Dicks Hachee

Voor 4 tot 6 personen1 kilo magere runderriblappen3 grote uien5 tot 7,5 deciliter vleesbouillon, zelf getrokken of van een tablet3 tot 4 eetlepels balsamicoazijnzeezout en versgemalen zwarte peper25 gram boter1 eetlepel donkerbruine basterdsuiker1 eetlepel bloem5 kruidnagels3 laurierbladen2 tenen knoflook

Het heeft bijna dertig jaar geduurd, maar een aantal weken geleden heb ik voor het eerst een echte Nederlandse hachee gemaakt. De aanzet was dat mijn man thuiskwam met een diepvriesbak hachee die hij van zijn muziek- en kaartvriend Dick had gekregen. Hij had tegen Dick geklaagd dat hij zich niet meer kon herinneren wanneer hij voor het laatst een echte Nederlandse hachee had gegeten. Dick had medelijden gekregen en als goede vriend (én goede kok) in de dagen na het gesprek een grote pan hachee gemaakt en mijn man de helft gegeven. Zijn familierecept mailde hij aan mij.

Snijd het vlees in stukken van circa 3 centimeter. Pel de uien en snijd ze in grove stukjes. Doe de bouillon en azijn in een pan en breng op een middelhoog vuur aan de kook. Houd het mengsel warm. Verhit intussen de boter in een zware, middelgrote pan op middelhoog vuur. Voeg de stukken vlees toe en laat ze onder een paar keer omscheppen in circa 5 minuten rondom dichtschroeien. Schep er de ui en suiker door, draai het vuur matig en laat onder af toe omscheppen circa 10 minuten bakken tot de ui goudbruin is. Schep er de bloem door en laat al omscheppend in een minuut goudgeel bakken.

Giet er al roerend het bouillon en azijnmengsel bij. Steek de kruidnagels in de laurierbladen en doe ze in de pan met het vlees.

Pel de tenen knoflook, hak ze fijn en doe ze ook in de pan. Breng het vocht aan de kook. Leg het deksel op de pan en draai het vuur laag. Laat alles 2 tot 3 uur zachtjes stoven tot het vlees botergaar is. Neem de met kruidnagels gestoken laurierbladen uit de pan en gooi ze weg. Breng op smaak met zout en peper.

Serveer met gekookte aardappels en eventueel wortels. U kunt de hachee desgewenst garneren met fijngehakte platte peterselie.

KIM MACLEAN