‘Nu d’r uit Rasmussen!’

De Deense geletruidrager Michael Rasmussen werd door zijn Rabobankploeg uit de Tour gehaald. Over een liegende renner, een schipperende ploegleiding en een bank die de handen in onschuld wast. Reconstructie van een wielerschandaal.

Na etappe 12 Foto AFP Yellow jersey Denmark's Michael Rasmussen (Rabobank/Ned) celebrates the yellow jersey as over leader on the podium of the 12th stage of the 94th Tour de France cycling race between Montpellier and Castres, 20 July 2007. AFP PHOTO / DOMINIQUE FAGET AFP

Als hij nu het stuur greep en een ruk naar links gaf dan was alles voorbij, dacht Michael Rasmussen. Op de late avond van 25 juli werd de 32-jarige Deense wielrenner van de Rabobankploeg op de achterbank van een onopvallende blauwe auto afgevoerd naar een geheime locatie aan de voet van de Pyreneeën. Verdoofd staarde hij in de koplampen van de tegenliggers op de smalle Route Nationale. Zelfmoord leek een serieuze optie.

Nog geen zes uur eerder was zijn jeugddroom bijna uitgekomen. Op de flanken van de Aubisque was hij in superieure stijl weggereden bij zijn enige concurrent, de Spanjaard Alberto Contador. De Tour de France leek gewonnen. Totdat Davide Cassani, oud-renner en commentator voor de Italiaanse televisie, verklaarde dat hij Rasmussen op 13 juni in Italië had gezien. Terwijl de Deen steeds had beweerd dat hij in Mexico was.

Theo de Rooij, directeur van de Rabobank Wielerploeg, had zijn geletruidrager direct uit de koers gehaald. Rasmussen had gelogen en dopingcontroles gemist. Anderhalve week van speculaties over de integriteit van de Deense renner was beslecht met één tv-interview. Op de achterbank van de auto belde Rasmussen opnieuw het mobiele nummer van Cassani. Tijdens het eerste telefoongesprek was hij nog strijdbaar geweest. „Weet je honderd procent zeker dat je mij gezien hebt”, had hij Cassani gevraagd. De reactie van Cassani was geweest: „Noem je mij soms een leugenaar.” Nu wist Rasmussen dat het spel voorbij was. „Davide”, zei hij zacht. „Ze hebben me uit de Tour gezet.” De twee mannen begonnen allebei te huilen.

Dit is niet alleen het verhaal van een wielrenner die door een leugen de Ronde van Frankrijk verloor. Het is ook het verhaal van een schipperende directie van een grote wielerploeg, en van een Nederlandse Triple-A-bank die de handen wast in onschuld. Het is ook het verhaal van de onderliggende oorzaken in de affaire-Rasmussen, het grootste schandaal in de Nederlandse wielergeschiedenis: het falende antidopingbeleid, de machtsstrijd tussen wielerbestuurders en het onderling wantrouwen in het op hol geslagen peloton.

Twee weken geleden kondigde Rasmussen aan een rechtszaak te beginnen tegen zijn voormalige werkgever Rabobank. Volgens de renner was de leiding van zijn eigen ploeg, de op 3 augustus zelf opgestapte directeur Theo de Rooij en ploegleider Erik Breukink, overal van op de hoogte geweest. „I never lied to my team’’, zei de Deen al in november tijdens een persconferentie in Kopenhagen.

Als dat waar is, is dat een probleem voor ploeg én sponsor. De wederzijdse belangen zijn namelijk groot. Sinds 1996 financiert de Rabobank de wielerploeg, die is uitgegroeid tot een toonaangevende kracht in het professionele peloton. Een stabiele organisatie van 120 werknemers, toprenners als Michael Boogerd en Erik Dekker, en een steeds beter renderende jeugdopleiding. Een organisatie ook die tot nu toe vrijwel buiten schot bleef in de door dopingschandalen geteisterde wielerwereld.

Begin 2007 werd het sponsorcontract verlengd tot en met 2012. De vereniging van locale bankcoöperaties is verguld met de glamour en internationale exposure die de wielerploeg genereert. Voorwaarde is wel dat hét handelsmerk van de Rabobank – betrouwbaarheid en degelijkheid – niet in gevaar komt. In het sponsorcontract zijn daarom twee condities opgenomen. „Als een renner op doping wordt betrapt, vliegt hij eruit’’, zei Piet van Schijndel, lid van de Raad van Bestuur, daarover. „En als het structureel gebeurt, dan trekken we de stekker uit de ploeg.” Rasmussen is nooit op het gebruik van doping betrapt. „Maar als iemand liegt, weet ik genoeg’’, zegt Van Schijndel.

