Spoelen en soppen

Geen grotere afwas dan die aan het einde van de feestdagen. Over de ouderwetse krachtmeting met de vuile vaat. „Dit is misschien wel het vredigste ogenblik van het nieuwe jaar.”

De dagen van het grote afwassen zijn weer aangebroken. Na de feestmaaltijden en de oliebollen gaat de familie met de gasten gezellig nog een beetje televisie kijken of misschien ruzie zoeken – je weet nooit hoe de jaarwisseling zich ontwikkelt – en dan is er iemand die zich ontfermt over de vuile vaat. Of misschien zijn het er twee. Geen groter afwas dan die aan het einde van de feestdagen. In 1979 heb ik er een paar stukjes over geschreven. Dat was een heel andere tijd. Bestonden er toen al afwasmachines? Dan waren die de kinderziekten waarschijnlijk nog niet te boven en konden alleen de allerrijksten zich zo’n ding veroorloven. Intussen is het apparaat gemeengoed geworden. Je stopt alles erin, kiest het programma, drukt op de knop en voegt je weer bij het gezelschap.

Daarmee zijn twee verworvenheden – als je ze zo kunt noemen – verloren gegaan. Wie destijds de afwas deed, gunde zichzelf een kleine periode van rust. Een half uur weg uit de feestelijkheden, het sociale gekwek, al die plichtmatigheden waarmee de feestdagen gepaard gaan. In de eenzaamheid van de keuken kom je weer even tot jezelf, als Diogenes in zijn ton, of Henry David Thoreaux in de bossen van Massachusetts. Thoreaux heeft er een boek over geschreven, Walden, or Life in the Woods (1854).

Verder is het ouderwetse afwassen geen corvee, maar een krachtmeting. Je hebt er goed gereedschap voor nodig, langzamerhand maak je je een strategie eigen, en ten slotte, als het allemaal goed gelukt is, smaak je de voldoening van de overwinning: alles weer schoon in de kasten en laden en het aanrecht strak en onberispelijk alsof er niets gebeurd is. Even blijf je in je geluk verzonken staan. Dit is misschien wel het vredigste ogenblik van het nieuwe jaar. En daarna gooi je je weer in het sociale leven.

Ten behoeve van de geschiedenis beschrijf ik hier in het kort de gang van zaken bij de ouderwetse afwas. In den beginne is de chaos. Misschien hebben een paar behulpzame tieners nog geholpen om lege borden, glazen, schalen en gebruikt eetgerei op het aanrecht te zetten. Maar daarbij hebben ze zich niet laten leiden door enig systematisch inzicht. Gelukkig! Het systeem moet er door de afwasser zelf worden ingebracht. Dat gebeurt bij het spoelen, of voorspoelen.

Grote restbrokken, diergebeente, versmade groenten, enzovoort zijn al in de vuilnisbak gegooid. En dan ga ik ervan uit dat dit voorspoelen gebeurt onder een straal water, tussen warm en heet, zoals die door een geiser is verhit. Als gereedschap dient de vatenkwast, een borsteltje van niet al te hard plastic aan een steel. In deze fase staat het afvoerputje van de gootsteen open.

Het voorspoelen heeft twee functies. De vaat wordt gereinigd van alle zichtbare etensresten, vezels, kruimels, slierten, klodders. En verder gaat het er nu om, uit de chaos van de afwas een stevige constructie te bouwen. Scheidt alles waarin gekookt is van alles waarvan gegeten is, de pannen van de borden. De grote borden, dessertborden, grote en kleine schalen, schaaltjes worden in de gootsteen opgebouwd tot een solide toren. Van de pannen wordt op het aanrecht een telescopisch geheel gemaakt. Doe een stap terug en inspecteer. Dat ziet er goed uit. Het ogenblik van de definitieve aanval is gekomen.

Doe de stop op de afvoer. Giet of spuit het afwasmiddel diagonaal over de toren, laat de waterstraal van een temperatuur die u nog juist kunt verdragen het middelpunt treffen en begin met de vatenkwast aan de definitieve reiniging. Wat schoon is, wordt in het afdruiprek gezet. En hier komen we aan een vraagstuk dat typisch is voor deze tijd.

Het traditionele afdruiprek is een plastic bak van ongeveer veertig bij veertig centimeter, met een stuk of veertien opstaande ribbels, waarin de natte borden enigszins schuin worden neergezet. Stevig. Daarnaast is er ruimte voor de schalen, ook met een geribbelde bodem, en dan zijn er nog aan weerskanten houders waarin je verticaal het bestek kunt zetten. Voor alles is een plaats, alles is bereikbaar, niets valt om. Doelmatiger kan niet.

Maar ook zo’n ding van plastic slijt. Langzaam maar zeker valt het uit elkaar, en onherroepelijk komt het ogenblik waarop dit dierbare rek moet worden vervangen. Nu blijkt dat ook op dit gebied de vernieuwers niet stil hebben gezeten. Het design heeft zich van het afdruiprek meester gemaakt. De randen zijn van artistieke bochten voorzien, ook de ribbels zijn mooier gemaakt, het zijn er minder en ze zijn in een minder scherpe hoek met de bodem geplaatst. In twee hoeken zijn minieme kokertjes voor het bestek. In de bodem zijn ook weer artistiek gevormde gaatjes aangebracht waardoor het water in een daaronder vastgeklemde bak loopt. Zo te zien is dit de SUV onder de afdruiprekken.

Aan de slag! De eerste kleine borden worden nog redelijk stevig door de ribbels vastgehouden, de grote borden staan al wankeler en als je dan het eerste schaaltje nog tussen de ribbels probeert te zetten, zakt het naar rechts en valt het om. De gaatjes in de bodem bieden geen weerstand aan de schalen, die glijden dus ook uit, en wat een overzichtelijk afdruipend geheel had moeten zijn, groeit tot een ontembare chaos van glas- en aardewerk. Om gek te worden van woede.

Om jezelf te beschermen, en om aan die bende nog enigszins paal en perk te stellen, begin je met het afdrogen en opbergen van de eerste helft. Op dit gebied is niets mooier dan een juist afgedroogd glas, nog warm en glanzend van schoonheid. Intussen ben je je ervan bewust dat het sop in de gootsteen afkoelt, waardoor het effect van de afwas vermindert.

Niets ontsnapt aan onze eigentijdse zucht tot het opleuken, het pimpen, het mooier maken dan het is, ten koste van de oorspronkelijke doelmatigheid. Mij zou het niet verbazen als er binnen een paar jaar een afdruiprek in de handel komt, waarmee je ook foto’s kunt maken en via internet bellen. Niets laten we na om zelfs de afwas steeds leuker te maken.