Spoel het badwater weg, laat de bankiers blijven

Geld maakt niet gelukkig, zo heet het, en 2007 was het jaar waarin het grote geld voor flink wat opschudding zorgde. De belangrijkste bank van Nederland, ABN Amro, werd na een lang gevecht door drie kopers in stukken gescheurd bij een van de grootste bankovernames ooit. De bank, tot voor kort zelf een rover op de Italiaanse bankenmarkt, bleek een verzwakte prooi te zijn geworden zonder enige invloed op het eigen lot.

Een andere categorie opkopers, samengevat onder de noemer ‘private equity’, werd ontdaan van haar imago van goedertieren en geduldige bedrijvendokters. Met een minimum aan eigen investeringen en een maximum aan schulden voor de overgenomen bedrijven leek private equity het afgelopen jaar eerder een eufemisme voor nietsontziend winstbejag op de korte termijn.

Wat in de lente begon als een schok op de markt voor Amerikaanse laagwaardige hypotheken, ontwikkelde zich in de loop van het jaar tot een acute en bedreigende liquiditeitscrisis in het internationale bankensysteem. Hypotheken bleken in een vlaag van financiële innovatie te zijn gebundeld, doorverkocht, herverpakt en weer doorgesluisd. Totdat geen bank of belegger meer wist wie welke risico’s liep, toen de Amerikaanse huizenmarkt begon te kantelen. Tot op de dag van vandaag heerst er daarom een onderling wantrouwen tussen banken dat het financiële systeem verregaand verlamt.

De kredietcrisis, zoals zij gaandeweg werd genoemd, bereikte vorige week haar voorlopige hoogtepunt met een geldinjectie voor de banken door de Europese Centrale Bank van het onvoorstelbare bedrag van 350 miljard euro. De bankensector zelf, die inmiddels al tientallen miljarden euro’s heeft moeten afschrijven, keerde intussen alleen al op Wall Street in de eerste drie kwartalen van dit jaar niettemin voor een kleine 50 miljard euro aan bonussen uit.

De drie bovenstaande fenomenen kunnen leiden tot een groeiend wantrouwen tegen de rol van de financiële sector in economie en maatschappij. Die stemming heeft de sector vooral over zichzelf afgeroepen. Maar het zou onverstandig zijn om te snel te vergaande conclusies te trekken. Bedrijfsovernames, grensoverschrijdend of niet, kunnen zorgen voor een effectievere en meer logische recombinatie van ondernemingen. Dat aandeelhouders daarbij steeds meer te vertellen hebben, is misschien wennen, maar wie wil terug naar de tijd dat elkaar benoemende bestuurders en commissarissen de zaken ongestoord binnenskamers regelden? Private equity heeft een slechte reputatie gekregen, maar de rol van investerende buitenstaanders is voor slechtlopende bedrijven vaker positief geweest. Zulke investeerders waren nog niet zo lang geleden wat bescheidener en heetten gewoon participatiemaatschappij.

Financiële innovaties hebben intussen gezorgd voor een soepeler handel op de financiële markten, en maken het beleggers en bedrijven mogelijk hun ongewenste risico’s op valutabewegingen, wanbetaling, renteschommelingen of prijsfluctuaties bij grondstoffen af te kopen.

In het afgelopen jaar werden vooral de uitwassen zichtbaar van wat in essentie een gunstig financieel systeem is. Het kapitalisme, in een scherpe of mildere vorm, is en blijft het beste ordenings- en verdelingsmechanisme; het zorgt voor een zo hoog mogelijke welvaart. Bij dat stelsel hoort een actieve en innovatieve financiële sector. Het is aan de samenleving om grenzen te stellen aan bijvoorbeeld marktmacht, eisen te stellen aan de productie zelf en aan de geleverde goederen en diensten, en om excessen te signaleren. Dat maakt 2007 een uitermate leerzaam jaar. Maar laten we de bankiers niet met het badwater weggooien.