Onbewust negatief

Een van mijn beste vrienden spoorde me de afgelopen weken twee keer schriftelijk aan om Kerstmis niet langer cynisch te benaderen. Dat hij katholiek is heeft daar ongetwijfeld mee te maken. Zijn aanmaningen moeten preventief bedoeld zijn, want ik had de herdenking van kindekes geboorte niet één keer ter sprake gebracht, ik had er zelfs amper bij stilgestaan.

Blijkbaar straal ik van nature een zekere kersthaat uit. Ik was mij niet bewust van deze reputatie en had geen enkele intentie om de feestvreugde te dwarsbomen. Dat ik allergisch ben voor sparren, had ik ook graag anders gezien.

Toen mijn geliefde en ik echter stap één van het van engelenhaar, gescheiden ouders, oververmoeide bejaarden en voedseloverschotten voorziene parcours afwerkten, bleek dat ik ondanks mijn immense inzet toch nog iets meer gelukzaligheid had moeten uitstralen en bij het naar huis rijden zeker niet had mogen polsen of een viering echt negen uur dient te duren.

De Heer himself blijkt ook zeer beledigd door mijn onbewust negatieve houding. Hij achtte het daarom nodig me bij het ontwaken te verrassen met een heet, suf hoofd, een blaasontsteking en een onophoudelijk gevoel van extreme misselijkheid.

Nadat ik mijn ontbijt in de vuilnisbak had achtergelaten, richtte ik mijn hoop op een verfrissende wandeling met de hond. Even gaven de wolken mij een constructieve indruk, met al dat varkensroze en parelmoer. Die koude, heldere lucht was precies wat ik nodig had.

Dit land is een goed land, dacht ik, dit weer is mooi. Aan de levenshouding van mijn huisdier moet echter nog steeds iets geschort hebben, want het arme beest werd door zijn schepper bestraft met een aanval van diarree op hetzelfde moment dat hij tussen het knus krakende kreupelhout kotste.

Iets dat je niet elke dag ziet, kun je ook als een geschenk beschouwen. Toen ik vervolgens zelf discreet een struik opzocht om wat gezapig achter te kokhalzen, bedacht ik dat ik sinds mijn vijftiende nooit een jaar zo weinig heb gerookt en nooit zo intensief heb gesport, en dat het – en ik wil hier niet ondankbaar lijken (ik pas wel op) – onder die omstandigheden toch frappant is dat ik zo veel toegankelijker lijk te zijn geworden voor bacteriën en virussen, tenzij het natuurlijk allemaal psychosomatisch te verklaren valt en dat het met mijn geestelijk gezondheid in feite oneindig veel slechter gesteld is dan ik durf te vermoeden.

Bij thuiskomst heb ik mijn hond lamlendig aangekeken tot hij insliep. Hij is nog steeds niet wakker geworden maar leeft, zo stelde ik na een controle vast. In Wyoming stak een vrouw haar man neer onder de kerstboom nadat ze had ontdekt dat hij een pakje vroegtijdig had geopend. En zo meteen moet ik ook nog eens naar de supermarkt want we gaan alweer gourmetten!

Net als mijn column al te gretig lijkt te ontsporen, onderbreekt mijn vriend uit de eerste paragraaf. We hebben het over hoe je eigen beleefdheid je de das kan omdoen, maar hij is van mening dat ik niet voor verbetering vatbaar ben, dat elk mogelijk minpunt in mijn karakter in het niet valt bij de algemene succesformule achter mijn bestaan.

Terwijl de zon door het dakraam op mijn toetsen valt, bedenk ik dat deze wonderbaarlijke vriend niet eens imaginair is. Er valt iets te zeggen voor mensen die van Kerstmis houden.