Maar loog Rasmussen alleen, of in commissie? Sanctioneerde de ploeg zijn fraude? De Rabobank liet oud-politiecommissaris Peter Vogelzang een ‘onafhankelijk’ onderzoek doen. Conclusie? Directeur De Rooij en ploegleider Breukink waren „zeer onzorgvuldig”, maar „van onethisch handelen is tot heden niets gebleken”. Ze hebben „zitten slapen”, zei Van Schijndel tijdens de presentatie van het rapport.

NRC Handelsblad sprak met hoofdrolspelers, en had inzage in officiële en persoonlijke documenten. Pijnlijk duidelijk wordt hoe iedereen zich heeft vergist: de renner, de directeur, de ploegleiders en de bondsbonzen en de bank. Allen wisten dat het wielrennen in een crisis verkeerde. Maar geen van hen had zich gerealiseerd dat de marges tussen goed en fout, tussen overwinning en nederlaag, zó smal waren geworden.

Het was een stralende morgen in juni in Lazise, een schilderachtig stadje aan de oevers van het Gardameer. Maar de man en de vrouw in de geparkeerde auto hadden weinig oog voor de omgeving. Ingespannen loerden de Doping Control Officers (DCO’s) naar de voordeur van de luxe villa. De DCO’s waren werknemers van de sportorganisatie Swiss Olympic. Namens de Deense anti-dopingorganisatie Anti Doping Danmark kwamen ze urine afnemen van Michael Rasmussen, voor een ‘out of competition test’. Toen de Zwitserse beambten eindelijk aanbelden, opende de huishoudster de deur. „Zij vertelde dat de heer Rasmussen Italië enige weken geleden verlaten heeft en op dit moment in Mexico verblijft’’, zou een van hen later rapporteren. De DCO’s belden ook met de Los Locos Bikeshop, Rasmussens fietsenzaak in het centrum van Lazise. „Een werknemer bevestigde dat de heer Rasmussen in het buitenland is’’, meldde de DCO in haar verslag. „Op dat moment zette ik de missie stop.’’

De Zwitsers waren voor niets naar Italië afgereisd omdat Rasmussen zijn whereabouts verkeerd had doorgegeven. Het whereabouts-systeem was anderhalf jaar geleden door de internationale wielrenunie UCI ingevoerd om het potentiële dopinggebruikers af te schrikken. Toprenners moesten 365 dagen per jaar per dagdeel precies laten weten waar ze waren. Wijzigingen moesten van tevoren worden gemeld. Op deze manier, zo hoopte de UCI, werd het voor renners onmogelijk zich te onttrekken aan dopingcontroles. Op het verkeerd, of te laat opgeven van informatie stonden zware sancties. Eerst volgde een schriftelijke waarschuwing. Kwam er geen bevredigende verklaring, dan werd de ‘written warning’ omgezet in een ‘recorded warning’. Drie recorded warnings stonden gelijk aan een positieve dopingstest en een schorsing.

Michael Rasmussen had besloten dat hij dit risico ging nemen. De afgelopen twee jaar had Chicken, zoals de graatmagere renner werd genoemd, het bergklassement van de Tour gewonnen. Nu zag hij kansen voor de eindzege. Op 4 juni liet hij zich door zijn Mexicaanse vrouw Cariza naar het vliegveld van Verona brengen. Daar deed hij alsof hij op een vlucht naar de nieuwe wereld stapte. In werkelijkheid ging hij in het geheim terug naar Lazise, waar hij introk bij een goede vriend. Later zou hij huwelijksproblemen opvoeren als reden voor zijn vreemde gedrag.

In juni prepareren renners zich medisch voor de Tour de France, cruciaal om een rol van betekenis te kunnen spelen in het eindklassement. Sommigen schuwen daarbij verboden middelen niet. „Om de ongezonde inspanning van drie weken fietsen zo gezond mogelijk te verteren”, zeggen sommige sportmedici. „Om de prestaties op te drijven en de boel te bedriegen”, zegt een groeiend leger van dopingbestrijders. Voor veel profwielrenners hangt hun marktwaarde af van de resultaten in de Tour.

