‘Wij zijn in Den Haag ontsnapt aan de polarisatie’

Wim Deetman stopt na elf jaar als burgemeester van Den Haag. Hij wilde de kloof tussen arm en rijk verkleinen. En ADO moest naar de eredivisie. „Het is ploeteren.”

Hij wist dat er een aanhouding zou plaatsvinden die nacht. Maar van de Hofstadgroep had Wim Deetman nog nooit gehoord. En de AIVD had hem zeker niet gemeld dat er mogelijk explosieven in het huis waren waar de verdachten verbleven. Dus sliep de burgemeester. Hij kan er nu nog boos om worden, als hij erover vertelt in zijn werkkamer op het stadhuis. „Er hadden doden kunnen vallen.”

De nachtelijke aanhouding van twee terreurverdachten in de Antheunisstraat op 10 november 2004 escaleerde. Wat een snelle arrestatie had moeten zijn van slapende verdachten, liep uit op een belegering die tot ver in de volgende dag duurde. Dat in de woning misschien explosieven aanwezig, waren, bleek pas tijdens de inval. Het huis werd belegerd, scherpschutters lagen op de daken.

Pas om half twee de volgende middag kreeg Deetman een telefoontje van de officier van justitie die zei dat „het helemaal mis was” in de Antheunisstraat. Deetman kon weinig anders doen dan de buurt laten ontruimen en proberen de bewoners gerust te stellen.

Het is een nachtmerrie voor elke burgemeester. Niet weten wat er speelt in je stad, maar wel geconfronteerd worden met de consequenties ervan. En zeker voor Wim Deetman (62), die het niet erg vindt om zijn bed uit gebeld te worden als er brand is. Die zich meer en meer is gaan opstellen als burgervader, sinds hij voor het eerst zo werd aangesproken op straat. Dat betekent: naar de mensen toe, honderdjarigen feliciteren en luisteren. „Je hoeft niet altijd iets te dóén.” Hij laat zelfs een medewerker turven of hij ten minste 20 procent van zijn tijd doorbrengt met Hagenaars.

Met Deetman, oud-minister van Onderwijs namens het CDA, kreeg Den Haag de bestuurlijk zwaargewicht naar wie de stad lang had gezocht. Hij zette zich in om van Den Haag de juridische hoofdstad van de wereld te maken. Toen hij kwam had de stad al het Internationaal Hof van Justitie en het Joegoslavië-tribunaal. En onder Deetman kwamen ook het Internationaal Strafhof, Eurojust en de VN-organisatie tegen chemische wapens. Na elf jaar vertrekt hij, naar de Raad van State. Op oudjaarsavond draagt hij zijn ambtsketen over aan de locoburgemeester. Er is nog geen opvolger.

Waarom vertrekt u?

„Met pijn in m’n hart. Maar als ik nog een termijn zou blijven, zou ik bijna tot m’n zeventigste burgemeester zijn. Dat is niet goed voor de stad, niet goed voor mij en niet goed voor mijn gezin. Je moet als burgemeester 24 uur per dag kunnen sjouwen voor een stad – het werk gaat altijd door. Je moet ook weten weg te gaan, om te voorkomen dat je nonchalant wordt. Het déjà vu-effect neemt onvermijdelijk toe.”

Bij uw aantreden formuleerde u een paar doelen, zoals het verkleinen van de kloof tussen arm en rijk, en ADO in de eredivisie. Bent u in dat eerste geslaagd?

„De scherpte van de tegenstelling tussen arm en rijk is iets minder.”

Waar blijkt dat uit?

„Ik heb geprobeerd de stad een identiteit te verschaffen. Amsterdam heeft zijn grachtengordel, Rotterdam zijn havens, maar Den Haag was alleen maar regeringsstad. Daar zijn er zoveel van. Nu is de stad een internationaal symbool van recht, vrede en veiligheid. Dat weten álle inwoners en daar zijn ze ook trots op.”

Maar dat zijn symbolen, het gaat er toch ook om of mensen kansen in hun persoonlijk leven hebben?

„Het heeft ook praktische gevolgen, al die internationale instituten brengen werkgelegenheid met zich mee.”

Maar Den Haag heeft nog altijd veel arme wijken. Volgens het CBS elf.

„We hebben vier krachtwijken [door minister Vogelaar aangewezen probleemwijken, red.]. Dat vind ik niet heel veel voor een grote stad als Den Haag.”

Het is maar naar welke lijstjes je kijkt.

„We zijn er nog niet. Het is ploeteren. Er komen altijd kansarme mensen naar de stad om hun geluk te beproeven. Wanneer is een stad een succes? Als de sociale liftfunctie werkt: als mensen er hun situatie kunnen verbeteren. Maar er zullen ook altijd nieuwe mensen bij komen die kansen zoeken. Er zal altijd een spanning blijven, ook ín de stad.”

Maar de kloof tussen arm en rijk, tussen het veen en het zand, is niet groter geworden onder Wim Deetman?

„Nee. En Den Haag is ook ontsnapt aan een discussie over een andere tweedeling: de gepolariseerde integratiediscussie zoals die de afgelopen jaren heeft gewoed. Die hebben wij bewust aan ons voorbij laten gaan. En met succes. Na 11 september is het hier rustig gebleven en na de moord op Theo van Gogh is het hier rustig gebleven.”

Na de moord op Pim Fortuyn was het korte tijd wel onrustig in Den Haag. U koos er voor om, toen het Plein was volgestroomd met onrustige mensen en herrieschoppers, de ME niet in te zetten. Waarom niet?

„Ik zag de beelden in het crisiscentrum. Een parkeergarage zou in brand gestoken zijn, maar dat viel reuze mee. Het was een inschatting. Wij waren ons ervan bewust dat die avond bepalend zou zijn voor de weken erna. Je zou ervan beticht kunnen worden dat je de onrust de kop in wilde drukken om politieke redenen. Toen dacht ik: als de ramen nu worden ingegooid, moeten ze er morgen om zeven uur maar weer ingezet zijn.”

U discussieerde niet publiekelijk mee over integratie. U zette bewust de ME niet in. Is het soms belangrijker om iets niet te doen dan om iets wel te doen?

„Ja.”

Na de dood van Fortuyn had u de regie, die had u niet na de belegering in de Antheunisstraat. Was dat een dieptepunt voor u?

„Dat was een dieptepunt voor landelijke instanties, maar niet voor mij. Ik was daar niet verantwoordelijk voor.”

Wat was dan wel uw dieptepunt?

„Dat we het Nationaal Historisch Museum niet gekregen hebben [dat ging naar Arnhem, red.].

Maar dat is ook iets buiten uzelf. U nam die beslissing niet.

„Nou, je vraagt je af: waar hebben we het zelf niet goed gedaan?”

En?

„Geen idee, ik snap het nog steeds niet.”

Wat gaat u niet missen aan dit werk?

„De hectiek.”

Nee, de vraag was wat u níét gaat missen.

„Mijn loodgieterstassen. Er is altijd zoveel werk te doen.”

Laatste vraag: ADO verkeert op de rand van een faillissement en speelt niet in de eredivisie. Er is wél een nieuw stadion. Zou u dat niet liever willen ruilen tegen een plaats in de eredivisie?

„Nee, het stadion is óók belangrijk. Als symbool in de stad. En met ADO komt het echt wel weer goed.”