen en de leiders van populistische bewegingen voor het hoofd te stoten. Vandaar dat ook dit jaar een toename te bespeuren viel van debiele openingsvragen, vluchtige kruisverhoren, stamtafelpraatjes, oeverloze beschouwingen over de vraag wie met wie ruzie heeft in Den Haag, en beroepsbrede weigering om stukken te lezen en nieuwswaarde toe te kennen aan wat ministers en kamerleden zelf voorstellen en bespreken.

Het kabinet censureert elke omgang met de (kwaliteits-)pers maar onderwerpt zich tegelijkertijd aan de wetten van onderhoudende politieke televisie. Men schuift aan bij de gasten van Pauw & Witteman in het nederige besef dat een modale bekende Nederlander uit de vermaaksindustrie nu eenmaal meer bijdraagt tot het publieke goed van tevredenheid dan een excellente gezagsdrager. Men aanvaardt al even slaafs de onbewezen stelling van Hilversum dat nieuwe politiek meer nieuwswaarde heeft dan oude politiek.

De infantilisering van de politieke televisie is een dubbele aanslag op de regeerbaarheid. Ministeries komen in de verleiding de verkoop van beleid boven alles te stellen en journalisten te gaan bespieden (zelfs een telg uit het juristengeslacht Donner doet mee). De goede smaak van de minderheid van de bevolking die de politiek op de voet volgt en moeite wil doen om het politieke bedrijf te doorgronden, wordt verpest.

Het is onjuist uit het probleem van de onregeerbaarheid af te leiden dat het einde van dit zoveelste kabinet van de generatie na Bolkestein, Kok en Lubbers nabij is. De VVD van Rutte is nog niet klaar om weer te gaan regeren, terwijl de wil en het vermogen om met andersdenkenden te besturen van de SP, Groenlinks en de ultraliberalen Wilders en Verdonk binnenkort voorwerp worden van polemiek en beproeving. Maar er is ook een meer positieve reden, bezien vanuit het perspectief van partijen die regeringsverantwoordelijkheid aandurven. De schommelbeweging van de Nederlandse politiek is een open boek.

Als reactie op de technocratie van het poldermodel bijvoorbeeld verrees in de nieuwe eeuw het gemeenschapsmodel van de kabinetten-Balkenende, eerst de rechtse versie met liberalen en fortuynisten, daarna de linkse versie met sociaal-democraten en orthodoxe christenen. Het gemeenschapsmodel is nog niet uitgewerkt. Balkenende valt soms terug op de antithese van Kuyper en Colijn, Bos op de nivelleringstaal van Den Uyl. Dat is tweemaal politiek in de voltooid verleden tijd. Als zij samen met Rouvoet deze nostalgie zouden verlaten en hun gemeenschapsgedachte retorisch en praktisch maken, dan brengen ze een meerderheid in beweging die thans verborgen blijft.

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de Nederlander minder meegaand is geworden. Burgers vinden dat medeburgers aangesproken moeten worden op hun verantwoordelijkheden. Er wordt minder gedoogd en met de mantel der liefde bedekt.

Of het nu gaat om de handhaving van de wet sinds de grote ongelukken in Enschede en Volendam, de plicht van immigranten om Nederlands te leren, het bestrijden van overlast, of het beschermen van kinderen in gevaarlijke gezinnen, „de burgers willen dat de touwtjes strakker worden aangetrokken”.

Is dat nou zo moeilijk? Ja, weet elke volwassene met goede voornemens voor het nieuwe jaar, dat is moeilijk.

Jos de Beus is hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.