Feit is dat Rasmussen loog over zijn ‘whereabouts’. Eerst meldde hij op 4 juni aan de UCI dat hij naar Mexico was vertrokken. Op 11 juni verlengde hij zijn ‘verblijf’ in Mexico tot de negenentwintigste. In werkelijkheid trainde hij in de Dolomieten, de Alpen en de Pyreneeën. En omdat de Deen zijn wijzigen niet per e-mail, maar met de gewone post doorgaf, raakte de UCI pas op de hoogte van deze wijzigingen nadat ze al dagen, of weken oud waren. Het gevolg was dat Rasmussen de hele maand juni onvindbaar was voor de dopingcontroleurs.

Voor Anne Gripper, hoofd dopingbestrijding bij de UCI, was de maat vol: ze gaf de Deen een ‘recorded warning’. Al eerder, in 2006, had hij een dergelijke officiële waarschuwing gekregen. Rasmussen had dus twee ‘recorded warnings’ van de UCI. Maar intussen had hij ook twee waarschuwingen van Anti Doping Danmark, zo wist Gripper. Vier waarschuwingen zou normaal gesproken een schorsing moeten betekenen. Maar het whereabouts-systeem was nog in opbouw. En de juridische status van de ‘recorded warning’ uit 2006 was niet duidelijk. Gripper liet het bij een vermanende brief. „De situatie is voor jou kritiek’’, schreef ze dreigend aan de Deen. Een afschrift mailde ze naar De Rooij.

Wat nú weer, moet De Rooij hebben gedacht. De wielerwereld zwalkte aan de vooravond van de Tour 2007 van incident naar incident: Dopingaffaires, epo-bekentenissen, harde afrekeningen met het verleden. Al jaren woedde er een machtsstrijd tussen de internationale wielerbond UCI en de ASO, de Franse organisatoren van de Tour de France. De UCI beschouwde zichzelf als de regering van het wielrennen. De financieel zeer daadkrachtige ASO wilde eigen baas blijven. De Fransen dwongen de ploegen in hun kamp met een machtig drukmiddel: recht op deelname aan de lucratieve Tour de France.

Vooral na het Spaanse bloeddopeschandaal Operacion Puerto vochten de ploegen elkaar de tent uit. Franse en Duitse teams kondigden keiharde maatregelen aan tegen doping. Zero tolerance, heette dat. Spaanse en Italiaanse ploegen waren hier fel tegen en contracteerden tegen de afspraken in renners die voorkwamen in het Puerto-dossier.

De Rabobank wielerploeg probeerde in dit geweld een middenpositie in te nemen. Jonge renners kregen de nieuwe regels opgelegd, maar oudere renners behielden een grote mate van vrijheid. Rasmussen (32) behoorde tot de oude generatie. Veel contacten met andere renners had de Deense Einzelgänger niet. De relatie met de leiding was wat je noemt ‘zakelijk’. De BV Rasmussen, die draaide op succes in de Tour, was een eenmansbedrijf.

Toen Theo de Rooij op 29 juni de e-mail van de UCI ontving, belde hij onmiddellijk met Anne Gripper. „Hij wilde weten of hij Rasmussen moest laten starten in de Tour de France’’, vertelt Gripper. „Ik zei hem dat ik daar geen mening over had. Maar volgens de UCI-reglementen mocht hij starten.’’

In de chaos van het moment besliste de Rabo-directeur om zijn Deense kopman ‘gewoon’ te laten meedoen aan de Tour. Hem thuis laten zou trouwens tot grote commotie hebben geleid. Toch werd vooral deze beslissing De Rooij in het rapport-Vogelzang aangerekend als een grote fout: „Op basis van de informatie welke bij de directie van de Rabo Wielerploegen bekend was, had Rasmussen niet mogen starten in de Tour.”

Volgens Vogelzang had De Rooij na de brief van 29 juni moeten weten dat de Deen niet de gehele periode tussen 4 en 29 juni in Mexico was geweest, zoals hij aan de UCI had opgegeven. Op 6 juni had ploegleider Breukink een afspraak met de renner in het Italiaanse Bergamo. En van 25 tot en met 29 juni was Rasmussen in de Pyreneeën, op een nota bene door de ploeg zelf georganiseerd trainingskamp. Daarover was al eind april e-mailverkeer, onthulde Vogelzang. „Ik hou deze trip liever stil”, mailde Rasmussen aan ploegleider Breukink. „Aangezien ik op dat moment in Mexico hoor te zijn.”

