Zwak zaad

Een kind krijgen is voor steeds meer mensen een lijdensweg. „De vraag is: hoe ver ga je.”

Diana’s eicellen zijn waardeloos, vindt haar man Jeroen. Diana heeft een zeldzame afwijking waardoor haar eicellen zich niet delen. Diana en Jeroen, beiden 35, zijn acht jaar samen en proberen al zes jaar om zwanger te worden. Ze zijn fervente Ajax-supporters. Hun liefde voor de voetbalclub speelde mee in hun keuze voor elkaar. „Nooit gezeik over voetbal, ze gaat altijd mee”, legt Jeroen – lang haar, wit petje – uit. Vrijen doen Jeroen en Diana vaak, maar puur ‘voor de lol’. Vrijen voor een baby werkt immers niet bij hen, zegt Jeroen, gezien die rotte eicellen.

Jeroen werkt in de naschoolse opvang. Diana werkt in gezinnen met een gehandicapt kind om de ouders te ontlasten. Dat ze zelf graag kinderen wilden, stond vanaf het begin vast. Een gehandicapt kind zou ook welkom zijn. „In mijn werk zie ik dat het bijzondere kinderen zijn, die veel geven”, zegt Diana. Twee jaar probeerden ze het langs de natuurlijke weg. „Bij mijn schoonzussen duurde het anderhalf jaar”, vertelt Diana. „Ik had niet zo’n haast. Maar uiteindelijk wilde ik wel naar een gynaecoloog.”

Diana en Jeroen doorliepen het hele parcours: een spermatest, een baarmoederfoto, een kijkoperatie, echo’s, intra-uteriene inseminaties en uiteindelijk ICSI, ofwel een reageerbuisbevruchting waarbij de zaadcel in de eicel wordt geïnjecteerd. Er rijpten maar liefst 28 eicellen, een enorme score. De gynaecoloog was enthousiast, vertelt Diana. Na twee dagen belden ze om een afspraak te maken voor de terugplaatsing. Maar er was niet één eicel bevrucht.

De onvruchtbaarheid in Nederland neemt toe, zo stelde hoogleraar voortplantingsgeneeskunde Jan Kremer onlangs vast in zijn oratie. Werd tien jaar geleden nog een op de tien stellen naar een gynaecoloog verwezen, nu is dat een op de zeven. Dat komt niet door ongeduld. Huisartsen hanteren hetzelfde verwijsbeleid als twintig jaar geleden. Zowel vrouwen als mannen worden echt minder vruchtbaar – door de hogere leeftijd waarop vrouwen zwanger worden, door roken, overgewicht, alcohol, hasjgebruik, Chlamydia-infecties. En door een nog onbekende oorzaak die waarschijnlijk – Nederlandse metingen zijn er niet – de zaadkwaliteit aantast.

In het NCRV-programma Babyboom, waar ook Jeroen en Diana aan deelnemen, kwamen al deze vruchtbaarheidsproblemen, lifestyle-issues en ethische kwesties voorbij. Voor het programma werden een jaar lang honderd stellen gevolgd die zwanger wilden worden. Verontrustend was het aantal vrouwen met ernstig overgewicht, 26 van de 100. En het aantal mannen en vrouwen dat in de pauzes tussen opnames het rookhol in dook, waar het blauw stond. Maar ook dat in de groep die nog géén vruchtbaarheidsproblemen had, de collectieve spermatest slecht uitpakte: veel mannen hadden zwak zaad.

Over Babyboom, een BBC-format aangekocht door TV-producent Tuvalu Media en gemaakt met steun van het ministerie van VWS, werden Kamervragen gesteld door de SP en de VVD: moest ons belastinggeld nou echt besteed worden aan een reallifesoap over zwanger worden? Zelf had ik als verloskundige en auteur van zwangerschapsboeken een bescheiden rol als deskundige in het programma. En ook ik kreeg af en toe kritische reacties over het hoge amusements- en emotiegehalte van het programma. Maar nergens zag ik zoveel belangrijke voorlichting over gezondheid, lifestyle en vruchtbaarheid zo hapklaar voorbij komen en zo’n grote doelgroep bereiken: de kijkcijfers lagen boven een miljoen. En bij de stellen bespeurde ik geen enkel onbehagen over de getoonde emoties tijdens de collectieve zwangerschapstest of na een mislukte IVF-poging.

Sterker nog: het luchtte veel van hen op om hun verhaal openlijk te vertellen. „Er is een last van me afgevallen”, vertelde Cindy. Cindy moet door twee buitenbaarmoederlijke zwangerschappen haar eileiders missen. „Ik schaamde me voor de IVF”, zegt ze. „Ik sprak er nooit over. Nu ik het op tv heb verteld, ben ik daar vanaf. Op mijn werk krijg ik begrip als ik weer eens naar het ziekenhuis moet.” Cindy heeft net weer een IVF-poging zien stranden.

