Recherche zoekt agenten voor op de golfbaan

De recherche beweegt zich gemakkelijker in de onder- dan in de bovenwereld. Verlies van greep op de criminaliteit dreigt. Gezocht: specialisten voor congressen en de beurs.

De Nederlandse recherche gaat zich meer richten op de bovenwereld. Nu is er vooral aandacht voor het criminele milieu. Maar daardoor zijn agenten onvoldoende in staat informanten te ‘runnen’ in de bovenwereld – advocaten, makelaars, bestuursvoorzitters en vastgoedhandelaren.

De Politieacademie levert daarom volgend jaar de eerste specialisten ‘runnen in de bovenwereld’ af: politiemensen die, al dan niet als lid van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE), hun draai kunnen vinden op congressen, beurzen of de golfbaan. Ook weten ze hoe een makelaarskantoor functioneert en hoe je in een verdacht circuit informanten aanboort.

Peter Klerks, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie, vindt dat een goede ontwikkeling. Anders verliest de politie terrein aan bijzondere opsporingsdiensten, zoals de fiscale opsporingsdienst FIOD/ECD. „De politie moet er niet alleen zijn voor overvallen of inbraken.”

Is het voor een CIE-rechercheur makkelijker te infiltreren in de onderwereld dan de bovenwereld?

„De klassieke CIE-rechercheur opereert nu in het vertrouwde circuit van criminelen. Dat is toch een andere wereld dan het milieu waarin witteboordencriminelen rondhangen. Bovendien, waar de onderwereld vaak onder druk of uit financieel gewin informatie geeft, is de drijfveer van informanten uit de bovenwereld een andere. Verleiding of concurrentieoverwegingen zullen niet altijd de belangrijkste motivatie zijn, wel het idee iets te kunnen doen voor de BV Nederland. Of uit onvrede over bepaalde praktijken op een departement. Dan moet je als politiefunctionaris kunnen meepraten over politieke of ethische overtuigingen. ”

Dat is de manier waarop bijvoorbeeld de FIOD/ECD werkt?

„Ja, zo boeken zij hun successen. Die mensen maken hun afspraken bijna altijd in hotels of conferentieoorden. Zij werken over het algemeen samen met iemand die in alle openheid optreedt bij jaarcongressen of branchebijeenkomsten. Pas als zo iemand te maken krijgt met een relevante persoon, iemand met specifieke kennis over foute zaken, wordt die overgedragen aan echte ‘runners’. Desnoods in een afgeschermd, vertrouwelijk traject. Het gaat niet zozeer om mensen die iets weten over een specifieke persoon, maar die kennis van structuren hebben. Waar mogelijkheden zijn voor bijvoorbeeld fraude of milieudelicten. De klassieke politie-CIE’er werkt anders, die gaat meestal rechtstreeks het milieu in.”

Waarom zou je dat werk niet aan de bijzondere opsporingsdiensten overlaten?

„Bijzondere opsporingsdiensten werken vaak vanuit een bepaald opsporingsdoel, bijvoorbeeld accijnsontduiking of ander financieel gewin waarbij afdrachten niet plaatsvinden. Bij de politie gaat het veel meer om ontwrichting van de samenleving in brede zin.

„In de jaren negentig heeft de politie ook al geprobeerd het vizier op de bovenwereld te richten. Dat is fout gegaan, omdat het opsporingswerk regionaal gebeurde, terwijl er zaken van bovenregionaal of landelijk belang aan het licht kwamen. Dan bleef dat opsporingswerk liggen omdat het niet paste in de regionale korpsdoelstellingen. Dat is met name op het gebied van milieufraude gebeurd, wat her en der behoorlijk wat frustraties heeft opgeleverd.

„Wat we nu doen, is dit opsporingswerk landelijk inbedden en de politieorganisatie erop inrichten. Voor dit werk moet je branches kennen, contacten hebben op de beurs. In de zeehavens runt de politie al op deze wijze informanten.

„Je ziet nu bij de bijzondere opsporingsdiensten bereidheid samen te werken met politierechercheurs. Daarom is het zo belangrijk dat de opleiding er aandacht aan besteedt. Bij de FIOD/ECD liggen de opleidingen gemiddeld op hbo-niveau, bij de politie is dat lager. We verwachten nu veel van zij-instromers, dertigers die een eerdere carrière hebben opgegeven en bij ons werken voor een brutosalaris dat ze daarvoor netto verdienden. Die moet je voor de politie behouden, financieel en inhoudelijk prikkelen. Dat besef leeft ook bij de raad van hoofdcommissarissen, er wordt met de minister van Binnenlandse Zaken over gesproken.”

Een politieman zal ook aan andere eisen moeten voldoen om mee te kunnen in dat nieuwe wereldje.

„Ervaren rechercheurs zullen gedrag moeten afleren dat hen meteen verraadt als politieman. Daar hebben we de cursus non-politioneel gedrag voor. Het heeft vaak met kleine zaken te maken, hoe je in een kroeg zit, bijvoorbeeld. Een agent zal altijd met zijn gezicht naar de deur gaan zitten, op een plek van waaruit hij de zaak kan overzien. En hij betaalt na bestelling altijd meteen de rekening. De auto parkeert hij het liefst met de motorkap richting straat. Maar je moet juist in staat zijn om naast iemand te zitten zonder meteen als agent herkend te worden. Vrouwen zijn daar vaak bedrevener in dan mannen. Zij kunnen beter gesprekken voeren omdat ze goed luisteren en hoofdzaken van bijzaken onderscheiden.”