Insiders wisten wat dat betekende: Rasmussen ging onderduiken. De Rooij stuurde een waarschuwende mail naar de Deen. „Ik vraag je met klem om de autoriteiten te voorzien van de juiste whereaboutsinformatie!”, schreef hij. „Als je wilt trainen in Mexico, ga je gang, maar er kan geen sprake van zijn dat je werkgever zal meewerken aan een of andere cover up-operatie.” Nog dezelfde dag belde Rasmussen terug. „Ik wilde de training alleen stil houden voor de pers”, zei hij.

Rasmussen houdt vol dat de ploegleiding steeds van zijn verblijfplaats in juni op de hoogte was. „Op 6 juni heb ik in Bergamo met Breukink mijn voorbereiding op de Tour besproken. Eerst zou ik de Alpenetappes verkennen. Daarna zou ik naar de Pyreneeën gaan.” Rasmussen komt met nieuwe aanwijzingen om zijn verhaal te onderbouwen. Op 15 juni ontving hij een sms-bericht van Breukink: „Theo zal het morgen doen.” De volgende dag faxte De Rooij inderdaad parcoursgegevens van de cruciale Alpenetappes naar de fietsenwinkel van Rasmussen in Lazise. Er was meer contact via de sms: met Breukink en met een mecanicien van de ploeg. „Gaat het goed met de training?”, sms-te Breukink op 24 juni.

De volgende dag vloog Rasmussen van Verona naar Toulouse, voor de stage in de Pyreneeën. Daar werd hij de volgende dag gebeld door een bezorgde De Rooij. Rasmussen moest onmiddelijk het nieuwe anti-dopingcharter van de UCI tekenen, anders kon hij niet meedoen met de Tour. „Michael, waar ben je”, riep hij. „De UCI wil je testen.”

De leiding van de Rabowielerploeg wist dus dat er iets mis was met de ‘whereabouts’ van Rasmussen, en sprak hem daar meer dan eens op aan. „Tijdens verschillende gelegenheden (april, mei, juni)’’, schreef De Rooij op 3 juli aan de Deen, „heb ik het belang van het doorgeven van de juiste whereabouts-informatie aan de autoriteiten benadrukt.’’ De Rooij legde de renner een boete van 10.000 euro op. Daar liet hij het verder bij.

Op 19 juli stuurde UCI-voorzitter Pat McQuaid zijn auto door de Ierse heuvels, naar de bruiloft van een oude vriend. Even weg van de hectiek rond de Tour. Tot de telefoon ging: Tourdirecteur Christian Prudhomme. „Hij schreeuwde en vloekte tegen me. Veel ervan kon ik niet eens verstaan omdat hij er Franse termen doorheen gooide. Maar ik had wel in de gaten dat er iets mis was met de Tour. Ik werd beschuldigd van dingen waar ik niets van wist.’’

Pas toen een Deense journalist belde, kreeg McQuaid in de gaten wat er aan de hand was. De Deense wielerbond DCU had bekend gemaakt dat Rasmussen, geletruidrager in de Tour, uit de selectie was gezet voor het WK vanwege het missen van dopingcontroles. Uitslaande brand in het wielrennen! Waarom kwam het nieuws uitgerekend nú naar naar buiten, wilde de woedende Tourdirectie weten. De UCI was er op uit om de Tour kapot te maken, zei Prudhomme publiekelijk.

Op het hoofdkantoor van de Rabobank Nederland in Utrecht werden de ontwikkelingen bezorgd gevolgd. In de Alpen had Rasmussen volkomen onverwacht het geel gegrepen. Ook in de voorgaande edities was de geletruidrager onder vuur komen te liggen. Maar dit keer was het serieus, zo wist de bank.

Deense journalisten hadden al op 18 juli vragen gesteld aan De Rooij, die direct had gebeld met Vincent Pijpers. Het hoofd communicatiespecialismen van de Rabobank is secretaris van de Raad van Commissarissen van de wielerploeg. Bij calamiteiten die de reputatie van de sponsor kunnen schaden, is hij de spil tussen bank en wielerploeg. Pijpers belde vervolgens meteen met Piet van Schijndel, lid van de raad van bestuur. De top van de bank was dus op de hoogte van de problemen rond de Deen – 24 uur voordat het nieuws naar buiten kwam.

