Boerenlol met popjes en poep

Theater

Rococo, door Hotel Modern

Tournee t/m 26/4. Info: www.hotelmodern.nl. **

Het toneel is bezaaid met oude dozen. Nieuwsgierig onderzoeken twee beren de inhoud. Ze vinden boren en pompen, schedels en beelden en spelen er vrolijk mee. Dat gaat zo maar door, tachtig minuten lang, tachtig minuten die bij elkaar een voorstelling vormen. Of je Rococo van Hotel Modern wel theater moet noemen is een gerechtvaardigde vraag. Maar laten we naar de hoogtepunten kijken, naar de opvallendste scènes.

Hoogtepunt nummer één: het spel met de poep. Een van de als beer verklede performers produceert een drol. Kabouters wroeten erin, samen met koddige hondjes. Op een projectiescherm zie je hun verrichtingen van heel dichtbij. De kabouters blijken vingerpopjes die met minuscule camera’s worden gefilmd. Wat hebben zij het naar hun zin.

Hoogtepunt nummer twee: drie schedels slaan aan het tongzoenen. Hoe? De spelers steken vingers door holtes en brengen die naar elkaar toe. Tot grote vreugde van de zaal.

Hoogtepunt nummer drie: een penis dringt een vagina binnen. Dames kijken toe, met blosjes op hun wangen. Ook deze actie verschijnt uitvergroot op het filmdoek, waar zichtbaar wordt dat de geslachtsdelen gipsen sculpturen zijn en de dames porseleinen beeldjes in rococostijl: ziedaar de aansprekende titel.

Een pretentieuze titel ook, want Rococo maakt dat woord niet waar. Bij rococo denk je aan wulpse elegantie, aan schoonheid in het teken van de dood. Maar wat Hotel Modern toont is mooi noch elegant en het memento mori heeft meer met morbide smakeloosheid te maken dan met een filosofie.

Begrijpelijk dat dit Rotterdams gezelschap na een reeks sombere producties nu eens iets luchtigers wilde maken. De Grote Oorlog en Kamp gingen over loopgraven en over Ausch-witz: belangwekkende thema’s die imposante kunstwerken werden, dankzij de honderden zelfgekleide poppetjes in een beklemmend decor.

Pauline Kalker, Arlène Hoornweg en Herman Helle zijn met hun non-verbale taal ook tot het buitenland doorgedrongen. Hun mix van poppenspel en animatiefilm, beeldende kunst, mime en muziek is op zichzelf bijzonder. Maar Rococo biedt te weinig diepgang en te veel boerenlol.

Wie, zoals de groep in de folders stelt, een „liefdesverklaring aan de fantasie” wil afleggen, die moet méér doen dan knutselen en prutsen.

Goed theater, per definitie een ode aan de fantasie, verlangt vooral bezieling. Die is hier ver te zoeken.