De een op de zeven stellen die niet vanzelf zwanger worden, lijden vaak in stilte. Het taboe op onvruchtbaarheid is groot, zeker als het manlijke onvruchtbaarheid betreft. Zwak zaad wordt ten onrechte geassocieerd met een gebrek aan manlijkheid. Er wordt nogal eens lomp gereageerd op vruchtbaarheidsproblemen. ‘Moet je niet wat meer oefenen?’. Of: ‘Wees er toch niet zo veel mee bezig’. Buitenstaanders kunnen zich dikwijls slecht inleven in de problematiek.

Maar onvruchtbaarheid grijpt diep in. De voortdurende ziekenhuisbezoeken, de bijwerkingen van hormoonbehandelingen (wisselende stemmingen, opvliegendheid) en de moordende onzekerheid (de helft van de stellen blijft ondanks IVF kinderloos) trekken een wissel op de relatie, de carrière en het geluk. Onvruchtbare stellen voelen het dan ook als erkenning van hun probleem dat er op tv aandacht aan wordt besteed. Bij patiëntenvereniging Freya staat de telefoon sinds het tv-programma roodgloeiend. Diana vertelde afgelopen zomer dat het haar goed deed om haar verhaal te vertellen. „Dat helpt ons bij de rouwverwerking”, zei ze. „Zo zien mensen wat je doormaakt. Dat het heel heftig is.” Diana had op dat moment drie ICSI-pogingen zien mislukken: twee met haar eigen niet-delende eicellen, en een met eicellen van een bevriende eiceldonor. De verzekering vergoedde geen nieuwe behandeling.

Lang was het onzeker of Diana en Jeroen de benodigde vierduizend euro voor nog een behandeling bij elkaar konden krijgen. Zelf kunnen ze dat niet betalen. Uiteindelijk legden „lieve mensen” uit hun omgeving – ook niet draagkrachtig – hutje bij mutje voor deze allerlaatste poging. Daar hangt alles van af. De uitkomst is onzeker – de eiceldonor is 38 dus ook haar eicellen zijn niet meer de jongste. Lukt het niet, dan zien Diana en Jeroen zichzelf kinderloos verdergaan. Adoptie is geen optie, dat is nog duurder dan IVF. En Jeroen wil geen pleegkinderen omdat hij dan nooit de zekerheid heeft dat de kinderen mogen blijven.

Vlak voor deze laatste ICSI-poging is Diana „wel een beetje blij dat het einde in zicht is”, vertelt ze. „Zes jaar is ontzettend lang. Dit jaar komt er een antwoord. Dan ben ik zwanger of het zit er voor ons niet in.”

Waar voor Diana en Jeroen de kosten voor een ICSI-behandeling vrijwel onoverkomelijk zijn, zijn de financiën „het enige probleem dat wij niet hebben”, zegt Coretty (36), een andere Babyboom-deelneemster. Coretty is getrouwd met Arnoud (58), voormalig directeur-grootaandeelhouder van de textielketen Wibra. Arnoud heeft zes dochters uit een eerder huwelijk en is gesteriliseerd. Arnoud en Coretty bewonen een riante villa in het oosten van het land en hebben samen één zoontje, gekregen door ICSI met MESA- en TESE-zaad. Daarbij worden rijpe zaadcellen uit de bijbal, respectievelijk onrijpe zaadcellen uit de zaadbal gewonnen en in de eicel geïnjecteerd.

Arnoud en Coretty willen graag een tweede kind. Inmiddels zijn ze zes vruchteloze ICSI-pogingen en een hersteloperatie van Arnoud verder. Na de hersteloperatie werd Coretty onmiddellijk zwanger, maar in de twaalfde week bleek onverwachts bij de echo dat het hartje niet meer klopte. Het verdriet was groot, zeker toen kort erna bleek dat de herstelde zaadleiders weer waren dichtgegroeid en een spontane nieuwe zwangerschap was uitgesloten.

Dat de zogenoemde secundaire onvruchtbaarheid voor stellen een probleem is, was tot voor kort ook bij de patiëntenvereniging taboe. Deze niet-zeuren-want-je-hebt-toch-een-kind-reactie kregen ook Coretty en Arnoud. Maar Coretty’s verlangen is groot. „Nu ik weet hoe geweldig het moederschap is, wil ik nog liever een tweede kind”, vertelt ze. „Ik vind het moeilijk dat sommige vrouwen stoppen met de pil en hup, meteen zwanger worden. Daardoor voel ik me onvruchtbaar.” Dat ze inmiddels een keer spontaan zwanger is geweest, vindt ze fijn. Ondanks de slechte afloop. „Ik voel me niet onvruchtbaar meer.”