De volgende ochtend verdrong de wereldpers zich rond de Rabo-bus in Montpellier. De Rooij vloog halsoverkop naar Frankrijk. Daar volgde ’s avonds opnieuw een tik: een tot nu toe onbevestigd verhaal dat Rasmussen een bevriende mountainbiker in 2002 bloeddoping had laten smokkelen in een schoenendoos. De hele avond had Pijpers een paniekerige De Rooij aan de telefoon. „Wij hebben toen gezegd: dit is een calamiteit, een crisis. En we hebben Theo dringend geadviseerd zich bij te laten staan door een advocaat.” De Rooij schakelde huisadvocaat Harro Knijff in. Nog de volgende dag kreeg deze de e-mail van de UCI van 29 juni.

De Rooij en Pijpers besloten in overleg met Knijff hun Deense renner te verdedigen. Rasmussen had een ‘fout’ gemaakt. De Deen was voor en tijdens de Tour tientallen malen getest. Alle testen waren negatief.

Volgens Pijpers werd niet álle informatie met hem gedeeld. De Rooij zou niets hebben verteld over het trainingskamp in de Pyreneeën, een cruciale aanwijzing dat Rasmussen loog. „We hebben vraag op vraag gesteld. Maar De Rooij probeerde het klein houden.” Vreemd, want de directeur stond juist bekend als iemand die vrijwel niets besliste zonder overleg met de bank. De Rooij wil niets zeggen over de vraag hoeveel de sponsor wist. Ook na zijn eigen terugtreden wil hij op geen enkele manier de sponsoring van de wielerploeg in gevaar brengen.

De directie van de Tour de France – Patrice Clerc, directeur van ASO, Gilbert Ysern, zijn adjunct, en Tourdirecteur Christian Prudhomme – had in eerste instantie geprobeerd om de affaire-Rasmussen af te doen als een voetzoeker van de UCI. Maar de Franse media berichtten steeds negatiever over de Deense geletruidrager. En er was op maandagochtend een mysterieus telefoontje van de machtige oud-UCI-voorzitter Hein Verbruggen met het hoofdkantoor van de bank in Utrecht. Rabobank moest goed beseffen dat de UCI Rasmussen uit de wedstrijd had kunnen halen, zei Verbruggen tegen Vincent Pijpers, sterker nog: volgens de regels van het wereldantidopingagentschap zou dat misschien zelfs móeten. Ze mochten Verbruggen wel dankbaar zijn. Probeerde de UCI zich in te dekken? Die avond verklaarde zijn opvolger McQuaid voor de NOS ineens dat juridisch niets de aanwezigheid van Rasmussen in de Tour in de weg stond. Tot dan toe was de Ier juist zeer kritisch geweest.

De Rabobankploeg wilde dat de geletruidrager de volgende dag, rustdag in Pau, alleen een interview gaf aan de Deense tv en aan Mart Smeets van de NOS. Maar toen greep de Tourdirectie in. De persconferentie moest voor alle journalisten toegankelijk zijn. En als er na de persconferentie ook maar een zweem van twijfel zou overblijven, zo kreeg De Rooij te horen, dan zou de Tourdirectie Rasmussen uit koers nemen.

Volgens McQuaid oefende de leiding van de Tour ook druk uit op de Rabobank in Utrecht. De argumentatie moet simpel zijn geweest. Rasmussen beschadigde de Tour de France. De Rabobank-formatie was publicitair afhankelijk van de Tour. Wilde Rabo verzekerd zijn van deelname in 2008, dan moesten ze iets ondernemen.

„Ik heb gehoord van verschillende telefoontjes” zegt McQuaid.” Druk op de sponsor past in het patroon dat ASO volgt.” Vincent Pijpers ontkent dat ASO contact heeft gehad met de sponsor. Maar hij bevestigt dat er druk is uitgeoefend op De Rooij. „De ASO zat met de handen in het haar. Ze zeiden: De Rooij, je moet zorgen dat je met een sluitende verklaring komt.” McQuaid: „Ja, ASO speelde een rol in het uit de wedstrijd halen van Rasmussen.

