Zes soorten giraffen leven zij aan zij in Afrika, blijkt uit DNA

Er bestaan zes verschillende soorten giraffen (nu nog gezamenlijk bekend als Giraffa camelopardalis). Dat concluderen biologen uit een analyse van het erfelijk materiaal van 266 dieren dat zij verzamelden door in het wild pijltjes op ze af te schieten (BMC Biology, 21 december 2007).

Uit een analyse van dit DNA van over Afrika verspreid levende groepen, maken David Brown en zijn collega’s op dat deze dieren al honderdduizenden jaren niet of nauwelijks onderling paren. In een dierentuin doen ze dat wel. Tot nu toe gingen wetenschappers er vanuit dat van de giraffe alleen ondersoorten bestaan zoals de Netgiraffe, de Nubische giraffe en de Rothschildgiraffe.

Brown onderscheidt elf genetische varianten waarvan er zes aparte soorten zijn. Als de giraffe uiteenvalt in zes verschillende soorten, dan heeft dat implicaties voor de bescherming van deze diergroep waarvan er in geheel Afrika nog circa 110.000 leven. De meest bedreigde giraffen zijn de West-Afrikaanse giraffe (Giraffa camelopardalis peralta) en de Rothschildgiraffe (Giraffa camelopardalis rothschildi), waarvan respectievelijk nog 160 en enkele honderden exemplaren bestaan.

Brown merkt op dat de verschillen in de tekening van giraffepopulaties abrupt zijn en lang niet altijd begrensd door geografische barrières. In Kenia leven de Netgiraffe en de Masaigiraffe betrekkelijk dicht bij elkaar in een doorlopend gebied dat wordt gekenmerkt door bos en acaciastruiken. Ondanks hun nabijheid zijn de Netgiraffe en de Masaigiraffe onder de giraffen het minst verwant.

Volgens de DNA-analyse van Brown delen de Netgiraffe en de Masaigiraffe een gemeenschappelijke voorouder die 0,5 tot 1,6 miljoen jaar geleden geleefd moet hebben, in het midden van het Pleistoceen. Die conclusie baseren zij op het grote aantal verschillen in de lettervolgorde van meerdere DNA-fragmenten van beide (onder)soorten.

Het uitwaaieren van de giraffe in verschillende soorten in het Pleistoceen valt samen met een periode van grote klimaatsveranderingen in zuidelijk Afrika. Volgens de onderzoekers zijn verschillende populaties van giraffen in dat tijdvak voor langere tijd van elkaar geïsoleerd geraakt. Mogelijk komt dat door woestijnvorming.

Giraffen bewegen zich over leefgebieden van honderden vierkante kilometers. Bij andere grote zoogdieren met een ruim leefgebied (Afrikaanse olifant en buffel) lijken populaties die dicht bij elkaar leven genetisch wel sterk op elkaar.

De onderzoekers speculeren dat seksuele selectie een rol speelt. Dat zou betekenen dat giraffenvrouwen giraffenmannen met een afwijkend vlekkenpatroon niet aantrekkelijk vinden.

Giraffengeboorten zijn ook sterk seizoensgebonden. Omdat de seizoenen ten noorden en ten zuiden van de evenaar van elkaar verschillen zou gemengd nageslacht van soorten aan weerszijden van de evenaar minder overlevingslansen hebben. Michiel van Nieuwstadt