Voor Coretty was het vanzelfsprekend dat ze, gezien de sterilisatie van haar man, eicelpuncties en IVF zou ondergaan. Dat had ze er graag voor over om een kind van hem te kunnen krijgen. Voor Jellie (35) en Annette (32) ligt dat anders. Zij vonden als lesbisch stel een donor met wie het goed klikte. Annette zou proberen om zwanger te worden, bij haar was de kinderwens het sterkst. En háár ouders hebben nog geen kleinkinderen.

Annette kreeg medicijnen voor haar onregelmatige cyclus. En ook het donorzaad liet te wensen over. Annette onderging zes intra-uteriene inseminaties. Een keer werd ze zwanger, maar kreeg ze een miskraam. Of ze geen andere donor had, vroeg de gynaecoloog. Een met beter zaad. Anders zou ze ICSI moeten ondergaan. Dat wilde Annette niet – de hormonen, de eicelpuncties. Maar waar haalden ze zo snel een nieuwe vandaan? Het had jaren geduurd voordat ze deze donor hadden gevonden.

„We hebben af en toe paniekaanvallen”, vertelt Jellie. „We willen het zo graag en de tijd dringt. We hebben de neiging om aan alle aardige mannen te vragen of ze donor willen zijn.” Zaad van een spermabank is de andere optie die ze onderzoeken, maar dat vereist een omslag in denken. „En er is een soort loyaliteit ontstaan naar onze donor”, vertelt Annette. „De vraag is: hoever ga je met elkaar. Daar zijn we nog niet uit.”

Ook Annemarie worstelde met de vraag of ze met haar donor verder wilde gaan. Het contact verliep niet helemaal soepel en de reiskosten waren hoog. Annemarie is spastisch, alleenstaand en zit in een rolstoel. Ze heeft tientallen operaties ondergaan voor vergroeiingen en moet vaak naar het ziekenhuis. Moeder worden is al sinds haar kindertijd haar grootste wens, vertelt ze. Ze doet mee met Babyboom omdat ze het taboe wil doorbreken dat vrouwen met een beperking geen kinderen mogen krijgen.

Via internet vond ze een donor die al tientallen vrouwen had bevrucht en bereid was ook vrouwen met een beperking te helpen. Of Annemarie een goed netwerk had, en mensen die haar zouden bijstaan? Ze vond zelf van wel. Een oudere buurman steunde haar en haar broer wilde voogd worden. Diens vrouw heeft een verstandelijke beperking. Ze zijn zelf ook bezig met kinderen krijgen. Annemarie nam zich voor om maximaal drie pogingen te doen. „Anders wordt het een obsessie.”

Aan het eind van het verwachtingsvolle Babyboom-jaar zijn er 29 vrouwen bevallen, 36 vrouwen zwanger en 35 vrouwen niet zwanger geworden. Diana en Jeroen behoren tot de gelukkigen. De ICSI met eiceldonatie is gelukt. Diana is twaalf weken zwanger.

De 35 stellen die niet zwanger zijn geworden, hebben het moeilijk. Cindy vraagt zich vertwijfeld af waarom er twee IVF-pogingen en twee terugplaatsingen van ingevroren embryo’s mislukt zijn. „Ik had topembryo’s”, vertelt ze. „Vroeger ben ik twee keer zwanger geweest, waarom lukt het dan nu niet?”

Arnoud en Coretty gaan de zevende ICSI-poging tegemoet, met eerder gewonnen en ingevroren zaad. Een nieuwe hersteloperatie is ook nog een optie, hoewel Arnoud daar erg tegenop ziet. „Langzamerhand durf ik er af en toe aan te denken dat we misschien gewoon met z’n drieën blijven”, zegt Coretty. „Hoewel… het klinkt flinker dan het voelt.”

Annemarie heeft drie inseminaties achter de rug – zonder succes. Het contact met haar broer, die voogd zou worden, is vertroebeld. Een buurman wil voogd worden maar is formeel te oud – er is toestemming van de rechter nodig. De donor heeft afgehaakt, maar Annemarie heeft een nieuwe op het oog, eveneens via internet. Die wil ze binnenkort benaderen en vragen of hij problemen heeft met een vrouw met een beperking. Als hij toestemt, hoopt ze volgend jaar nog twee pogingen te doen: „De aanhouder wint.”

De auteur schreef het ‘Babyboom ZwangerZapBoek, alle vragen en antwoorden over vruchtbaarheid & ivf, zwangerschap’. Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf Zaterdag &cetera, postbus 8987, 3009 TH Rotterdam