Op dinsdagmiddag 24 juli deed advocaat Knijff in het statige Palais Beaumont in Pau, ten overstaan van honderden journalisten de waarschuwingen van de UCI aan Rasmussen af als ‘administrative error’, precies zoals tot dan toe de officiële woordvoeringslijn van Rabobank was. Alleen de stiknerveuze Rasmussen maakte een foutje. Wie hij van de UCI had gesproken na zijn eerste recorded warning van maart 2006? „Anne Gripper”, zei de Deen. Maar die werkte toen nog niet voor de UCI. De Franse sportkrant l’Equipe hing op pagina vijf de persconferentie van Rasmussen op aan het ene foutje. De Rooij belde onmiddellijk de UCI. „Theo klonk wanhopig”, zegt Gripper. „Hij wilde per se weten wie Rasmussen dan wél gesproken had. Dat was mijn collega Mario, maar die zat net in Canada en had zijn telefoon uit staan.”

Bij de start van de laatste bergrit, in Orthez, stond De Rooij uiterst gespannen de media te woord. De Duitse en Franse teams zouden staken, als protest tegen alle dopingaffaires in de Tour. De avond ervoor hadden de directeuren van deze ploegen ook langdurig over Rasmussen gesproken. De Deen was gezien in Italië, werd er nu in het peloton gefluisterd.

Het was een Italiaanse oud-renner en televisiecommentator die om half zes, vlak bij de finish op de Aubisque , de trekker overhaalde. Davide Cassani vertelde aan de Deense tv het verhaal dat hij dagenlang tijdens zijn live-verslagen voor de RAI had verteld: hoe hij Rasmussen op 13 juni in Italië had ontmoet. Toen de Rooij hoorde van het interview, belde hij meteen zelf met Cassani. Woedend confronteerde hij Rasmussen met de feiten. De Deen gaf toe. Rasmussen: „Theo was door het dolle heen. ‘Nu zijn we de lul’, riep hij, en: ‘je hebt het voor iedereen verpest’!”

Nog geen vijf minuten later kreeg Vincent Pijpers een „vastberaden” De Rooij aan de lijn. „Ik weet het nu zeker”, zei hij. „Rasmussen was in Italië.” Pijpers adviseerde De Rooij eerst maar eens „tot tien te tellen”. De directeur moet overleggen met Knijff. En hij moet zijn beslissing delen met de raad van commissarissen van de bank. Maar commissaris Van Rijckevorsel durfde niets te beslissen zonder eerst te bellen met de raad van bestuur. Om half negen sprak Piet van Schijndel het laatste woord.

Om negen uur was er chaos in de rennersbus van Rabo. Michael Boogerd beschreef onlangs in zijn biografie Boogie hoe Theo de Rooij in paniek raakte. De pers kon ieder moment arriveren. „Nu d’r uit Rasmussen!”, riep hij: „De bus uit! Je koffer pakken en we brengen je weg!”

Later zou de Rabobank benadrukken dat het De Rooij was die de beslissing had genomen. Formeel was dat ook zo. Maar de volgende dag al meldde het hoofdkantoor in Utrecht dat Rasmussen ontslagen was – terwijl in werkelijkheid De Rooij hem in eerste instantie alleen had geschorst. De Rabobank wilde geen gele trui met een zwarte rand. ,,Stel, hij was doorgefietst’’, zegt Van Schijndel. ,,Dan had de pers nu nog elke dag een pagina vol geschreven.’’

Van 1999 tot en met 2005 won Lance Armstrong zeven keer de Ronde van Frankrijk. Drie keer kwam de Amerikaan in opspraak wegens verboden middelen. Op doping werd hij nooit betrapt. Armstrong is nog altijd recordwinnaar van de Tour. Ook Michael Rasmussen is nooit betrapt op het gebruik van dope. Toch is hij alles kwijt: de Tourzege, zijn baan, en mogelijk zijn carrière. De UCI heeft nog steeds niet bekendgemaakt of Rasmussen zal worden geschorst.

Nog geen twee jaar geleden zou het anders zijn gelopen, zo zeggen de hoofdrolspelers in de affaire Ramussen. ‘Chicken’ zou in het geel in Parijs zijn aangekomen: een lachende geletruidrager met een klein vlekje. Tot 2005 zou het zo zijn gegaan. Maar in 2007 kon dat niet meer. ◀

Tijdlijn affaire Rasmussen plus sms’jes van Rabobankploeg aan Rasmussen: www.nrc.nl/Rasmussen